Zonder deze schilder had het impressionisme niet bestaan

Caillebotte De Fransman Gustave Caillebotte maakte niet de bekendste schilderijen. Maar het is aan hem te danken dat we het werk van Manet en Monet, van Degas en Renoir kennen.

'Parijs: Regenachtige dag' (1877) van de Franse schilder Gustave Caillebotte.
'Parijs: Regenachtige dag' (1877) van de Franse schilder Gustave Caillebotte. Foto’s BPK/The Art Institute of Chicago/ Art Resource NY, Musée d’Orsay/RMN

Een geërfd vermogen dat hem complete vrijheid verschafte, en het vooruitzicht van een vroege dood; dat waren de omstandigheden die het leven van de Franse kunstenaar Gustave Caillebotte bepaalden.

Als liefhebber van botanie was Caillebotte (1848-1894) vertrouwd met de principes van erfelijkheid en afwijking. Uit nagelaten documenten komt hij tevoorschijn als een innemende maar ook een intelligente man, al vroeg meer dan gangbaar bewust van de eindigheid der dingen. Zijn vader stierf toen hij nog jong was, kort daarop gevolgd door zijn broer René, die pas 25 was. Twee dagen later, op 3 november 1876, maakte hijzelf zijn testament op. Hij was toen 28 jaar.

Er zouden nog twee testamenten volgen tot hij op zijn 45ste plotseling stierf aan een longaandoening, werkend in zijn orchideeënkas op het landgoed Petit Gennevilliers. Dat ligt niet ver van het lieflijke Argenteuil, waar Monet, Sisley, Renoir en hijzelf zo veel schilderijen van hebben gemaakt.

Caillebotte woonde nog maar sinds kort permanent op die paradijselijke buitenplaats, gekocht van het fortuin dat zijn vader had gemaakt met textiel en beddengoed voor het Franse leger. Zijn nalatenschap bestond uit een collectie schilderijen met een huidige veilingwaarde van tientallen miljoenen per stuk, voor zover ze überhaupt nog een becijferbare marktwaarde hebben. Aan de wanden van Petit Gennevilliers hingen Manets Le Balcon, Degas’ Danseuse sur la scene, Monets Gare Saint-Lazare en Renoirs Le Moulin de la Galette.

Vandaag zijn dat de populairste schilderijen naast de korenvelden van Van Gogh, maar rond het sterfjaar van Caillebotte, 1894, was de strijd om het impressionisme nog niet beslecht. Salonkunstenaars als Jean-Léon Gérôme golden toen nog als de trots van de Franse natie. Korte tijd later zou die rangorde op zijn kop worden gezet. In die omslag hadden het legaat en de persoon van Caillebotte een bepalende rol.

Dat klinkt overdreven nu Franse landschappen met klaprozen synoniem zijn voor kunst die iedereen mooi vindt, maar toch is het zo: zonder het legaat van Caillebotte was een groot deel van het impressionistische erfgoed aan de Franse neus voorbij gegaan. Sterker nog, het is de vraag hoeveel van die schilderijen überhaupt zouden zijn gemaakt. Pissarro en Monet waren lang economisch afhankelijk van hun bemiddelde vriend en collega. Hij organiseerde tentoonstellingen, bemoedigde hen in tijden van tegenspoed, wendde zijn invloed aan en betaalde hun huur als dat zo uitkwam. En hij kocht hun werk, met een scherp afgestelde antenne voor kwaliteit.

Droomlegaat met gedoe

Vanaf het moment dat het tot hem doordrong hoe zijn kaarten lagen, rond zijn achtentwintigste, had Caillebotte zichzelf een doel gesteld dat dwars door de schaduw van zijn eigen dood voerde, in de toekomst van de moderne kunst. En zo had hij gebouwd aan de verzameling die de aanleiding vormde van dat vroege testament.

Een reden dat de Franse overheid niet beide handen uitstrekte naar dat droomlegaat was dat Caillebotte er een harde voorwaarde aan had verbonden: alle werken moesten worden opgehangen in het Musée du Luxembourg, en later in het Louvre. Dat gaf gedoe, want welke stukken moesten dan wijken? Na het nodige duw- en trekwerk werd het probleem nog vrij snel opgelost door de bouw van een speciale vleugel voor 38 impressionistische schilderijen. Vandaag hangen die in het Musée d’Orsay. De rest, 25 stuks, verdween in particuliere collecties.

Een bijzonder aspect, dat een extra helder licht werpt op de persoonlijkheid van de man achter deze geschiedenis, is dat het legaat geen enkel werk van hemzelf vermeldde.

‘Vloerschavers’ (1875) van de
Franse schilder Gustave Caillebotte.
Foto’s BPK/The Art Institute of Chicago/ Art Resource NY, Musée d’Orsay/RMN

Dat was niet omdat het hier een onbelangrijke hobby van een rijke mecenas betrof. In eigen kring gold Gustave Caillebotte allang als een geheimtip, en niet alleen om zijn geld. In het jaar waarin hij zijn eerste testament opmaakte had hij net zijn baanbrekende Vloerschavers (Les raboteurs de parquet) geëxposeerd. Vandaag is dat een paradepaard uit de collectie van het Orsay, dankzij, let wel: het feit dat zijn zaakwaarnemers Renoir en zijn broer Martial het toevoegden aan het legaat. Het was dus een cadeau.

En geen cadeautje. Met zijn sterke perspectief, kristallijne schilderwerk, prachtige indirecte licht en ongewone onderwerpkeus is het een van de radicale meesterwerken uit de late negentiende eeuw. Dat geldt ook voor andere werken uit zijn oeuvre. De beste zijn betoverend goed, en volkomen eigen.

Maar de meeste van die werken bevinden zich nog steeds in particuliere handen, vaak in de Verenigde Staten of weggestopt in provinciale musea. Zijn vrienden hadden een pleitbezorger, maar hijzelf niet. Hij opereerde achter de schermen van zij eigen grote plan, en daarmee bleef ook zijn oeuvre buiten beeld. Het is nog steeds een heksentoer om een complete overzichtstentoonstelling van Caillebotte te realiseren.

Caillebotte koos zijn onderwerpen en stemde zijn stijl daarop af, totaal ongehinderd door de noodzaak om te verkopen

Vandaar misschien dat de Berlijnse Alte Nationalgalerie te veel belooft met zijn banieren en persberichten van een tentoonstelling over Caillebotte. Feitelijk gaat het om een tentoonstelling rondom een enkel kunstwerk: Parijs, Regenachtige dag, geleend van het Art Institute in Chicago. Om dat grote schilderij van de gloednieuwe Boulevard Hausmann hebben ze in Berlijn een kleine presentatie gemaakt, die goed laat zien hoe Caillebotte te werk ging. Alles, van het perspectief tot en met de kleur van natte keien is voorbereid, met tekeningen en olieverfschetsen, waarvan een selectie is opgehangen in een halfcirkelvormige ruimte, als een hersenpan achter het schilderij. Die daarmee een prachtig inkijkje biedt in de denk- en werkwijze van deze kunstenaar. Naast dat grote schilderij is een halfslachtige poging gedaan om de verzameling van Caillebotte te evoceren met impressionistische werken uit eigen collectie. Jammer, want ook de informatieve catalogus verdient een rijkere tentoonstelling.

Hij schilderde als de eerste fotograaf

Maar Parijs: Regenachtige dag maakt veel goed, als een meesterwerk dat in de context van het impressionisme tegen alle verwachtingen in gaat. Dat geldt voor een groot deel van het oeuvre van Caillebotte: waar bij zijn schilderende vrienden altijd de zon schijnt, heeft hij herhaaldelijk het effect van regen op onnavolgbare wijze geschilderd. Hij bereidde alles voor, terwijl zijn vrienden Monet, Renoir en Pissarro juist eer stelden in de directe weergave van een motief op het doek. En waar zijn vrienden hun taferelen meestal situeerden in een parklandschap, had Caillebotte een bijzondere belangstelling voor de stedelijke omgeving. Gloednieuw aangelegde boulevards en bruggen met hun massieve ijzerconstructie en slagschaduwen interesseerden hem, en hij combineerde die belangstelling met een voorkeur voor standpunten die zelfs in de fotografie pas veel later werden uitgeprobeerd. Straten en pleinen van boven- of van onderaf, regen vallend in water, een duiker op de rug gezien, mannen die een vloer schaven; Caillebotte was op zijn best in de pseudo-achteloze ode aan het doodgewone tafereel. Alleen Degas komt in de buurt. Misschien juist door de verwantschap en botsende persoonlijkheden kwam het herhaaldelijk tot wrijving tussen die twee.

Caillebotte schilderde omdat hij hield van schilderen en een groot talent had. Hij koos zijn onderwerpen en stemde zijn stijl daarop af, totaal ongehinderd door de noodzaak om te verkopen. Op een gegeven moment hield hij daar ook mee op. Daardoor was zijn werk lang alleen onder liefhebbers bekend.

De tentoonstelling in Berlijn is te klein voor een lange reis, maar als je in de buurt bent, ga vooral kijken naar dat geweldige schilderij Parijs, Regenachtige Dag; bij voorkeur, zoals ik deed, op een regenachtige dag. Dan zie je hoe ongeëvenaard goed deze kunstenaar met zijn begrensde horizon was in de vertolking van de poëzie van het allergewoonste dagelijkse bestaan.

Gustave Caillebotte, painter and patron of impressonism. T/m 15 september in Alte Nationalgalerie, Berlijn. Inl: smb.museum