Geeft Nederland nu wel of niet genoeg uit aan defensie?

Nederland draagt te weinig bij aan de NAVO-begroting, vindt de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra. Minister Ank Bijleveld zegt juist veel meer geld aan defensie uit te geven.

Het vertrek van militairen vanaf Eindhoven Airport naar de NAVO-oefening Trident Juncture in Noorwegen.
Het vertrek van militairen vanaf Eindhoven Airport naar de NAVO-oefening Trident Juncture in Noorwegen. Foto Remko de Waal/ANP

De marechaussee krijgt er drie miljoen euro bij voor grensbewaking. De veiligheidsdiensten AIVD en MIVD mogen een extraatje van bijna dertig miljoen per jaar verdelen. Het zijn voorbeelden van de extra defensie-uitgaven die het kabinet deze week aankondigde in de Voorjaarsnota. „Nederland laat hiermee zien dat we onze afspraken nakomen en een betrouwbare bondgenoot binnen de NAVO zijn”, zei minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) in het begeleidende persbericht.

Over deze blijmoedigheid goot Pete Hoekstra, de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, meteen koud water. In een interview met de Volkskrant wees Hoekstra erop dat de Nederlandse uitgaven ook de komende jaren ruim onder de NAVO-norm blijven – ondanks de extra investeringen. Nederland is dus volgens Hoekstra helemaal „niet bereid om zijn eerlijke aandeel bij te dragen aan de Navo”.

Op de vraag ‘doet Nederland nu wel of niet genoeg?’ luidt het antwoord: dat hangt ervan af hoe je kijkt. Bijleveld benadrukt al sinds haar aantreden in 2017 dat de Nederland na jaren van bezuinigingen substantieel meer geld steekt in defensie. De Amerikanen, die nu meer dan driekwart van de defensiegelden in de NAVO betalen, blijven erop hameren dat de Europeanen te weinig bijdragen. Beide standpunten zijn te ondersteunen met cijfers.

2 procent

Opgeschrikt door de Russische inname van de Krim, besloten de NAVO-leden in 2014 om meer te gaan investeren in defensie; de uitgaven moeten stijgen totdat ze 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedragen. Voor Nederland gaat het in 2019 om 16 miljard euro. De huidige defensiebegroting is ongeveer 10 miljard, goed voor 1,3 procent van het bbp.

Lees ook dit opinieartikel: ‘Investeer ook in personeel van defensie, dat is veiliger’

Dat is onder het Europese gemiddelde (1,5 procent), meer dan in Duitsland (1,25 procent) en veel minder dan in Polen (1,98 procent) en de VS (3,5 procent).

De komende jaren steekt het kabinet extra geld in defensie, voor onder meer ‘vuurkracht op het land’ (bijvoorbeeld tanks) en cyberoorlogsvoering. In 2024 wordt daardoor een kleine half miljard euro meer uitgegeven dan nu. Doordat de economie naar verwachting ook blijft groeien, blijft het percentage toch rond de 1,3 procent schommelen in de komende jaren. Dat is het argument voor Hoekstra om te zeggen dat Nederland niet genoeg zijn best doet om de 2 procent te halen.

Wie niet vooruit kijkt, maar terugkijkt, krijgt een ander beeld. In 2014, het jaar van de NAVO-norm, gaf Nederland 1,06 procent uit. Dat was het laagste getal sinds 1815, signaleerde de website Marineschepen.nl, lager zelfs dan tijdens de „jaren van het gebroken geweertje” in het interbellum.


De huidige 1,3 procent betekent dat nu zo’n drie miljard meer op de begroting staat dan vijf jaar geleden. Het kabinet sluit niet uit dat er in de toekomst nog meer geld komt.

Salarissen

Nu zegt dit soort begrotingscijfers niet alles over de werkelijke slagkracht van een krijgsmacht. Landen als Griekenland en Estland scoren boven de NAVO-norm, maar geven het geld vooral uit aan salarissen voor militairen – die niet veel (geavanceerd) materieel hebben. Daarom tellen daarnaast ook investeringen in materieel (radartechnologie, gevechtshelikopters) en ‘capaciteit’ (zoals een cybercommando of inlichtingeneenheid). Daar is ook een NAVO-norm voor: de investeringen moeten minimaal 20 procent van de defensie-uitgaven bedragen. In 2018 zat Nederland daar nog net onder (18,9 procent). Inmiddels liggen de investeringen op 22 procent, zo meldt een woordvoerder van Defensie desgevraagd. Bijleveld zei woensdag dan ook tevreden op Radio 1: „We weten precies waarin geïnvesteerd moet worden om vandaag [...] onze vrijheid te beschermen.”