Gewoon heel lekker eten bij een spectaculair mooi uitzicht

Foto Rob van Dullemen
Foto Rob van Dullemen

Achter de grote raampartij rechts gaat een brede rivier traag door oneindig laagland. De zon slaat vijftig tinten groen uit de oevers en zet het water in een laatste gouden gloed alvorens, ter kimme nijgend, de dag met onwaarschijnlijke pasteltinten weg te schilderen. Je gaat er bijna zo van praten.

Links kijk ik naar schapenwolkjes boven een hoge dijk en het kerktorentje van Streefkerk waarop ik net niet kan zien hoe laat het is.

Maar wat doet tijd ertoe als je in De Limonadefabriek zit? Veertig kilometer van huis ben je een avond met vakantie en je kunt gewoon met Nederlands geld betalen.

Meer dan acht jaar geleden waren we hier al eens. Sindsdien is het restaurant verbouwd. Het houten paviljoen van vroeger is vervangen door een industrieel aandoende constructie van glas en staal. Wat bleef is het ponton waarop De Limonadefabriek drijft in de jachthaven van Streefkerk aan de oever van de Lek. Dit is de plek waar eigenaar-chef Erik Hermans zeventien jaar geleden de zaak begon.

Een schitterende plek, maar dat zei ik geloof ik al. In een reageerbuis krijgen we citroenlimonade, een leuke gimmick. Daarna komen enkele amuses op tafel: vindaloosoep (in tegenstelling tot wat de naam suggereert beslist niet heet) en tartellette van biet met roomkaas en olijf. We drinken er een glas prosecco bij (9 euro).

Michelingids

De kaart bestaat uit de hoofdstukken ‘Eerst’, ‘Daarna’ en ‘Slot’, daarbuiten zijn er vandaag als specialiteiten rauwe coquille (19,50 euro) als voor- en tarbot met asperges (29,50 euro) als hoofdgerecht. Dat wordt mijn keuze. Mijn vrouw gaat voor het Bib-menu (drie gangen, 37 euro) waarmee De Limonadefabriek in de Michelingids staat vermeld. Ze kiest de wang van het ibericovarken en de kabeljauw.

Achter ons scheert een luchtballon adembenemend laag over de rivier op de beboomde oever af. Hoger snijdt een paraglider door de lucht.

De ibericowang is zacht gegaard en gaat vergezeld van chorizo, gedroogde tomaat, yoghurt, tandoori-ijs, krokante paprika en naanbrood. Het gerecht ziet er prachtig uit en smaakt overeenkomstig, bevestigt mijn vrouw. Ook mijn coquillegerecht is fraai opgemaakt met kerstomaatjes die een beetje zijn aangebrand, ketchup en olie. In de mond rolt de smaak van zoet naar zuur. De gelei van caesardressing met crème waarin kaas is verwerkt, voegt aan het smaakpalet eigenlijk weinig toe. Ook het tandoori-ijs aan de overkant blijft wat smaak betreft aan de oppervlakte. Het is een onschuldige flirt met de Indiase keuken, net als het vindaloosoepje eerder.

De kabeljauw gaat op spectaculaire wijze schuil onder schuim van groene curry. Andere ingrediënten zijn bimi, hummus van sojabonen, zwarte rijst en asperges met soja. Mijn vrouw prijst de bereiding van de kabeljauw (gebrand, volgens de kaart) die net aan gaar is.

Mensenhanden

Mijn tarbot bestaat uit twee gegrilde filets op asperges in een schuimige mosterdsaus, met lamsoor en aardappelcakejes. Ook in dit geval is de cuisson van alle ingrediënten perfect: de asperges hebben beet, het visvlees is sappig en de cakejes van zeer luchtig geklopte aardappelpuree zijn verrassend. „Dat mensenhanden het kunnen maken”, zeg ik, maar mijn vrouw kijkt niet meer op van mijn clichés.

Als dessert nemen we de brownie (inbegrepen in het Bib-menu) en de bereiding van blauwe bes (9 euro) die als compote en als ijs wordt geserveerd met schuim van pernod. De compote komt in een weckpotje waaruit het goed lepelen is. De harde koek die erin zit had van mij achterwege mogen blijven. Op het andere bordje ligt een stukje muffincake met het ijs erbovenop.

Bij haar brownie van karamelchocolade zie ik mijn vrouw bedenkelijk kijken. Op het gebak liggen amandelnootjes, citroenparfait en custard van citroen. „Daar is niets mis mee, maar de structuur van de brownie klopt niet”, zegt ze. „Die is te droog.” Wat niet verhindert dat ze het hele nagerecht opeet.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.