‘Stevige actie tegen windpark, prima. Maar dan wel met legitieme middelen’

Interview Boeren in Drenthe mogen hun eigen windpark aanleggen. Maar het verzet groeit, tot aan sabotage en dreigbrieven toe. Drie initiatiefnemers spreken over hun windmolenplannen. „Alles is beklonken. Het zou nu klaar moeten zijn.”

Terugkijken willen ze niet. Drie van de initiatiefnemers van het windpark De Drentse Monden en Oostermoer, allen akkerbouwers, willen praten over de toekomst. Vier keer zijn ze in Den Haag geweest, bij de Raad van State. Vier keer gaf de hoogste bestuursrechter groen licht voor de bouw van het omstreden windmolenpark in het noorden van Drenthe. De bouw is inmiddels begonnen. Ze willen vooruit. Maar hoe moet je verder, nu het verzet steeds heviger wordt?

„Een deel van de bewoners is gegijzeld door de actievoerders”, zegt Harbert ten Have, een van de initiatiefnemers.

Het zaadje werd geplant in de jaren na de millenniumwisseling. In pak en kwistig strooiend met visitekaartjes liepen vertegenwoordigers van energiebedrijven de erven van Drentse boeren op. Of de agrariërs geen interesse hadden in windmolens?

Jarenlang spraken de boeren er onderling over. Op verjaardagen en lokale bijeenkomsten. Vanaf 2009 werden de gesprekken serieus. Wekelijks, in een tuinhuisje met tientallen boeren. Ze besloten het zelf te doen, dat windpark aanleggen. „We wilden baas blijven in eigen gebied, op eigen land en over ons eigen windpark”, zegt initiatiefnemer Jakob Bartelds (61). „Het is een bottom-up windpark.”

Uiteindelijk komen er 45 windmolens in de Drentse Veenkoloniën, tussen Tweede Exloërmond en Gasselternijveen. Met een tiphoogte van 210,5 meter vormen ze de nieuwe ankerpunten aan de lege horizon van het akkerland. De molens wekken vanaf 2020 jaarlijks 175,5 megawatt op. Dat is bijna tweederde van de 285,5 megawatt die Drenthe volgens afspraken met het Rijk moet opwekken eind volgend jaar. Alleen zijn niet alle bewoners er blij mee. Wat begon met protestborden is geëscaleerd tot een conflict.

Protest in een weiland waar windmolens moeten komen. Foto Sake Elzinga
Lees ook De dreiging van windmolenterreur

In maïsvelden lagen metalen objecten die landbouwmachines moesten saboteren. Bestuurders, boeren en ondernemers ontvingen dreigbrieven en bij een bedrijf dat de machines levert voor de bouw van de windmolens is tot tweemaal toe asbest uitgestrooid. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid waarschuwde vorig jaar voor mogelijk extremisme onder de windmolenactivisten.

Voor het eerst willen drie initiatiefnemers gezamenlijk praten over de ontwikkelingen. Aan de keukentafel van Bert Kruit (69) in Gasselternijveenschemond, zitten ook Jakob Bartelds (61), tevens voorzitter van boerenbelangenvereniging LTO Noord-Nederland, en Harbert ten Have (69). Ze worden geflankeerd door de directeur van het windmolenpark, Wim Wolters, en een woordvoerder.

Waarom zijn jullie met dit project begonnen?

Kruit: „Drenthe lag enorm achter qua duurzame energieopwekking en hield heel lang de deur dicht voor windmolens. Door onderlinge provincieafspraken moesten die megawatts toch geplaatst worden.”

Ten Have: „En dan is dit gebied geschikt. Het is een grootschalig, kaal landbouwproductiegebied, waarbij een windmolenpark economische inhoud kan geven aan het gebied.”

Bartelds: „Wij boeren werken altijd voor de generatie die na ons komt. Ik ben boer geworden omdat mijn vader mij dat gunde en zijn bedrijf toekomstklaar maakte. Dat doen wij nu ook.”

Ten Have: „En we versterken de regionale economie. Ongeveer honderd lokale boeren investeren zelf in het park. We laten het bouwen door voornamelijk regionale bedrijven. Daardoor stroomt het geld weer terug naar de regio. En we creëren hoogwaardige banen, die we hier missen: specialistische monteurs voor het onderhoud van de windmolens.”

Dat zijn slechts vijftien voltijdse banen.

Directeur Wolters: „Wel voor de hele levensduur: minimaal vijfentwintig jaar.”

Bartelds: „Uit deze krimpregio komen genoeg slimme mensen met een goede opleiding, maar die keren na hun studie nooit terug. En nu wel.”

Volgens directeur Wolters kost het hele windmolenpark tussen de 250 en 300 miljoen euro. Daarvan hoesten, naar zijn zeggen, de omstreeks honderd deelnemende boeren 20 procent zelf op. Dus gemiddeld zou een deelnemende boer ongeveer een half miljoen eigen vermogen ingelegd hebben in het windpark. „Dat is een investering die pijn doet”, zegt Kruit. „Al komt dat geld de regio deels ten goede.”

Toch is niet iedereen in de regio blij met de windmolenimpuls. Om de hoek van het huis, even de straat uit, komt volgend jaar een rij van zeven windmolens te staan. „Ik zal ze niet vanuit mijn huis zien”, zegt Kruit. „Maar als je straks door het gebied rijdt, ontkom je er niet aan.” Een paar huizen verderop hangt een protestspandoek. „Dat is van mijn broer”, zegt Kruit.

„Hij is niet tegen windenergie”, zegt Kruit. „Maar hij heeft zich boos gemaakt omdat één van de initiatiefnemers hier laconiek ging doen over zonnepanelen en het had over ‘een speeltje’ dat het dorpshuis zou krijgen ter compensatie. Dat moet je gewoon niet doen. Als je deze omgeving wilt inlichten, dan moet je naar het dorpshuis.”

Lees ook Begin in het noorden niet over windmolens

De initiatiefnemers zeggen dat ze dat laatste hebben gedaan. „Toen de plannen in 2010 bekend werden, zijn we overal langs geweest zonder verzet”, zegt Bartelds. „Dorpsbelangen, ondernemersverenigingen, belangstellenden in de buurt …”

Ten Have: „... We hebben zelfs op de planken gestaan met de actiegroep. Wij met ons verhaal en zij met hun verhaal. Dat ging best prima.”

Toch wordt de windboeren verweten dat ze slecht gecommuniceerd hebben over de plannen met de bewoners. Dat blijkt uit twee onderzoeksrapporten van adviesbureau Elzinga & Oterdoom, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, de provincie én de initiatiefnemers zelf: de informatievoorziening „schiet tekort” en verschillende geïnterviewden ervaren „dat het windpark erdoor wordt gedrukt”.

Een deel van de bewoners zegt dat ze te weinig betrokken zijn bij jullie project.

„Er zijn ons veel mogelijkheden ontnomen. Als wij een informatie-avond organiseren en die wordt versjteerd door actievoerders met megafoons in de zaal, dan wordt het voor de normale burger onmogelijk gemaakt om informatie in te winnen”, doelt Bartelds op een bijeenkomst van een paar jaar geleden.

Ten Have: „En hoe vaak hebben we de plannen wel niet aangepast naar de wil van omwonenden? Maar op een gegeven moment werd er gezegd: ‘We willen nul windmolens in Groningen en Drenthe.’ Hoe kun je dan nog overleg voeren? En wie neemt dan de verantwoordelijkheid voor de energietransitie?”

Volgens directeur Wolters worden windparkplannen continu aangepast aan de verlangens van omwonenden en overheden. Eerst zouden er 150 windmolens komen, toen 50 en dat zijn er nu 45. Al zijn ze wel groter. De geluidsfrequentie van de molens is lager dan gebruikelijk. En de rode lichten op de molens kunnen worden gedimd en knipperen niet.

Kruit: „Alles is nu beklonken. In een democratisch proces en volgens de regels. Het zou nu klaar moeten zijn.”

Maar het is niet klaar, want het blijft niet bij dreigementen. De bedreigingen worden serieus. Zo is in 2016 de veldschuur van Harbert ten Have afgebrand. De dader is spoorloos.

Ten Have: „Daar denk ik nog dagelijks aan. Maar de politie weet niet wie het heeft gedaan – dus ook niet of de windmolens ermee te maken hebben.”

Ook zijn in verschillende maïsvelden metalen objecten gevonden die de maaimachines moesten saboteren.

Ten Have: „Van de vernielingen schrik je.”

Kruit: „Dat is niet leuk.”

Ten Have: „Stevige actie, prima!”

Kruit: „Helemaal prima.”

Ten Have: „Maar dan wel met legitieme middelen.”

En nu willen verschillende gemeenten het windmolenparkvervoer in hun gebied verbieden.

„Waar ik heel veel moeite mee heb, zijn de lokale bestuurders en hun houding”, zegt Kruit die van 1992 tot 1998 zelf wethouder (VVD) was in de gemeente Gasselte en van 2002 tot 2006 in de gemeente Aa en Hunze.

„Op een gegeven moment is de discussie over het park niet meer met ons, maar over ons gevoerd. De provincie en gemeenten waren het niet eens over de plek en de hoeveelheid windmolens. Toen heeft het Rijk ingegrepen met de rijkscoördinatieregeling [een overheidsinstrument om de procedure sneller te laten verlopen].”

Bartelds: „Omdat de tegenstanders zoveel lawaai maakten, was er op een gegeven moment geen politieke partij die zich aan de windmolens durfde te branden.”

Kruit: „Na de uitspraken van de Raad van State zouden we de hand schudden en vooruitkijken. Nou, ze dragen niet uit dat de strijd gestreden is.”

Tussen Eerste Exloërmond en Nieuw-Buinen ligt de fundering voor de eerste windmolen. Foto Sake Elzinga

De strijd lijkt nog lang niet gestreden. Bijna maandelijks bereiken dreigbrieven bestuurders, initiatiefnemers én deelnemende ondernemers. En recentelijk is wegenbouwer Avitec zelfs uit het project gestapt, vanwege de dreigementen. Wat doet dat met jullie?

Stilte. Dan Kruit, voorzichtig: „We zijn er niet mee bezig.” Stilte. „Mijn vrouw leest dat natuurlijk. Die vindt dat niet leuk.”

Bartelds: „We gaan er niet onder gebukt. We hebben een brede rug.”

Ten Have: „Ik heb me nooit verstopt en ben ook niet van plan me te verstoppen. Maar de lol gaat er zo wel vanaf.”

Met één van de twee gemeenten waar de windmolens worden geplaatst, Aa en Hunze, zitten jullie samen met omwonenden en tegenstanders in een omgevingsadviesraad.

Kruit: „Tijdens het eerste gesprek voelde je de spanning. Maar laatst werd er zelfs gelachen.”

Is dat geen mosterd na de maaltijd?

Kruit: „Nee, we maken daarin afspraken over de bouwprocedure en verdelen de compensatiegelden voor de bewoners uit de opbrengst van de molens. Dat geld kan bijvoorbeeld naar een glasvezelkabel, zonnepanelen op daken of het isoleren van huizen. De omwonenden bepalen zelf.”

Dat is een schijntje?

Kruit: „Dat zijn serieuze bedragen met vijf nullen, per jaar.”

Maar daarmee compenseer je de waardedaling van huizen niet.

Kruit: „De huizen gaan hier als warme broodjes over de toonbank.”

Ten Have: „Wij zeggen: onderzoek een eventuele waardedaling maar. Onafhankelijk. En dan betalen wij mee, want iedereen kan een aanvraag indienen voor planschade.”

Niks staat de bouw van de molens in de weg, maar hoe moet het nu verder?

Kruit: „We willen om de tafel, ook in de gemeente Borger-Odoorn, met de gemeente en tegenstanders. Zodat we over tien jaar kunnen zeggen: ‘We hebben onderling veel gevochten en misschien was dat wel goed.’ Dat we het dan allemaal eens zijn dat de windmolens de regio ook heel veel geld hebben gebracht.”

Ten Have: „Dat het een windmolenpark wordt ván het gebied en vóór het gebied.”

Hadden jullie het met de kennis van nu anders aangepakt?

Bartelds: „Nee.”

Kruit: „Nee.”

Ten Have: „Ik had het graag in meer harmonie willen doen.”