Opinie

Wat ambassadeur Xu wel had moeten zeggen over Huawei

China en het Westen In een grote advertentie poogde de Chinese ambassadeur de relatie met Nederland te apaiseren. Dat lukte volgens matig. Hij gaat daarom zelf op zoek naar argumenten voor de Chinese kant van het verhaal.

Matrozen van de Chinese marine in april bij een concert in Qingdao van militaire bands, ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van de oprichting van het Chinese Volksbevrijdingsleger.
Matrozen van de Chinese marine in april bij een concert in Qingdao van militaire bands, ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van de oprichting van het Chinese Volksbevrijdingsleger. Foto Mark Schiefelbein/AP

Xu Hong, de nieuwe Chinese ambassadeur in Nederland, heeft twee bewogen eerste weken achter de rug. In haar beleidsnota Nederland-China: een nieuwe balans kondigt Den Haag aan kritischer te gaan kijken naar de politiek-strategische dimensie van handel met China. GroenLinks en VVD scherpten hun partijstandpunten aan. De VVD verklaarde dat China „onze manier van leven bedreigt”. Vorige maand formuleerde de Europese Commissie al een actieplan voor het terugdringen van Chinese „marktmanipulaties” en investeringen in „vitale technologieën en infrastructuren”.

De Chinezen vrezen dat Europese landen op zullen schuiven naar de Amerikaanse lijn in de zaak Huawei. Washington boycot het Chinese telecombedrijf omdat het zou spioneren voor de Chinese staat. Nederland en de EU besluiten binnenkort of het bedrijf toestemming krijgt om bij ons nieuwe mobiele netwerken aan te leggen. Maar het bredere plaatje is dat de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten dreigt te escaleren tot een nieuwe Koude Oorlog. Mogelijk zou China uiteindelijk tegenover een breder westers verbond komen te staan, één waar Europese landen zoals Nederland zich bij aan zouden kunnen sluiten.

Protectionistische staatssteun

De aanklacht tegen China is dat het misbruik maakt van westerse openheid. Westerse markten zijn opener voor Chinese bedrijven dan omgekeerd. En de Chinese techreuzen, die ontstonden dankzij protectionistische staatssteun, dringen nu door tot de vitale sectoren in het Westen. Dat zou te lang te meegaand zijn geweest, omdat het hoopte dat economische ontwikkeling China zou liberaliseren. Maar China is juist weer autoritairder geworden – en dit begint te storen. Westerse landen en bedrijven krijgen straf als ze China zouden hebben beledigd. Op westerse universiteiten met veel Chinese studenten moeten docenten vaak op eieren lopen. Voor critici is de maat vol.

Ambassadeur Xu plaatste als reactie zaterdag 25 mei een paginagrote advertentie in NRC met als kop ‘De relatie tussen China en Nederland langs de juiste weg blijven bevorderen’. Hij spreekt van „disharmonieuze geluiden over de relatie” tussen beide landen.

Maar het lukt Xu niet om de hoofdaanklacht te pareren. De Amerikaanse Huawei-boycot zou „anti-historisch” en „anti-beschaving” zijn en „politieke onderdrukking” inhouden. Maar waar zijn de argumenten? Waarom zouden wij Nederlanders, in zoverre we moeten kiezen, niet aan de Amerikaanse kant gaan staan?

Commentaar: Blokkade Huawei reikt veel verder dan de smartphone

Omdat ik tijdens mijn jaren als onderzoeker in China, continu worstelde met de Chinese culturele communicatie, voel ik toch empathie voor Xu’s worstelingen. Om het Nederlandse publiek te bereiken, schrijft hij te zeer in een Chinese stijl. In China begin je een tekst met koetjes en kalfjes, om ten slotte impliciet tot de kern te komen. Over de VS en Huawei: „Onlangs heeft een land iets gedaan aan een Chinees hightech-bedrijf onder het mom van nationale veiligheid.” Namen en rugnummers vermijden, is in China een volkssport, maar Nederlanders vinden het vaag.

Even weinig overtuigend is de partij-slogan dat China van nature lief en leuk is: „Terugkijkend op de ruim 5.000 jaar geschiedenis van China, is het niet moeilijk om te zien dat de Chinese natie altijd voor harmonie in diversiteit en tolerantie en inclusiviteit staat.”

Tsja, in de Chinese politiek heb je nu eenmaal geen publieke discussies – alleen achterkamertjes en partijlijn. Maar als je je als Chinese partijman dan opeens moet mengen in een democratische discussie in het buitenland, ben je niet voorbereid.

Publieke discussie

Om wille van de kwaliteit van de publieke discussie wil ik de Chinezen helpen met hun argumentatie. Een nieuwe Koude Oorlog is nogal wat. Nu Nederland naar zijn rol zoekt, is reflectie geboden. Een goede discussie zet verschillende perspectieven tegenover elkaar. Probleem is echter dat alleen de Amerikaanse ons bereiken, en de handelsoorlog geniet brede steun in politiek Amerika. Chinese duiding komt hier nauwelijks binnen. En als de Chinese ambassade dan een advertentie plaatst, blijkt dat de culturele en politieke afstand te groot is om in de Nederlandse context overtuigend te communiceren.

Lees ook: Zeven stellingen bij de handelsoorlog

Ik doe graag een poging om de heer Xu te helpen. Ten eerste: wijs op de menselijke dimensie. Niet alles draait om macht. We moeten immers niet vergeten dat achter grafieken met dreigend snel groeiende ‘China-balkjes’, honderden miljoenen Chinese families staan wier levenskwaliteit is gestegen. Hun welzijn is een zegen voor de mensheid.

Ten tweede: noem de specifieke aard van de Amerikaanse belangen. De politieke klasse in de VS was opvallend tolerant over het Chinese stelen en draaien, tótdat China technologisch zo geavanceerd was dat het een bedreiging ging vormen voor de Amerikaanse tech en telecom. Maar heeft Nederland wel dezelfde economische belangen als de VS?

Ten derde: wijs erop dat het einde zoek is als we elkaar gaan wantrouwen. Je kunt wel zeggen dat je alleen Chinese bedrijven met speciale partij-banden wilt weren, maar dat zijn nu eenmaal álle Chinese bedrijven op de Europese markt. Ieder middelgroot tot groot Chinees bedrijf heeft een partijcel. Om grote hoeveelheden geld in het buitenland te mogen investeren, heeft een Chinees bedrijf ook nog toestemming en dus politieke steun nodig. Daarnaast is ‘vitale sector’ een rekbaar begrip in onze technologisch-verweven economie. Op die manier zou je alle Chinese zakenlui wel kunnen wantrouwen.

Zulke punten had Xu kunnen maken. Maar wij moeten in het Westen ook kritisch naar ons eigen idealisme kijken. Zo moeten we begrijpen dat we nooit een gelijk speelveld kunnen hebben omdat we onder verschillende regimevormen leven. Westerse zakenlui zullen nooit dezelfde toegang hebben tot China’s cliëntelistische partij-netwerken. En de afscherming van het Chinese internet, wat veel westerse bedrijven benadeelt, hoort bij het politieke controlesysteem van de Communistische Partij. De wereld is nu eenmaal niet recht te trekken. Wie dat toch probeert, zal haar slechts in tweeën scheuren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.