Opinie

    • Paul Scheffer

Wij zijn allemaal Walen en Vlamingen

Paul Scheffer

Zondag was in veel Vlaamse huiskamers Europa verder weg dan ooit. Daar ging het urenlang over de uitslag van de nationale verkiezingen, die tegelijkertijd werden gehouden. De uitslag kwam voor velen als een verrassing: hoe is het mogelijk dat het Vlaams Belang de tweede partij is geworden?

Al gaat het gesprek van de dag niet over Europa, toch staan de troebelen bij onze zuiderburen niet op zichzelf. „L’Europe sera belge ou ne sera pas” – de boutade van de Vlaamse schrijver Geert van Istendael is nog steeds relevant. Want als het tweetalige België zo moeilijk bijeen te houden is, wat leert ons dat over de mogelijkheden om het veeltalige Europa te verenigen?

Bijna één op de twee Vlamingen koos afgelopen zondag voor een gematigde of radicale variant van nationalisme: de N-VA van Bart De Wever en het Vlaams Belang van Tom Van Grieken. Die hang naar zelfbeschikking gaat natuurlijk over de gevoelde afstand tussen Wallonië en Vlaanderen. Het was al vaker niet gemakkelijk om een federale regering te vormen (het record staat op 541 dagen), maar de tegenstellingen worden er niet minder op.

Bart Maddens, een politieke wetenschapper die dicht bij de N-VA staat, geeft een indruk van de stemming binnenskamers: „Met de spectaculaire score van de Vlaams-nationale partijen is de ontwrichting van het Belgische politieke systeem compleet. Dit zijn de verkiezingsuitslagen van twee totaal verschillende landen.” Hij trekt een radicale slotsom: „De nationale eenheid is nu echt wel voltooid verleden tijd. Het eindspel van België is ingezet.” (De Tijd, 27/5).

Dat lijkt nogal lichtzinnig: dit verdeelde land is al vaker doodverklaard. Er zal vast weer een gezamenlijke regering worden gevormd. Maar die Belgische zoektocht naar de manier om sociale en culturele verschillen een plaats te geven binnen een politieke gemeenschap past wel in een breder patroon. In ieder geval leert het ons iets over de spanningen in Europa, dat voor een vergelijkbare opdracht staat.

De hoofdredacteur van De Standaard, Karel Verhoeven, probeert de achtergrond van de Vlaams Belang-kiezers te duiden: „Voorbij zijn de dagen dat de Vlaams Belang-kiezer een marginale figuur was. De grote verrassing van deze verkiezingen is dat de keurige Vlaamse plattelandsbewoner uit de politieke consensus stapt. Dit is het landelijke Vlaanderen dat in verzet gaat.” (De Standaard, 28/5).

Toch doet deze partij het ook goed in steden als Oostende, Kortrijk of Antwerpen. Hoe het ook zij, de kwestie van het cordon sanitaire lijkt weer terug te keren. Ook in dat opzicht was België al bijna dertig jaar een laboratorium voor Europa. Twee principes botsen op elkaar: de gedachte dat in een democratie elke stem telt én het idee dat een partij als het Vlaams Belang opvattingen huldigt die moeilijk in een democratie passen.

In Wallonië is de ontzetting over de uitslag groot. „Deux Belgiquekopte Le Soir: „België was een geweldige uitzondering op de kaart van het extremisme in Europa. Dat had het kunnen blijven. Maar er is met vuur gespeeld.” Fel verwijt oud-hoofdredacteur Béatrice Delvaux De Wever de opkomst van het Vlaams Belang te gebruiken om het land verder op te splitsen.

Maar voorbij een polemiek met het nationalisme gaat het om de vraag hoe eenheid en verscheidenheid kunnen samengaan. Wat hebben we aan gemeenschappelijkheid nodig om op een vreedzame en productieve manier nationale of regionale verschillen tot hun recht te laten komen in een politieke eenheid? Daarover bestaat te veel onzekerheid en dat voedt de opkomst van ‘eigen volk eerst’ – ook in veel andere Europese landen.

De woorden van de Duitse auteur Klaus Mann blijven voor iedereen een wezenlijke opdracht. In zijn autobiografie Het keerpunt schreef hij vlak na de oorlog: „Dit is de dubbele voorwaarde waaraan Europa moet voldoen om niet te gronde te gaan: het bewustzijn van de Europese eenheid in stand houden en verdiepen; maar tegelijkertijd de veelvormigheid van Europese tradities en stijlen levend houden.”

Dat inzicht zou je ook de politici in België toewensen, nu de nationale verkiezingen tot zulke tegengestelde keuzes hebben geleid aan beide zijden van de taalgrens. Het laat zien hoe veel inspanning het kost om verschillende taalgemeenschappen bijeen te houden in een politiek verband – in dit geval een verband dat toch al bijna twee eeuwen bestaat.

De lenigheid van Waalse en Vlaamse bestuurders zal opnieuw tot het uiterste worden opgerekt. Het zou helpen wanneer ze Van Istendaels woorden in het achterhoofd houden. Dan begrijpen ze dat er meer op het spel staat dan alleen de toekomst van hun land. Als Europa ergens begint, dan toch wel in België: wij zijn allemaal Vlamingen en Walen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.