Opinie

    • Auke Kok

Twee lieve vleeseters op het Osdorpplein

Column

Auke Kok

‘Alles naar wens?”, vraagt de serveerster onderweg naar de keuken. Geroutineerd maar wel gemeend. De man, grijs haar, bril, vaalgroen jack, kijkt op van zijn bord. De vraag bevalt hem. Alles bevalt hem, is mijn conclusie als vlieg aan de muur. „Heerlijk”, zegt hij. Naast hem in een rolstoel een vrouw die nog wat ouder lijkt dan hij. De vrouw let nergens op, ze hapt in een broodje waarvan het vlees aan weerszijden een goed heenkomen zoekt. Ze kauwt gretig, schijnbaar bevreesd dat de dierlijke eiwitten het Osdorpplein opvluchten zodra haar aandacht een moment verslapt.

Ook zij vindt het heerlijk, kan niet missen.

De serveerster is al verdwenen – in Brasserie De Serre is genoeg te doen. Genoeg gewone mensen om te bedienen: klanten die vlees eten met een lust die in mijn omgeving steeds minder voorkomt. Al bijna verdacht is. Zo modern, als je het zo mag noemen, zijn de oude man en de nog oudere vrouw niet. In volle concentratie trekt de vrouw de vetranden van de ham en legt ze als een bergje witte smurrie apart. Vies? Nee. Het lekkerste voor het laatst.

In Brasserie De Serre in Nieuw-West mag je zijn wie je bent

In de brasserie in Nieuw-West in Amsterdam mag je zijn wie je bent. In haar geval betekent dat: geluidloos en met een vestje scheef over haar schouders. De mondhoeken naar beneden, groene wollen sjaal, rode, niet meer zo schone broek om haar bewegingloze benen. De oude man, ik denk haar zoon, heeft net als zij twee broodjes op zijn bord, de bovenste helften schuin vanwege het vlees eronder. Zorgvuldig neemt hij kleine hapjes, dan duurt het langer.

Niemand zegt wat, alsof elk woord het plezier bederft. Ze hebben elkaar en zo is het goed. Misschien is dit het hoogtepunt van hun dag die verder weinig prikkels kent. Samen naar De Serre, broodje vlees, ja gezellig. Mooi om te zien, al ben ik dan geen vleeseter. Ze kauwen en laten de klok zijn werk doen. Geruststellend ouderwets.

Als het staren, het eten, het schikken van de vetrandjes voorbij is, staat de man op. Helpt zijn moeder in haar jas, wat lastig is. Haar armen willen niet in de mouwen. Hij sjort, zij schudt in haar rolstoel, gelaten. „Mam, ik haal ’m er even uit.” Hij pakt een stoel en gaat recht voor haar zitten. Opnieuw wrikt en trekt hij dat het een aard heeft. De moeder laat het gebeuren. Zij vergeeft haar zoon zijn onhandigheid.

Dan zit eindelijk alles goed. Hij rijdt zijn moeder de zaak uit. De serveerster rent voor hen uit om de deur open te houden. „Super”, zegt de man en door het raam zie ik hem lopen, rechtop in een wolk van trots op zijn moeder. Mogelijk ook uit tevredenheid met zichzelf, dat hij dit voor haar overheeft. Mij best. Opgewarmd kijk ik hem na als hij tussen de mensen op het plein verdwijnt.

Zien hoe iemand voor een ander zorgt, daar gaat niets boven.

Auke Kok is schrijver en journalist.