Wat deden Loes en Souad in het kalifaat?

Nederlandse IS-Vrouwen Een deel van de Nederlanders die naar het kalifaat in Syrië en Irak reisden, zit in Turkse cellen. In Bursa staan twee jonge moeders terecht. Ze zeggen naïef te zijn geweest, maar mogelijk hadden ze ook terroristische plannen.

IS-uitreizigers Loes en Souad op weg naar de rechtbank. Om privacyredenen is de achterste vrouw op de foto door NRC onherkenbaar gemaakt.
IS-uitreizigers Loes en Souad op weg naar de rechtbank. Om privacyredenen is de achterste vrouw op de foto door NRC onherkenbaar gemaakt. Foto Muammer Irtem/DHA/bewerking NRC

De Nederlandse Souad D. (24) staat in een rechtszaal in Turkije met haar kind in de armen. Het is 14 mei, om haar heen zwarte hekken met tralies. Voor haar zitten drie rechters en een aanklager in toga. De griffier richt een videocamera op haar gezicht. De rechter legt uit dat ze wordt gefilmd en zegt dat ze kan beginnen met haar getuigenis. Souad begint zachtjes te snikken.

Haar zoontje begint ook te huilen. Souad, een tenger meisje met een groene hijab, een wijd bruin shirt en een lange zwarte rok, poogt hem vertwijfeld te sussen. Naast haar zit de Nederlandse Loes F. (29), die haar dochter op schoot heeft, en ook zij wordt onrustig. Beide vrouwen kennen elkaar goed, ze zijn in de Syrische stad Raqqa getrouwd met dezelfde man.

Souad overhandigt haar huilende zoon aan de vader van haar echtgenoot, die achterin de rechtszaal op een bankje zit. Maar ook in de armen van zijn opa blijft het kind krijsen. Uiteindelijk vraagt de rechter aan een politieagent om Loes en de kinderen naar een andere kamer te escorteren. Als Souad even later in eenvoudig Engels het woord neemt, heeft ze haar emoties weer onder controle.

Souad en Loes worden verdacht van lidmaatschap van de terreurbeweging Islamitische Staat (IS). Nederland had via Interpol een internationaal arrestatiebevel tegen hen uitgevaardigd. Zwaarbewapende agenten van de Turkse inlichtingendienst en de anti-terreureenheid van de politie in Bursa, een industriestad op twee uur rijden van Istanbul, deden op 17 februari een inval in een woning in Mudanya, een havenstad vlak bij Bursa.

Daar waren Souad en Loes aangekomen na een lange autorit vanaf de grens met Syrië. „We hadden net gegeten, waren onder de douche geweest en wilden gaan slapen, toen de politie voor de deur stond”, zegt Loes tijdens haar verhoor. Hun terugreis vanuit het kalifaat is voorlopig geëindigd in een gevangenis in Bursa.

Het lot van Nederlandse uitreizigers naar het kalifaat in Syrië

Ondergronds

Van veel Nederlandse Syriëgangers is onbekend waar ze zijn, nu de terreurgroep ook het laatste deel van haar territorium is kwijtgeraakt en weer ondergronds is gegaan. Van de ruim 300 uitreizigers zijn er 90 gesneuveld en 60 teruggekeerd. Een deel verblijft in Koerdische kampen in het noordoosten van Syrië. Anderen zijn uitgeweken naar de provincie Idlib, het laatste bolwerk van de rebellen, of proberen via Turkije terug te keren naar Nederland.

De terugweg is veel gevaarlijker dan de heenweg. Langs een groot deel van de grens staat nu een veiligheidsmuur. De bossen, bergen en rivieren tussen Idlib en Turkije bieden een uitweg. Maar smokkelaars vragen veel geld - 400 tot 1.000 dollar per persoon. Syriërs en smokkelaars die de oversteek hebben gewaagd, zeggen dat weinig pogingen slagen. Turkse grenswachten schieten met scherp, er zouden geregeld doden vallen.

Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zitten nu zo’n twintig Nederlandse uitreizigers en dertig kinderen in Turkije in de cel. Kinderen jonger dan zes zonder iemand anders zitten in Turkije vast bij hun moeder. Dit geldt ook voor de kinderen van Souad en Loes, al heeft Souads zoon een aangeboren hartafwijking. „Hij is al veertien keer naar het ziekenhuis geweest sinds we in Turkije zijn”, vertelt ze tijdens haar verhoor.

Toch wijst de rechter het verzoek om huisarrest af. Souad en Loes moeten terug de cel in. De politie vermoedt dat ze een aanslag wilden plegen in Turkije, maar dat is niet aan de aanklacht toegevoegd. Een smokkelaar zou de vrouwen ‘gevaarlijk’ hebben genoemd, ze zouden op zoek zijn geweest naar explosieven. En ze hadden een geheugenkaart bij zich, waarop videobeelden staan van twee gesluierde vrouwen die schiettraining krijgen van een man.

Tijdens het verhoor confronteert de rechter Souad en Loes met de beelden. Loes bekent dat de man hun echtgenoot is, maar betwist dat zij de gesluierde vrouwen zijn. „Hij ging nooit met ons uit schieten.” Souad suggereert dat het om de vrouw gaat met wie hij vóór haar was getrouwd. Bedoelt ze Loes? De rechter laat het zitten. Wel vraagt hij herhaaldelijk of de vrouwen plannen hadden voor een aanslag. Dat ontkennen ze, evenals lidmaatschap van IS.

Draaischijf Bursa

Bursa valt op als mogelijke draaischijf voor terugkerende Syriëgangers. Naast Souad en Loes zijn er dit jaar ook een Deense en drie Franse vrouwen opgepakt. De Deense is meteen overgebracht naar een deportatiecentrum. Haar advocaat probeert haar uitzetting te voorkomen. De Franse vrouwen worden vervolgd voor lidmaatschap van IS. Ze zitten niet meer in de cel, maar hebben gedurende hun proces huisarrest.

Bursa is een ideale uitvalsbasis. Met zo’n twee miljoen inwoners is het een stad waar terugkeerders makkelijk kunnen verdwijnen. Er wonen veel Syriërs, dus de lokale bevolking kijkt niet op van volledig gesluierde vrouwen op straat. Bursa is veiliger dan Istanbul, waar de politie meer identiteitscontroles uitvoert. En de stad ligt lekker centraal, vlakbij Istanbul, de kust en de grens met Europa, waardoor er mogelijkheden zijn om verder te reizen.

Volgens Onur Güler, die een boek schrijft over zijn ervaringen als advocaat van tientallen IS-leden, heeft de groep een netwerk van cellen in Bursa. „Leden van de salafistische organisaties met wie ik in contact stond, begonnen naar Syrië te vertrekken nadat het kalifaat was uitgeroepen. Ook Al-Qaeda-cellen in Bursa wilden zich ineens aansluiten bij IS.”

Lees ook: ‘Nederland onderhandelt met Irak over terugkeer IS-vrouwen’

Tot zomer 2015 lieten de Turkse autoriteiten IS grotendeels met rust. Ze zagen de groep als een bondgenoot in de strijd tegen de Syrische president Assad en de Syrisch-Koerdische strijdgroep YPG. Buitenlandse jihadisten konden ongehinderd de grens met Syrië oversteken, Turkse ronselaars konden vrij openlijk mensen rekruteren. Destijds gingen er geruchten dat IS trainingskampen had op de besneeuwde bergen bij Bursa, een populair ski-oord.

De Turkse toegeeflijkheid was voorbij toen IS aanslagen begon te plegen. Turkije werd doelwit nadat president Erdogan de luchtmachtbasis Incirlik had opengesteld voor Amerikaanse bombardementen op het kalifaat. In 2016 blies een terrorist zichzelf op bij de Grote Moskee van Bursa. In reactie op de aanslagen begonnen de Turkse autoriteiten jihadistische netwerken op te rollen, en bouwden ze een honderden kilometers lange muur langs de Syrische grens.

Toch zijn volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten in januari en februari van dit jaar minstens 85 IS-strijders met hun families Turkije binnengeglipt. Ze lopen evenwel het risico te worden opgepakt door de Turkse politie, die samenwerkt met Europese inlichtingendiensten. Volgens het Turkse persbureau Anadolu zijn er bij operaties tegen IS vorig jaar 3.038 verdachten gearresteerd.

In Europa leeft de angst dat teruggekeerde kalifaatgangers nieuwe zuurstof geven aan extremistische kringen. De NCTV waarschuwt expliciet voor vrouwen die op de terugweg zijn. „Er gaat een reële dreiging uit van deze jihadistische vrouwen”, schreef de dienst in februari in zijn Dreigingsbeeld. „Op jihadistische onlineplatformen is er zowel aandacht voor de kwetsbaarheid van vrouwen, als voor hun strijdbare rol binnen de jihadistische beweging.”

Zijn Loes en Souad gevaarlijke terroristen? Of zijn ze gedesillusioneerde ‘jihadbruiden’ die een toekomst willen voor hun kinderen? Het laatste, zeggen ze zelf. Souad komt uit een Marokkaans gezin uit Franeker, Loes is een bekeerlinge uit een katholieke familie uit Geleen. Ze presenteren zich als vrome, naïeve moslima’s die naar Syrië zijn vertrokken omdat ze in Nederland kampten met islamofobie en wilden leven volgens hun geloof. Ze kenden elkaar niet in Nederland en zijn onafhankelijk van elkaar naar Syrië gereisd, Loes eerder dan Souad.

„Het was moeilijk om te leven als moslim in Nederland”, zegt Loes . „Elke keer als ik naar de supermarkt ging, riepen mensen me na vanwege mijn hijab.” Souad zegt dat ze als verpleegkundige in een bejaardenhuis geen hoofddoek mocht dragen en niet op tijd kon bidden. „Ik hou van mijn werk en van mijn geloof, maar het was erg moeilijk te combineren in Nederland.”

Beide vrouwen zeggen dat ze in het kalifaat geïnteresseerd raakten door propagandavideo’s van IS. Vervolgens zouden ze in contact zijn gekomen met Syrische mannen op Facebook, die hen overhaalden naar het kalifaat te komen en te trouwen. Toen de vrouwen eenmaal in Syrië waren, lieten de mannen echter niets meer van zich horen. Souad: „Het leek perfect, maar ik heb hem nooit gezien.”

Beiden werden in een bus naar Raqqa gezet, waar ze in een ‘madafa’ belandden, een huis voor alleenstaande vrouwen. Daar meldde zich een Nederlander met een huwelijksaanzoek: Bara Ahmed. „Hij was automonteur en had zich gedistantieerd van IS”, zegt Loes. „Hij wilde op islamitische manier leven, maar de situatie in Syrië was anders dan hij had verwacht. Later trouwde hij ook met Souad. We woonden met zijn drieën in een huis net buiten Raqqa.”

Lees ook over de berechting van IS-strijders in Bagdad: Dus u hoort niet bij IS? Toch levenslang

Souad en Loes zeggen dat hun man problemen kreeg met IS omdat hij afstand had genomen van de groep. Twee keer eerder zouden ze een vluchtpoging hebben gedaan, maar die werden verijdeld. „Ze schoten op ons”, zegt Souad. Daarna zou Ahmed zijn opgepakt en gevangen gezet. Omwille van de bombardementen en de hartproblemen van Souads zoontje vertrokken ze zonder Ahmed naar Turkije.

Desondanks zagen Souad en Loes naar eigen zeggen pas in Baghouz kans te vluchten. Dit was de laatste enclave van het kalifaat, waar de loyaalste IS-strijders zich hadden teruggetrokken met tienduizenden burgers voor de laatste slag. „We moesten vluchten voor de bombardementen”, zegt Souad. „In Baghouz sliep iedereen op straat. Er waren zoveel luchtaanvallen dat we ongemerkt weg konden komen. We hoefden alleen maar een heuvel over te lopen.”

Maar juist bij Baghouz zaten nog veel geharde IS-strijders. „Er zitten daar veel Nederlandse strijders, ze zijn heel radicaal. Sommigen proberen te vluchten via het gebied dat onder controle staat van het regime. Een deel van hen is al eerder via Turkije ontkomen. Ze zullen niet aarzelen Nederland als doelwit te nemen”, zei een hoge bron bij het vooral uit Koerdische strijders bestaande SDF tegen NRC in maart.

Vragen over het relaas

De rechter heeft vragen bij het relaas van Loes en Souad. Zo vindt hij het vreemd dat het niet lukte samen met hun man te vluchten, maar wel alleen. Uit hun soms tegenstrijdige relaas wordt ook niet duidelijk hoe ze in Idlib zijn beland. Loes zou een smokkelaar hebben geregeld die hen met zo’n vijftig anderen naar een rivier bij de Turkse grens bracht. „We staken in bootjes de grens over”, zegt Loes. „Daarna werden we per tractor door de bergen verder Turkije in gereden. Via Iskenderun en Antakya kwamen we in Bursa terecht.”

In het gerechtsgebouw van Bursa worden dagelijks tientallen terreurzaken behandeld. Sinds de mislukte coup in 2016 is het aantal rechtbanken in Bursa dat zich met terreurzaken bezighoudt gestegen van tien naar veertien. Op de dag dat de Nederlandse vrouwen moeten voorkomen, behandelt dezelfde rechtbank nog twaalf andere zaken. De meeste betreffen echter vermeende Gülenisten die worden verdacht van lidmaatschap of financiering van een terreurbeweging.

Lees ook: Zweden wil een internationaal tribunaal voor IS’ers en hoopt dat Nederland meedoet

„Voor de coup was er een periode dat de politie serieus werk maakte van de strijd tegen IS”, zegt Gamze Pamuk, advocaat in Bursa die diverse terreurzaken deed. „Er liepen grote onderzoeken, die leidden tot de arrestatie van honderden vermeende terroristen. Maar na de coup is de aandacht verslapt. De politie richt zich nu vooral op FETÖ.” Dit is de Turkse afkorting voor de ‘terreurbeweging’ van Fethullah Gülen, de geestelijk leider die wordt gezien als het brein achter de coup.

Veel gehoorde kritiek is dat verdachte jihadisten vaak worden vrijgelaten in afwachting van hun proces en relatief lage straffen krijgen, terwijl andere vermeende Gülenisten of PKK-leden lange tijd in de gevangenis zitten, zelfs als er nauwelijks bewijs is. Van de 3.038 verdachten die vorig jaar in Turkije werden aangehouden bij operaties tegen IS, zitten er slechts 405 vast in afwachting van hun proces. De rest is vrijgelaten of heeft huisarrest.

De zaken liggen anders voor Souad en Loes, vooral door de videobeelden. Ze kunnen minimaal zes jaar en drie maanden celstraf krijgen. Aan het einde van de zitting legt de rechter uit dat ze strafvermindering kunnen krijgen als ze een bekentenis afleggen en met het onderzoek meewerken. Het proces gaat op 12 juni verder.

De verwachting is dat Souad en Loes uiteindelijk zullen worden uitgeleverd. Justitie in Nederland kan in het buitenland veroordeelde verdachten echter niet vervolgen voor hetzelfde vergrijp. Dus als ze in Turkije een relatief lichte straf krijgen, en Nederland wil voorkomen dat ze snel vrijkomen, moet het OM met nieuwe feiten komen om hen weer te veroordelen. Alleen al het feit dat ze zich IS-gebied hebben gevestigd, is strafbaar in Nederland – ook als ze niet hebben gevochten.

De vrouwen willen niet meer naar Nederland. Ze voeden hun kinderen liever op in een islamitisch land. „Het doel was een normaal leven in Turkije”, zegt Souad. De rechter: „Waarom heb je dat niet op de heenweg bedacht?”

Met medewerking van Jannie Schipper.