Recensie

Recensie

Volvo lokt de Focus-man, met design en dynamiek

Autotest rijdt in de nieuwe Volvo S60. Die is superieur aan zijn eigen oudere S60. Maar dat enorme verbruik!

De Volvo S60 bij Broekhuis in Groningen.
De Volvo S60 bij Broekhuis in Groningen. Foto Merlijn Doomernik

Volvo presenteert de nieuwe Volvo S60 onder de rook van Rotterdam in Spijkenisse. Merkwaardige keuze. De nieuwbouwwijken die ik er zie liggen, gaan door merg en been. De projectontwikkelaar heeft eigenzinnige architectuur beloofd, gok ik, maar wat boter bij de vis had moeten zijn werd een forensenhel bij daglicht.

Sta je dan met je maatpakkenvervoer. Volvo’s serveer je voor een Bloemendaalse strandtent, een Goois kasteel, voor mijn part in een ring van biofoodtrucks op de Dam. In de allerlaatste plaats lever je ze uit aan de mét Volendam enige gemeente waar Geert Wilders durft te flyeren, citeer ik de Renault-man die mijn standsbewuste afschuw oppookte. En zo het slechtst denkbare voorbeeld gaf, want Spijkenisse kan er niets aan doen – half Nederland zit in een stijlcrisis.

Dan valt het kwartje in een flits van inzicht. Hier woon je namelijk betaalbaar. De hypotheekbedragen scheppen ruimte voor een stukje bijtelling, voor fleuriger genoegens dan de thuishaven. Hier is in de overslag en in de olie altijd werk. Men krijgt een leasewagen, men heeft goede vooruitzichten. Hier kan een man, zijn Vinex-uitzicht en zijn Focus beu, vanaf heden met uitdagende gedachten spelen. Hij neemt een S60, met twintig inch velgen en de dikste turbo. Juist hier kan Volvo de gewone burger leren dromen.

Dit is dus de sedan-broer van de eerder onthulde stationcar V60. Tsja, sedans – waarom zou je er nog aan beginnen? Volvo heeft tenslotte al een grote met dezelfde viercilinders en hetzelfde onverbeterlijke dashboard, de S90. Toch ziet het ruimte voor een gekrompen S90-kopie in de hogere middenklasse. Daar stappen inderdaad steeds meer mensen op crossovers over, maar je weet nooit wat er broeit bij de premium zakenrijder die nu nog BMW of Audi rijdt, om maar te zwijgen van de Focus-man uit Spijkenisse. Volvo lokt hen met evenwichtig, elegant design, beproefde veiligheid en de voor filerijders van vandaag zo onontbeerlijke dynamiek. Het zet hem in zijn kracht als sportsedan en de S60 wordt in Nederland uitsluitend leverbaar met flitsend R-Designpakket. De velgen meten minstens 18 inch, intieme delen zijn in glossy black gespoten, de instaplijsten zijn van aluminium en het chassis is iets verlaagd.

Daar moest ik bij zijn. Ook omdat ik zelf S60 rijd, waaruit u terecht mag concluderen dat het concept van de sportieve Volvo mij bekoort. Volvo heeft ideaal vergelijkingsmateriaal neergezet. De S60 T5 heeft met 250 pk exact hetzelfde vermogen als de mijne en de prestaties ontlopen elkaar nauwelijks. Anderzijds staan tussen mijn youngtimer en zijn laatste nazaat bijna twee decennia verwoede innovatie. Ik heb geen touchscreen infotainment, geen batterij actieve veiligheidssystemen, geen achttraps automaat. De nieuwe zou in alle opzichten superieur moeten zijn.

Ondeugd

Dat is hij wel en niet. De motor heeft geen kind aan hem, de stoelen zijn weer onnavolgbaar goed. Hoe Volvo het flikt weet ik niet, maar de S60 heeft in zijn goedmoedige omgangsvormen das gewisse Etwas behouden dat een Volvo altijd van de Duitse mainstream onderscheidde. Ondanks de wat wezenloze besturing draait hij voor een snelle bocht de hand niet om en aan de beperkte hoofdruimte achterin zullen de kids van Spijkenisse vooralsnog niet lijden. Het ene máár weegt helaas zwaar. De S60 deelt de structurele ondeugd van Volvo’s nieuwe benzinemotoren; het buitensporige verbruik. Na de rustige testrit gaf de boordcomputer een gemiddelde van 9,8 liter op 100 kilometer aan, haast 1 op 10 waar Volvo 1 op 15 opgeeft. Diesel dan maar? Niet leverbaar. Past history, vindt Volvo.

Daar gaat de droom van onze Focus-man te Spijkenisse. Zulke cijfers zullen de leasemaatschappij van zijn werkgever immers onaangenaam verrassen. In ernst: ik kan er met mijn verstand niet bij dat een aantrekkelijk, strategisch doortastend merk met hooggestemde milieudoelstellingen het er op dit kardinale punt zo bij laat zitten, terwijl mijn 18 jaar oude vijfcilinder op de snelweg nota bene 1 op 13 haalt. Die klinkt bovendien aristocratischer en onverstoorbaarder dan de bij volgas ordinair blèrende turbo van de jongste spruit. Hier staat een excellente auto met één kapitaal gebrek. Het heil zal moeten komen van de twee plugin-hybride varianten, de T6 en T8. Daar zal een elektromotor, waarvan de actieradius is vergroot naar circa 50 kilometer, het drinkersleed wellicht verzachten. Ze wegen wel 1931 kilo, kolossaal. Van 1 op 10 naar 1 op 11, vrees ik. Maar wonderen bestaan, zelfs in Spijkenisse.