Vrij zijn is...in een bunker kruipen

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

De Geschutsbunker, bunker Köln en de Vuurleiding, een kazemat uit het Interbellum die door de Duitsers is hergebruikt. Bunkerman Jan Freekenhorst (53, camouflagebroek, bergschoenen) wijst ze glunderend aan: „In de oorlog was dit een zelfvoorzienend dorpje waar driehonderd soldaten zaten. Hoek van Holland was een Festung, een vesting. De haven van Rotterdam moest tot op de laatste snik in Duitse handen blijven.” Vandaag, op landelijke Bunkerdag, is Freekenhorst terug in de duinen waar hij als jongetje van dertien stiekem bunkers ging spotten. Met de trein uit Rotterdam. „Mijn ouders dachten: die is buitenspelen.”

Langs de hele Atlantikwall die de Duitsers vanaf 1942 aanlegden zijn dezelfde typen te bewonderen. Freekenhorst: „Het is een soort Ikea-systeem. Bouwers kregen een blauwdruk, van Noorwegen tot Spanje.” Hij wijst op de Geschutsbunker: „Die ligt ook op het strand van Calais, kapot door erosie.”

Al zevenendertig jaar werkt Freekenhorst bij de post. Na zijn werk kruipt hij achter de computer om op het fortificatieforum informatie uit te wisselen of geeft hij rondleidingen in een bunkercomplex in Rijswijk, dat ook tijdens de Koude Oorlog werd gebruikt. „Als ze bunkers bekijken, ervaren mensen de omvang van oorlog en bezetting, dat is best beladen. Dan gooi ik er een grapje in.”

Hij waadt door de vuurdoorn en de spookachtige webben van de stippelmot om de Vuurleiding te bekijken. Nog nooit heeft hij de halfronde bunker, die werd gebruikt om de richting van het geschut te bepalen, van voren gezien en dat kan natuurlijk niet. Als hij zich er in laat zakken is hij weer die jongen van dertien, die in elk gaatje kroop.

Ik berust erin dat ik niet alle bunkers van de Atlantikwall zal kunnen zien

Jan Freekenhorst

Ook zijn kinderen nam hij mee bunkeren, bijvoorbeeld in Bayeux. „Dan waren we daar en dan was het: hé, pa daar liggen ook bunkers. Dat had ik ingepland, natuurlijk.” Achtduizend bunkers zag Freekenhorst en noteerde ze in een Excelschema. Op festungeuropa.nl deelt hij foto’s en gps-coördinaten. Zijn vrouw geeft hem elk jaar tien dagen ‘bunkervrijstelling’. Zo gaat hij binnenkort naar het puntje van Denemarken. „Ik neem een half jaar voor de voorbereiding.”

Freekenhorst: „Er is ontzettend veel neergezet. Ik berust erin dat ik niet alle bunkers van de Atlantikwall zal kunnen zien.” Maar wel zoveel mogelijk.

Nog even door het 450 meter lange ondergrondse gangenstelsel dat de manschappenbunkers verbond en naar de geschutsbunkers leidde. „Type 501”, zegt Freekenhorst. Bijna nooit kun je erin, ook omdat er een kolonie vleermuizen woont. Terwijl hij afdaalt fotografeert hij het Duitse nummer op de muur: 1423.

Als bunkeraar moet je niet bang zijn. „Soms hoor je gestommel, dan is er al iemand of je vindt een nest van een dier.” Hij zwaait met een grote zaklantaarn: „Ik heb een lamp en die is niet zachtjes.”