Recensie

Recensie Muziek

In ‘het Las Vegas van Europa’ werden de wildste fantasieën werkelijkheid

Philipp Blom Deze Duitse historicus kreeg door toeval een tien generaties oude viool in handen en ging op zoek naar de maker ervan.

Historicus en schrijver Philipp Blom wilde als jongeman helemaal geen historicus en schrijver worden. Viool spelen was zijn passie en hij had er alles voor over daar zijn beroep van te maken, wat voor een kind van professionele musici ook geen buitensporig streven leek. Wellicht was hij zuinig met talent bedeeld, maar dat moest met doorzettingsvermogen te compenseren zijn. Een ander inzicht drong tot hem door toen hij bij een concert van een virtuoze leeftijdgenoot in de zaal zat: ‘[...] hoeveel je ook oefent en hoe lang je ook speelt en welke docent je ook hebt, zo zul jij nooit kunnen spelen. Dat is geen kwestie van oefenen, dat is een kwestie van talent, en dat heb jij niet.’ Daarmee zag hij meteen af van een loopbaan als musicus – wat een gelukkig besluit was voor de toekomstige liefhebbers van De duizelingwekkende jaren en Het verdorven genootschap, boeken waarmee Blom zijn reputatie als geschiedschrijver zou vestigen.

Blom (Hamburg, 1970) is natuurlijk wel blijven spelen als amateur, en wanneer hij op een dag voor een reparatie aan zijn bescheiden viool in een Weens atelier is, laat de vioolbouwer en -handelaar hem een bijzonder instrument zien: omstreeks 1700 gebouwd, onmiskenbaar in Italië, maar even onmiskenbaar door Duitse handen. Een meesterinstrument, maar het is de handelaar niet gelukt het tot een klinkende naam als Stradivarius of Guarneri te herleiden. Blom zet de viool aan zijn kin. Het geluid is erbarmelijk. Neem haar een paar dagen mee naar huis, zegt de handelaar. ‘Ik speelde elke dag en luisterde, verbijsterd over wat onder mijn handen ontstond en zich ontwikkelde. Het is een fenomeen dat geen natuurkundige kan verklaren: instrumenten kunnen hun stem verliezen.’ Enfin, de viool bloeit op, en daarmee de liefde, en met de handelaar valt te praten over de financiën. Blom heeft zijn instrument gevonden.

Tien generaties

De historicus is gefascineerd door de gedachte dat er zo’n tien generaties violisten op dit instrument gespeeld moeten hebben, waarvan de eerste een tijdgenoot van zijn geliefde Bach was. Hij spreekt over ‘een reeks onzichtbare handen, die me mijn instrument uit de diepte van de tijd hadden aangereikt en me een schakel in een ketting hadden gemaakt, die hopelijk [...] lang in de toekomst zou reiken.’ Zijn fascinatie gaat vooral uit naar het eerste paar handen, dat van de bouwer van zijn viool. Naar die persoon gaat hij in Een Italiaanse reis op zoek.

Dankzij eersteklas naaldbomen, een rivier voor transportatie én de ligging aan de Romeinse handelsroute werd dit stadje invloedrijk.

De deskundigen die hij raadpleegt zijn het erover eens dat de stilistische kenmerken van zijn viool duiden op een mengeling van een Duitse en Italiaanse bouwstijl. Zoals een specialist zegt: ‘ze werd bij wijze van spreken met een accent gebouwd - in vloeiend Italiaans, maar met een licht Zuid-Duits accent.’

Het vermoeden is gerechtvaardigd dat de gezochte ambachtsman uit het stadje Füssen (vlak bij slot Neuschwanstein) kwam, waar in de loop der eeuwen honderden viool- en luitbouwers zijn opgeleid. Blom beschrijft de factoren waar het stadje zijn invloedrijke positie in het muzikale Europa van de zestiende eeuw aan te danken had: eersteklas naaldbomen in de Alpen, een rivier om ze naar het vlakke land te transporteren, en het gelukkige feit dat de stad gelegen was aan de oude Via Claudia Augusta, de Romeinse handelsroute over de Alpen. Het verval van de welvarende stad kwam als gevolg van onder meer de Dertigjarige Oorlog en de pest, en de vioolbouwer die tegen 1700 uit Füssen naar Venetië emigreerde, werd waarschijnlijk door armoede gedreven.

Dichtbevolkte stad

Het Venetië van Vivaldi en Canaletto moet op de nieuwkomer een overrompelende indruk hebben gemaakt. Om een indruk van de dichtbevolkte stad rond die tijd te geven, citeert Blom uit de verslagen van toeristen die hun Grand Tour maakten. Venetië was ‘het Las Vegas van het barokke Europa’; ook buiten carnavalstijd werden hier de wildste fantasieën werkelijkheid. In zo’n stad was er grote behoefte aan musici en dus aan bouwers en reparateurs van muziekinstrumenten, en onder de werknemers in de ateliers waren veel Duitsers, die een typische emigrantengemeenschap vormden.

De roman Zelfportret met Russische piano gaat over de musici die gevangen zitten in een versleten lichaam. Lees ook: Een versleten concertpianist die applaus haatte

Het door Blom gevolgde spoor lijkt te voeren naar het atelier van een zekere Matteo Gofriller, die als Mathias Friller of Gfriller in Tirol werd geboren, maar zekerheid is er niet. In de kerk vlak bij Gofrillers voormalige atelier, de kerk van de Duitse gemeenschap in Venetië, haalt Blom zijn viool tevoorschijn en speelt Bach bij wijze van eerbetoon. ‘Ik probeerde te geloven dat dit een thuiskomst was voor mijn viool [...] Als dat zo was, hield ze dat voor zichzelf geheim.’

Een Italiaanse reis is gewoon weer een uitstekende Blom. Polyfoon gecomponeerd als het ware, met drie verhaallijnen die naast en door elkaar lopen. Er is het (muziek)historische verhaal over emigratie naar Venetië, het verslag van Bloms beurtelings hoopgevende en teleurstellende navorsingen met behulp van allerlei specialisten, en het autobiografische verhaal van de violist die schrijver werd. Voor wie het horen wil is er zelfs een vierde stem: die van de strijd tussen de rationalist Blom en de romanticus waarin hij verandert zodra hij die fraai gewelfde, vlammend gelakte viool in handen neemt.