Opinie

    • Folkert Jensma

Zo zou je rechters dus óók kunnen benoemen

De Rechtsstaat

Het is altijd fijn om in deze rubriek ook eens een primeur te kunnen melden. Dus, riemen vast, daar gaat-ie. Vorige week werd in de Tweede Kamer een dag lang gedebatteerd over een beperking van de termijn voor een nieuw lid van de Hoge Raad of de Raad van State tot acht jaar. Het kabinet wil daarna geen herbenoeming om te voorkomen dat de hoogste rechter in die acht jaar ‘herverkiezingsgedrag’ gaat vertonen. (Tijdelijke rechters bestaan in Zwitserland, waar in sommige kantons rechters worden gekozen voor een termijn van zes jaar. Parlementaire benoemingen van rechters komen voor in Slovenië, Oekraïne en Zwitserland.)

Hiermee zet het kabinet een streep door de aanstelling voor het leven. Alleen voor de Hoge Raad betekent dit al dat er iedere acht jaar 52 raadsheren moeten worden vervangen. Het voorstel voorziet in geleidelijke invoering: wie al voor het leven in de Hoge Raad zit, kan blijven. Bij de Raad van State gaat het om het personeel van de Raad ‘in constitutionele zin’ – maximaal tien.

Daarnaast wil het kabinet dat bij de werving van (alle) nieuwe rechters expliciet rekening wordt gehouden met herkomst, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, gender en seksuele voorkeur van de kandidaten. Dit komt bovenop de gebruikelijke eisen over leeftijd, vooropleiding, maatschappelijke ervaring en gebleken geschiktheid na assessment. Het kabinet wil dat diversiteit ‘een prominente plaats’ zal krijgen bij de selectie.

Lees ook: Hoe de PVV een raadsheer uit de Hoge Raad weerde

De Kamer moet ook meer invloed krijgen bij de benoeming van de hoogste rechters. Nu stuurt de Hoge Raad bij een vacature de Tweede Kamer een lijst van zes kandidaten, waarvan de Kamer altijd de eerste drie voordraagt bij het kabinet. De minister van Justitie benoemt dan nummer één. Op een enkel incident na is deze procedure steeds zó gevolgd: feitelijk is dit coöptatie door de Hoge Raad. De Kamer zit vrijwillig stil. Het kabinet wil nu dat de Kamer actiever wordt. De Kamer zou uit een lijst met kandidaten voortaan een bewuste keuze moeten maken, die het kabinet dan zal volgen. De benoemingsprocedure wordt aldus ‘geparlementariseerd’; de uiteindelijk benoemde nieuwe staatsraad of raadsheer in de Hoge Raad steunt dan voortaan ook op het democratische gezag van de Kamer.

Het politieke doel is meer democratische legitimatie en ook meer representativiteit. De huidige benoemingswijze van de hoogste rechters komt neer op selectie in eigen kring met daardoor een risico van een ‘ons kent ons’ gezindheid onder rechters, die onderling ook al cultureel sterk overeenkomen. Op dit moment heeft 12 procent van de bevolking een migratie-achtergrond. In de rechtspraak is dat maar 2 procent: 50 van de 2300 rechters. De rechtspraak vormt daardoor geen afspiegeling van de bevolking.

Belangrijkste juridisch-politieke argument is de opkomst van internationale regelgeving, waardoor rechters grotere invloed krijgen. Er zijn steeds meer verdragen en internationale regels waar de burger direct rechten en plichten aan kan ontlenen – de rechter moet ook die regels uitleggen. Bijvoorbeeld of ze wel verenigbaar zijn met ‘eigen’, nationaal recht. Daardoor krijgt de rechter geregeld meer macht dan de nationale wetgever. Het evenwicht tussen de staatsmachten dreigt zo te worden verstoord. Denk aan rechters die in politiek getinte conflicten uitspraken doen, á la Urgenda.

Oké, dit wetsvoorstel was dus totale nep – het was geschreven voor de tweejaarlijkse editie van het Studentenparlement, een wetgevingswedstrijd voor staatsrechtstudenten. Maar het wortelt in de actualiteit van Polen en Hongarije, waar de politiek her en der sleutelt aan de rechtspraak. En het resoneert met ideeën van politiek rechts over rechters die teveel macht hebben en te ver van de samenleving zouden staan.

Ik mocht in de jury - vandaar de primeur – en kan bevestigen dat er in de Kamer echt een hele dag over is gedebatteerd. De studenten hielden fraaie betogen, interrumpeerden zich te barsten en amendeerden vurig. Overigens met nul resultaat –men kon het onderling nergens over eens worden, het hele wetsvoorstel werd verworpen. Maar als er ooit iets verandert, dan zou het best eens deze richting uit kunnen gaan. Dat woord ‘coöptatie’ zit me toch niet helemaal lekker.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.