Opinie

    • Lotfi El Hamidi

Terug naar de keuken, met een gouden randje

Lotfi el Hamidi

Als reactionaire bewegingen één ding met elkaar gemeen hebben dan is het wel de neiging feministische verworvenheden terug te draaien. In het ene land uit zich dat in strenge abortuswetten, in het andere tot de verplichting een sluier te dragen. En toevallig zijn het altijd mannen die aan de basis staan van zulke fantastische ideeën.

„De ‘bevrijde’ status van vrouwen wordt gewoonlijk gevierd als een van de grote triomfen van de laat-liberale samenlevingen”, schreef Thierry Baudet in zijn geruchtmakende Houellebecq-essay. „Tegenwoordig worden vrouwen [...] aangemoedigd om een carrière en financiële onafhankelijkheid na te streven. Er wordt verwacht dat ze de traditionele rol afwijzen om een man te ondersteunen. Maar hoe pakt dit daadwerkelijk voor ze uit? [...] Als ze fulltime blijven doorwerken dan wordt het bouwen aan een gezin extreem moeilijk, zelfs onmogelijk. Daarom krijgen vrouwen [...] ook steeds vaker minder kinderen – als ze ze überhaupt al krijgen.”

Bij zijn pleidooi voor een traditioneel rollenpatroon moest ik denken aan de wijze waarop islamistische revival-bewegingen in de vorige eeuw vrouwen uit de publieke sfeer probeerden te weren. De toenemende zichtbaarheid van jonge vrouwen in het openbaar en hun groeiende economische en politieke macht zorgden ook in islamitische landen voor een identiteitscrisis bij mannen. Vrouwen werden onafhankelijker, trouwden op latere leeftijd en kregen minder kinderen. Hoe om te gaan met deze ‘nieuwe’ vrouw?

Fundamentalisten hielden zich obsessief bezig met dit thema, die in vrouwenemancipatie de zedeloosheid en decadentie van de moderne, verwesterde samenleving zagen. De ‘klassieke’ (lees: dienende) rol van de vrouw werd daarom geïdealiseerd, het moederschap verheerlijkt, het gouden randje aan de simpele ‘terug achter het aanrecht’-reactie.

Toen in de jaren 80 bleek dat die denkbeelden ook hier in de achterbuurten van de grote steden bestonden, waren het rechtse partijen die zich steeds weer opwierpen als voorvechters voor vrouwenemancipatie binnen islamitische gemeenschappen. Ook Baudet nam die rol op zich, door in zijn zogenaamde Wet Bescherming Nederlandse Waarden de gelijkheid tussen man en vrouw te verankeren, één van de kernwaarden die ‘islamitische migranten’ onvoorwaardelijk zouden moeten onderschrijven.

Maar waarom zouden zij? Want kennelijk leidt die gelijkheid tussen man en vrouw volgens Baudet zelf tot een verweesde samenleving. Of is Baudet alleen begaan met de emancipatiestrijd van de moslima? Dat zou een merkwaardige positie zijn voor een nationalistische politicus. Of zijn vrouwenrechten voor Baudet alleen een stok om moslims mee te slaan?

Ik denk vooral dat laatste.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.