Hoe Red Light Jazz in een paar jaar tijd een begrip werd

Jazz Geen jazzliefhebber kan meer om Red Light Jazz heen. Van Condomerie tot kerk: vanaf vrijdag 7 juni swingt het overal op en rond de Wallen, dit jaar met speciale hoofdrol voor de bas. ‘Onze jazz is voor iedereen.’

Wouter Kiers Kwartet featuring Burlusque danseres Natsumi Scarlett in Paleis van de Weemoed (2018).
Wouter Kiers Kwartet featuring Burlusque danseres Natsumi Scarlett in Paleis van de Weemoed (2018). Foto Lex Hulscher

„Als je basgitaar speelt, dan zitten de sound en swing in je vingers”, zegt basgitarist en contrabassist Phaedra Kwant. „Voor veel mensen is de contrabas een betrekkelijk onzichtbaar instrument in een band. Saxofoons of drums trekken meer aandacht dan de donkere klank van de bas, maar voor mij is de basgitaar het belangrijkste. De bas biedt het fundament. Hij verbindt de ritmische drums met de harmonie van piano en gitaar”.

Phaedra Kwant treedt op tijdens de zesde editie van Red Light Jazz, een festival dat zich afspeelt op en rondom de Amsterdamse Wallen. Dit jaar staan basgitaar en contrabas centraal.

Opmerkelijk hoe snel Red Light Jazz zich wist te ontwikkelen tot een vooraanstaand muziekevenement. In 2014 nam funkgitarist Marcel Kaatee het initiatief jazz-optredens te organiseren in de Rosse Buurt. In Marco Oskam, eigenaar van het legendarische jazz- en danscafé Casablanca aan de Zeedijk, vond hij een medestander. Al sinds 1946 treden hier jazzartiesten op. Oskam: „Met het festival willen we een ander beeld geven van de Wallen dan het negatieve imago”. Kaatee: „Ik vind het een gemis dat Amsterdam geen serieus jazzfestival had of een levendige jazz-scène, daarin wilden wij verandering brengen.” In de stad zijn – naast jazztempel het Bimhuis – wel enkele belangrijke jazzkroegen, zoals Alto, The Cotton Club, Bourbon Street en blues- en rockcafé Maloe Melo, maar voor de werkelijke jazzfan is het niet optimaal. De cafés liggen verspreid over de stad.

Op de Zeedijk (2017).

Foto Marcel Kaatee

Volgens Kaatee is jazz een „verbindende muziekvorm, waarin geoefend en beginnend talent samenspeelt en improviseert. Dat ‘verbindende’ hebben we op de Wallen nodig, zodat de diverse ondernemers meer gaan samenwerken en de hele buurt er beter van wordt.” Beiden betreuren het dat de gemeente Amsterdam tot nu toe geen subsidie verstrekt, terwijl het festival het mooiste van de Wallen laat zien. De organisatie verwacht dit jaar 5.000 bezoekers op 43 locaties voor 103 optredens van 90 artiesten. Hiermee is het een van de belangrijkste muziekbelevenissen in de stad. Grote namen dit jaar zijn Michiel Borstlap, Hans Dulfer, Dutch Swing College Band, zangeres Sabrina Starke en enkele vooraanstaande bassisten.

De Amerikaanse trompettist Tom Browne in Olof’s (2018).

Foto Sander Baks

In Casablanca heerst de sfeer van toen. Bij binnenkomst valt het portret op van de Surinaamse tenorsaxofonist Kid Dynamite, eigenlijk Lodewijk Parisius. In de na-oorlogse jaren trad hij hier regelmatig op, vooral voor de Surinaamse gemeenschap die de jazz uit Amerika in Nederland introduceerde. „Over Casablanca schreef een krant destijds dat het een ‘heete club’ was. Op de Zeedijk en elders, bijvoorbeeld in The Cotton Club, swingde de live jazz”, aldus Kaatee, die bij het Nederlands Jazz Archief de Amsterdamse roots van de jazz onderzocht.

„Jazz is in de hoerenbuurt van New Orleans ontstaan vanuit de blues, in rauwe kroegen, op straathoeken. Die oorsprong brengen we terug. Van begin af aan was duidelijk dat we muziek moesten programmeren in allerlei buurtlocaties, dus Casablanca, Sint Olofskapel, Bethaniënklooster, Paleis van de Weemoed, de korpszaal van het Leger des Heils en zelfs het theaterpodium van Casa Rosso, waar ’s avonds en ’s nachts striptease en liveshows welig tieren. Jazz is voor iedereen, de meeste concerten zijn zelfs gratis. Red Light Jazz laat de oude binnenstad weer swingen.” Oskam vult aan: „De uitersten van het festival passen bij de Wallen.”

Chet Baker

In 2014, bij de eerste editie, bracht men onder de luifel voor Hotel Prins Hendrik aan de rand van de Wallen een eerbetoon aan jazztrompettist Chet Baker; vanuit een raam op de tweede verdieping van dit hotel maakte hij op 13 mei 1988 een dodelijke val.

Foto’s iStock, bewerking NRC/Peter Lipton

Dit jaar extra veel contrabas ofwel double bass en basgitaar dus, grote en stoere instrumenten die het verdienen in het brandpunt te staan. Contrabassist Joris Teepe noemt zijn instrument „mijn eigen stem waarmee ik communiceer met de andere musici”. Sommigen noemen de bas het fundament van de band, maar Teepe ziet het anders: „Ik beschouw de bas als gelijkwaardig aan de blazers, gitaar of percussie. De sensatie van jazz is juist dat je elkaar aanvult, elkaar uitdaagt en daardoor tot grote hoogten komt”. Teepe speelde jarenlang samen met Rashied Ali, de drummer van de grote avant-garde saxofonist John Coltrane.

Veel van de optredende artiesten op Red Light Jazz studeerden aan het Conservatorium van Amsterdam. Vakdocent basgitaar David de Marez Oyens houdt zijn studenten voor dat „een basspeler de ambitie moet hebben anderen te laten excelleren, dan ga je zelf ook beter spelen”. Jazz en pop liggen dicht bij elkaar: „Het gaat mij om de muziek, die werelden kun je niet van elkaar scheiden.” Dat laatste bewijst ook het optreden op de openingsavond van Ida Nielsen, jarenlang de basgitarist van Prince, ook wel genoemd Prince’s Funk Princess.

Beslist een van de allergrootste basspelers is Jimmy Haslip, oprichter en decennialang lid van het fusionkwartet Yellowjackets en woonachtig in Los Angeles. Door de telefoon vertelt hij het als een eer te beschouwen op te treden op dit festival: „Mijn voorouders komen uit Curaçao, ik heb banden met Nederland. In mijn optreden breng ik een ode aan de grandioze Amerikaanse bassist Jaco Pastorius van Weather Report, die iets ongekends verrichtte: hij maakte van de basgitaar een solo- en melodie-instrument. Hij behandelde de bas alsof hij een lied zong of soleerde.”

Percussionist Jeroen de Rijk speelde diverse keren met Haslip en weet precies waar het om draait: „Ik ben een free floating percussionist, zoals dat heet”, zegt hij. „Ik speel niet in vaste patronen, ik voeg met mijn grooves iets toe aan de muziek. De geloofwaardigheid van jazz is dat je samen met elkaar een complot smeedt en dat de muziek ter plekke ontstaat. Live jazzmuziek vangt de energie en drive van het straatleven. Als het samenspel lukt, breekt het wolkendek open – dan bereik je het hoogste in de muzikale improvisatie”.

In het scala van basgitaristen neemt contrabassist Tijs Klaassen en bijzondere plaats in. In zijn spel probeert hij het oorspronkelijke akoestische geluid van de contrabas zo dicht mogelijk te benaderen. Klaassen: „Voor mij is het fascinerend dat je veel nadrukkelijker aanwezig bent dan mensen denken. Ik houd erg van de klassieke jazz, gespeeld tussen 1920 en 1960. De bassisten van toen hadden een enorme impact op de muziek.”

Dansend paar voor Café De Roode Laars (2018).

Foto Lex Hulscher

Rosse buurt ideaal voor jazz

Evenals de andere musici roemt Klaassen de Rosse Buurt als ideale speelplek voor de jazz: „Juist in cafés op de Wallen, waar veel mensen misschien niet durven komen. Ik speel ook in het Bimhuis en op tal van internationale podia, maar in de kleine kroegen heb je direct contact met het publiek. Ik durf meer risico’s te nemen. De akoestiek is misschien niet zo perfect als in een officiële jazzclub, iedereen drinkt een biertje en het gaat er swingen”. Drummer Jeroen de Rijk vindt het fantastisch jazz te spelen op een plek waar „dames zo pronkzuchtig voor de gordijnen zitten en er juist niet achter, en ja, basgitaren en percussie in de Condomerie, hoe tof kun je het hebben?”

Red Light Jazz, vrijdag 7 t/m zondag 9 juni. www.redlightjazz.com