Geest van Parijs wint terrein bij ‘big oil’

Klimaatbeleid De jaarvergaderingen in de oliesector gaan nu óók over het klimaat. Tussen de grote oliebedrijven tekent zich op dit onderwerp een richtingenstrijd af.

Foto Brett Hondow/ Getty Images

Het is een nieuw geluid. De afgelopen meimaand, de periode waarin de oliesector zijn jaarvergaderingen voor aandeelhouders houdt, stond klimaatverandering bijna overal hoog op de agenda.

Bij Exxon Mobil en Chevron in de VS, twee van de grootste onafhankelijke oliebedrijven ter wereld, dienden beleggers woensdag resoluties in om de fossiele koers van het bedrijf te beïnvloeden. Hetzelfde gebeurde eerder deze maand bij het Britse BP – ook een van de supermajors – en het kleinere Noorse oliebedrijf Equinor.

Bij BP had één voorstel succes. Alle andere werden, zoals gebruikelijk, weggestemd. Maar de klimaatvriendelijke minderheid van aandeelhouders, waartoe met Aegon en NN Investment Partners ook twee van de drie grootste Nederlandse institutionele beleggers behoren, groeit.

ExxonMobil kreeg de hardste kritiek. Twee grote beleggers, de Church of England en het pensioenfonds van de staat New York, hadden een ambitieuze klimaatresolutie willen indienen. De Nederlandse financiële actiegroep Follow This deed dat deze maand bij BP en Equinor, en vorig jaar bij Shell. Maar al in april werd bekend dat de Amerikaanse beurswaakhond Securities and Exchange Commission (SEC) had ingestemd met een blokkade van de klimaatresolutie: ExxonMobil mocht die van de agenda schrappen.

Maar woensdag, op de aandeelhoudersvergadering in Dallas, lieten de indieners alsnog van zich horen. Bestuursvoorzitter Darren Woods probeerde zich nog van zijn groene kant te laten zien. Hij zei dat de duurzame investeerders en Exxon het eens zijn over het beperken van klimaatrisico’s, alleen loopt hun visie over „de beste manier om die doelen te bereiken” uiteen. Voor de Church of England was dit onvoldoende. Hun hoofd duurzaam beleggen, Edward Mason, zei dat Exxon „openlijk in conflict is over zijn klimaatstrategie en de openheid daarover”.

Lees ook: Duurzaam beroep op olieconcerns

Gletsjers

Willen de fossiele olieconcerns zich voegen naar het VN-klimaatakkoord van Parijs? Dat is de kernvraag. De opwarming van de aarde moet ruim onder de 2 graden Celsius blijven, liever nog onder de 1,5 graad, zo vereist ‘Parijs’. Volgens het wetenschappelijke VN-klimaatpanel IPCC leidt een hogere temperatuurstijging deze eeuw tot grote ellende, zoals wegsmelten van gletsjers, bedreiging van de voedselvoorziening en zeespiegelstijging. De aarde is al 1 graad warmer dan voor de industriële revolutie.

Om de opwarming te stoppen moet de CO2-uitstoot in 2050 of hooguit twintig jaar daarna naar nul, en dat raakt de huidige olie-industrie. Directeur Fatih Birol van het Internationaal Energieagentschap benadrukt dat er in de wereld bijna geen ‘fossiele infrastructuur’ (pijpleidingen, raffinaderijen, mijnen, putten) meer bij mag komen. De investeringen die al gedaan zijn, brengen al zoveel CO2 in de atmosfeer dat er geen ruimte is voor méér.

Tussen de grote westerse oliebedrijven tekent zich sinds het akkoord van Parijs uit 2015 een richtingenstrijd af. Van de vijf grootste is Shell het enige dat een concreet plan heeft om in 2070 CO2-neutraal te worden, al zit dat plan volgens het laatste IPCC-rapport op het uiterste randje van wat het Parijsakkoord vraagt.

Aan de andere kant van het spectrum staan het Amerikaanse ExxonMobil en Chevron. Exxon, dat ook een raffinaderij in Nederland bezit, wil in 2025 een kwart meer olie produceren dan nu. Chevron schreef voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering van woensdag dat zíj kunnen doorgaan met pompen. Een wereldwijd dalende uitstoot kan best hand in hand gaan met toenemende productie „door de efficiëntste producenten” – lees: Chevron.

Olievraag

Voor grote investeerders, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, voelt dit beleid steeds ongemakkelijker. Fossiele beleggingen kunnen minder waard worden als de vraag naar olie daalt – iets waar overigens nog geen sprake van is. Wel becijferden analisten van Bloomberg recentelijk dat de koersstijging van ‘big oil’ dit jaar achterblijft bij de olieprijs.

Zes Nederlandse institutionele beleggers laten zich horen als critici van de fossiele industrie. Ze willen dat de olieindustrie haar langetermijnkoers tot 2050 aanpast aan het akkoord van Parijs, en daarbij ook haar producten (zoals benzine) meetelt. Dit laatste vindt de oliebranche niet vanzelfsprekend. Bob Dudley, de bestuursvoorzitter van BP, zei vorige week dat als mensen meer olie consumeren dan nodig is, hij ze niet kan tegenhouden.

Aegon, de grootste van de zes critici, maakte eerder dit jaar bekend dat het alle klimaatresoluties steunt, omdat het „geen klimaatrisico’s wil lopen” met pensioengeld. Ook NN Investment Partners, de investeringstak van Nationale Nederlanden, stemde consequent vóór en maakte woensdag bekend dat het zijn beleggingen in steenkool schrapt.

De voorstemmers vormen vooralsnog een minderheid, al kreeg woensdag bij Chevron een klimaatresolutie van financiële actiegroep As You Sow een verrassende 33 procent. De nog verdergaande voorstellen van actiegroep Follow This kregen deze maand bij BP en Equinor 8 en 12 procent. Toch was directeur Mark van Baal van Follow tevreden. „Al die mensen stemmen niet met het management mee. Bob Dudley is als de dood dat dit gaat groeien.”

APG, beheerder van pensioenfonds ABP en de tweede investeerder van Nederland, vindt de resoluties te ver gaan. Binnen investeerdersplatform Climate Action 100+ overlegde het fonds juist nauw met BP over een zwakkere klimaatresolutie, die wél overweldigende steun kreeg. „Wij geloven in engagement. Daarmee hebben we een basis om te zorgen dat een bedrijf stappen blijft zetten”, zegt Lucian Peppelenbos van APG.

APG krijgt kritiek, onder meer van tientallen hoogleraren die zelf hun pensioen bij ABP hebben. ABP ging met ze om de tafel, maar paste het beleid niet aan. Peppelenbos: „Ja, de strijd tegen klimaatverandering gaat wereldwijd veel te langzaam. Maar één bedrijf kan dit niet alleen.”