Opinie

Groen doen

Mirjam de Winter

Mijn Amsterdamse vriendin woont driehoog, maar is een fantatiek afvalscheider. En dat is een heel gedoe natuurlijk, als je al die losse dozen en zakken ook weer moet zien af te voeren via zo’n smal Amsterdams trappenhuisje. Een auto heeft ze (bewust) niet, dus alles moet wekelijks met de bakfiets worden versleept naar verschillende afvalcontainers in de stad. Haar keukentje – van amper acht vierkante meter – is in de loop der jaren getransformeerd tot een soort mini-milieupark. Waar het begon met alleen nog aparte dozen voor glas en papier, zijn er inmiddels ook bakken en dozen bijgekomen voor blikjes, groente- en fruitafval, kartonnen drankverpakkingen en plastic. Toen ik vorig jaar na een nachtje logeren een standje kreeg voor het achteloos weggooien van een wattenstaafje („in de verkeerde bak!”), schoot ik uit mijn slof. Of ze niet een beetje aan het doordraaien was in haar „groen doen”, had ik gezegd. Waarop zij reageerde met: „Maar het enige wat bij jullie thuis groen is, zijn de lege wijnflessen.” En toen kregen we ruzie en verweet ik haar – heel flauw – de vele verre vliegreizen die ze maakt, waarmee al haar groene bedoelingen weer teniet worden gedaan.

Toch heeft onze ‘klimaat-clash’ van toen effect gehad, want behalve dat ik me per direct voornam minder te gaan drinken, besloot ik als gevolg van die alsmaar groeiende plastic-schaamte alsnog een begin te maken met het scheiden van plastic afval. Onze keuken is niet veel groter dan die van haar, maar een apart zakje aan de deurknop van de keukendeur kon er nog wel bij. Het werden slopende maanden, niet in de eerste plaats omdat mijn huisgenoten nog niet klaar bleken te zijn voor moeders grote, groene ommezwaai. Want zie een gewetenloze puber maar eens bewust te maken van het mondiale plastic-probleem en het aandeel van een rondzwervend wattenstaafje daarin. Zelfs foto’s van met plastic troep gevulde walvismagen of afbeeldingen van stikkende zeeschildpladen lieten hem koud.

Ik heb hem ook nog meegenomen op groensafari naar het milieupark in Schiebroek trouwens, dat sinds vorig jaar – als onderdeel van de campagne ‘Rotterdam Circulair’ – is omgedoopt tot ‘goudmijn’. „Goudmijn?”, vroeg mijn zoon verbaasd, toen hij het woord las op een uithangbord boven de ingang. Waarop ik mijn bekeringspraatje begon over het belang van afvalscheiding, met afval als kostbare grondstof voor weer nieuwe producten en daarom „goud waard”. Maar hij was vooral onder de indruk van de nieuwe, goudkleurige vuilniswagens van de gemeente met daarop de tekst ‘Goudtransport’. „Stel je voor”, zo fantaseerde hij hardop, „dat criminelen per ongeluk zo’n wagen zouden overvallen?”

Alle energie die ik tot nu toe heb gestoken in het bekeren van mijn huisgenoten, blijkt nu voor niks te zijn geweest. Vorige week keken we bij ons thuis vol verbazing naar een reportage op TV Rijnmond over een nieuwe fabriek van de AVR in Rotterdam, waar voortaan al het plastic afval achteraf automatisch wordt gescheiden. Er werd doodleuk verteld dat we thuis alweer kunnen stoppen met het apart inzamelen van plastic afval. De supersonische scheidingsinstallatie kan het veel beter dan wij en dus kunnen al die plastic verpakkingen weer gewoon bij het restafval. Ook de speciale, oranje afvalcontainers bij supermarkten worden weggehaald. En ik begon er verdorie net lol in te krijgen.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.