Bij de winkels in Hoogeveen loopt nu beveiliging

Hoogeveen In het asielzoekerscentrum in Hoogeveen verblijven vijftig overlastgevende asielzoekers. „Ik heb punten op de schutting, dus dat zit wel goed.”

Foto Siese Veenstra

Lucinda Orsel (31) heeft wel eens een asielzoeker naar buiten gebonjourd. Dat was toen twee mannen begonnen te vechten, in nota bene het reisbureau in het winkelcentrum De Weide in Hoogeveen. Haar zusje Ariënne (24) belde de politie.

Het is eind van de middag en Lucinda en Ariënne drinken een blikje energydrank op een bankje bij De Weide. Het is een klein winkelcentrum aan de westkant van de gemeente met een Albert Heijn en een Coop. Opvallend veel mensen lopen met drie broden onder hun arm. Dat komt door de aanbieding van bakker Henderikus Bos: het derde brood voor de helft van de prijs. Het winkelcentrum ligt nog geen kilometer van het asielzoekerscentrum.

Dat asielzoekerscentrum (azc) is gevestigd in de oude gevangenis van Hoogeveen, verscholen in het groen, aan het eind van de Kinholtsweg. Het ziet er ook uit als een gevangenis. Met een metershoge muur, hekken en prikkeldraad. Maar de poort staat open. En de hele dag door lopen of fietsen groepjes asielzoekers heen-en-weer tussen het azc en het winkelcentrum.

De onvolledige presentatie van de criminaliteitscijfers van asielzoekers leidde tot politieke woede. Maar hoe crimineel zijn asielzoekers echt?

Het azc in Hoogeveen is bijzonder. Het is een centrum met plek voor 50 mensen die „extra begeleiding en toezicht” nodig hebben. Die plaatsen zijn voor overlastgevende asielzoekers, vaak jonge mannen die geen recht hebben op verblijf, omdat ze uit „veilige landen” komen, zoals Marokko of Algerije. Tegelijkertijd zijn ze moeilijk uit te zetten. Dat heeft weer te maken met de moeite die het land van herkomst wil doen om landgenoten terug te nemen. Sommige landen geven geen inreispapieren. Of ze verlangen geldige identiteitspapieren. Maar identiteitspapieren vernietigen asielzoekers vaak, zeker als ze weinig kans op asiel maken.

In het azc zitten ook ‘gewone’ asielzoekers – er is plek voor 750 man. Syriërs die net een paar maanden in de procedure zitten. Vrouwen en ook gezinnen.

Het centrum zorgt in het verder nogal ‘witte’ Hoogeveen (55.000 inwoners, waarvan nog geen 6.000 met een migratieachtergrond) voor een influx van ‘vreemde, meest donkere mensen’. Dat is voor veel inwoners best wel wennen.

Als je buurtbewoners vraagt of ze last van de asielzoekers hebben, dan krijg je verschillende antwoorden. Een deel vindt de overlast groot en heeft vooral het gevoel dat overlastgevende asielzoekers niet in Nederland thuishoren. Ze hebben het over „woestijnvolk op kamelen”. En over mensen die maar „fokken, zodat hun cultuur op den duur hier de overhand zal krijgen”.

Hey beautiful, wil je trouwen?

Anderen zijn milder maar ervaren wel overlast. Ze hangen in groepjes in het winkelcentrum rond, zegt Arienne. „Vrouwen worden aangesproken. Ze roepen: ‘Hey beautiful. Wil je trouwen?’ Het voelt ongemakkelijk als je even een blikje gaat kopen.” Een vrouw met een chihuahua aan een lange lijn loopt langs, een bekende van de zusjes. Ze zegt: „Ze roepen: ‘Hé yellow-one.’ Dan denk ik: ik ben blond hoor. Ze klakken met hun tong.” Ze probeert het even. „Het is lastig om na te doen.”

Asielzoekers zitten op een bankje bij winkelcentrum De Weide in Hoogeveen. Foto Siese Veenstra

Feit is dat er nooit bewaking op het winkelcentrum was, maar er nu twee bewakers rondlopen: Pascal en Jan. Zij mogen niet met journalisten praten, zeggen ze. Verder zeggen ze niets. Maar ze zijn er en dat zegt genoeg. Het gerucht gaat dat de gemeente Hoogeveen met de bewaking gaat stoppen. Maar dat kunnen Pascal en Jan niet bevestigen, noch ontkennen, omdat ze niets mogen zeggen.

Als er een groepje jonge Afrikanen op badslippers het winkelcentrum binnen slentert, staan Pascal en Jan op van het bankje. Pascal loopt hen achterna, de Coop in. „Er wordt veel gejat”, zegt Ariënne. „Dat zien we zelf.” En een van de mannen heeft een keer „zijn joeperdepoep” laten zien aan een meisje.

Een jongeman komt de supermarkt uit en trekt op een bankje een blikje bier open. Pascal veert op. „No bier here”, zegt hij tegen de jongen. Die kijkt verschikt, zegt sorry en loopt snel weg. Pascal en Jan kijken hem lang na.

Net onder de muur van het azc staat Klazinus Benjamins (37) te schoffelen. Hij onderhoudt het groen in dit deel van Hoogeveen. Veel liever had hij de gevangenis nog. „Gevangenen kwamen tenminste niet buiten.” Natuurlijk weet hij dat er mensen zitten die gevlucht zijn voor oorlog. „Maar er zijn een hoop gelukszoekers bij.” Hij heeft het idee dat ze alles krijgen: een fiks bedrag per maand, gratis reizen per bus en trein, een telefoon. „En wat ze niet krijgen, jatten ze.”

Bang is hij niet. Hij woont een stuk verderop en draait de achterdeur goed op slot. „Ik heb punten op de schutting, dus dat zit wel goed.”

Benjamins voelt het sterk: de asielzoekers horen hier niet. Ze hebben een andere cultuur, andere normen en waarden en ze zien er anders uit. „Als je naar een programma kijkt als Opsporing Verzocht: al die boeven hebben een getinte huidskleur. Niet dan?”

Een gepensioneerde buschauffeur (74) die niet met zijn naam in NRC wil denkt daar genuanceerder over: dat de boeven op televisie gekleurd zijn, zegt niet alles, vindt hij. Hij weet dat er kleurlingen zijn die beter Nederlands spreken dat hijzelf. „Natuurlijk, ze fietsen over de stoep. Maar dat doen de Hollanders ook, hè. Zelfs mensen van mijn leeftijd.” Het is meer… hoe zal hij het zeggen… „Als je het winkelcentrum inloopt en er zit een groepje van dat spul en ze spreken in hun eigen taal. Dan voel je je niet prettig.”

Vroeger de jeugd, nu asielzoekers

Sommigen zijn hondsbrutaal, zegt Karolien Klasens die op een vmbo werkt, waar ook een klas voor statushouders is. „Vooral de Afrikanen. Anderen, vooral de Syriërs, zijn heel voorkomend en netjes.” Het is een cultuurverschil, zegt Klasens. „Als ik met boodschappen voor kookles op school aankom, nemen Syriërs de tas meteen over. Afrikanen gooien de deur voor je neus dicht.”

Dat respectloze, dat vind ik lastig, zegt Klasens. „Soms spugen ze, of maken rare bewegingen met hun tong”, zegt ze. „Ik weet niet wat het betekent in hun cultuur, maar ik vind het niet prettig.”

Ze woont vlakbij het azc, dus dat is wel extra opletten. „Soms loopt er een man door de tuinen alle achterdeuren te proberen. Staat zo’n gast opeens in je huis. Zij heeft daar vanwege de honden geen last van. „Daar zijn ze doodsbang voor. En al zijn ze klein, die zwarte gaat tekeer als een Duitse herder.”

Asielzoekers lopen terug van het winkelcentrum naar het azc Foto Siese Veenstra

Ze hecht eraan te zeggen dat echte vluchtelingen welkom zijn. „Maar zij die niet kunnen blijven, moeten sneller worden uitgezet.”

Anneke Tangenberg houdt station Hoogeveen schoon. Zij begrijpt wat Klasens bedoelt met respectloos. „Ze komen het perron op zonder kaartje. Ze glippen met andere reizigers mee. Als je ze aanspreekt dan máken ze een herrie. Ze voelen zich onaantastbaar. Dat zijn ze ook.” Maar goed, zegt Tangenberg, vroeger zat de jeugd ’s avonds te eten en drinken in de wachtruimte op het perron. „Dan deden ze een wedstrijdje, wie het hoogst tegen de ruit kon spugen. Ik kwam dan extra vroeg om schoon te maken, voor de eerste reizigers kwamen. Eigenlijk was dat erger dan de asielzoekers.”

Correctie (7-6-2019): In een eerdere versie van dit artikel werd Afghanistan als ‘veilig land’ betiteld. Dat is onjuist. Afghanistan staat niet op de lijst veilige landen van het ministerie van Buitenlandse Zaken Het is in het artikel aangepast.