Tsunami luidde het sultanaat van Atjeh in

Archeologie Vondsten maken aannemelijk dat een grote tsunami op Sumatra eind veertiende eeuw letterlijk ruimte maakte voor nieuwkomers.

Onderzoekers bestuderen de kenmerken van een middeleeuwse grafsteen in Noord-Sumatra die door de tsunami van 2004 omvergespoeld werd.
Onderzoekers bestuderen de kenmerken van een middeleeuwse grafsteen in Noord-Sumatra die door de tsunami van 2004 omvergespoeld werd. Foto Patrick Daly

Eind veertiende eeuw trof een tsunami de noordkust van Sumatra. De vloedgolf verwoestte niet alleen een groep nederzettingen, maar stond ook aan het begin van de opkomst van het sultanaat Atjeh. Dat blijkt uit archeologisch onderzoek door een internationale groep onderzoekers uit onder meer Indonesië en Singapore dat maandag is gepubliceerd in PNAS.

Na de grote tsunami in 2004 hebben geologen, historici en archeologen belangstelling gekregen voor tsunami’s in het verleden. Op basis van geologisch onderzoek in 2007 en 2008 was al bekend dat er waarschijnlijk rond 1394 en 1450 twee tsunami’s zijn geweest bij de noordkust van Sumatra.

Om te kijken of dat klopte en wat de impact is geweest, hebben de onderzoekers over een lengte van veertig kilometer veldverkenningen gedaan aan de kust ten oosten en westen van de moderne stad Banda Atjeh. Ze richtten zich daarbij vooral op scherven historisch aardewerk.

Tien nederzettingen

In totaal vonden ze meer dan 30.000 scherven; aan de hand van concentraties aan het oppervlak hebben de onderzoekers tien nederzettingen van voor 1394 ontdekt. Datering van het vroegste aardewerk maakte duidelijk dat de nederzettingen rond 1200 moeten zijn begonnen.

Eén nederzetting, de meest oostelijke in het onderzoeksgebied, sprong eruit ten opzichte van de rest: hier vonden de onderzoekers niet alleen meer dan de helft van alle aardewerkscherven, maar ook luxe import uit China, India, Syrië, Thailand en Vietnam.

In totaal vonden de onderzoekers meer dan 30.000 scherven

De onderzoekers denken dat het om Lamri gaat, een belangrijke handelsplaats op de middeleeuwse maritieme Zijderoute die voorkomt in Chinese, Arabische en Maleisische bronnen. Tot nu toe was de precieze locatie ervan niet bekend.

In tegenstelling tot de andere nederzettingen lag Lamri enkele meters boven zeeniveau; na 1395 gaat de bewoning hier door en blijft er ook sprake van internationale handel. De tsunami moet alle andere nederzettingen hebben weggespoeld, want het bijna volledig ontbreken van aardewerk daar maakt duidelijk dat er in het begin van de vijftiende eeuw geen tot nauwelijks bewoning is geweest.

Grafstenen

In de tweede helft van de vijftiende eeuw komt het gebied ten westen van Banda Atjeh weer op en overvleugelt Lamri, dat begin zestiende eeuw verlaten wordt en uit de bronnen verdwijnt. Grafstenen in de stijl van Pasai, een havenstad in de Straat van Malakka, maken duidelijk dat nieuwkomers gebruik hebben gemaakt van de gevolgen van de tsunami en het gebied zijn binnengekomen. Hier waren moslimhandelaren verder weg van de Portugezen die in 1511 Malakka hadden ingenomen. Voor de zekerheid werden in het gebied ook verdedigingswerken gebouwd. Het nieuwe handelsgebied groeide uiteindelijk uit tot het sultanaat Atjeh, waarmee Nederland later in oorlog raakte.

Van de tsunami van 1450 hebben de onderzoekers geen sporen gevonden: of er is geen verwoestende vloedgolf geweest of het gebied was nog zo weinig hersteld van de vorige tsunami dat de nieuwe nauwelijks zichtbare impact heeft gehad.

De onderzoekers hebben vanuit het verleden ook naar de toekomst gekeken. Het valt ze op dat de kuststrook na de tsunami van 2004 weer is volgebouwd. Hoewel onzeker is wanneer het zal gebeuren, maakt de geschiedenis duidelijk dat het gebied op een dag weer door een tsunami getroffen zal worden.