Ministerie van Volksgezondheid presenteert personeelstekort zorg te rooskleurig

Personeelstekort zorg Het ministerie van Volksgezondheid kwam met goed nieuws, maar de positieve cijfers komen vooral door rekenmethodes

Foto Lex van Lieshout / ANP XTRA

Het positieve beeld over de terugdringing van de personeelstekorten in zorg dat afgelopen week opdoemde uit de cijfers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), wordt vooral veroorzaakt door andere rekenmethodes en minder door nieuw beleid. Dat blijkt uit onderliggende cijfers over de personeelstekorten. Dat is ook de reden dat verpleegkundigen en verzorgenden zich niet in dat positieve beeld herkennen: ze voelen juist nog steeds enorme werkdruk.

Het oplossen van het tekort aan verpleegkundigen en verzorgenden, is één van de belangrijkste taken van de ministers Hugo de Jonge (CDA) en Bruno Bruins (VVD) en staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie). Vorige week presenteerden zij een verlaagde prognose van het tekort: in 2022 zijn er niet 125.000 mensen te weinig in de zorg, schrijven zij, maar 80.000. Deze woensdag debatteert de Tweede Kamer over het tekort.

De kop boven het persbericht van het ministerie luidde: „Aanpak personeelstekort zorg werkt.” Dankzij het actieprogramma dat de bewindslieden in maart 2018 begonnen, zou het tekort aan verpleegkundigen en verzorgenden dalen. „Deze cijfers laten zien dat we op de goede weg zijn”, schrijven de bewindslieden. Als alle positieve ontwikkelingen doorzetten, schrijven ze ook, is er in 2022 zelfs nog maar een tekort van 55.000 werknemers. Ze trokken vorig jaar 347 miljoen euro uit om mensen te verleiden in de zorg te gaan werken.

Maar wie de prognose bekijkt, ziet dat de ‘verbeteringen’ maar voor een klein deel (mogelijk) worden veroorzaakt door het beleid van de bewindslieden. Zo heeft het ministerie de oorspronkelijke voorspelling van eind 2017 aangepast: het verwachte tekort in 2022 had 110.000 verpleegkundigen en verzorgenden moeten zijn en niet 125.000.

Maar ook is er een andere inschatting gemaakt van de groeiende vraag naar zorg (door de vergrijzing bijvoorbeeld). Mensen zouden toch wat minder zorg nodig hebben dan gedacht en daardoor hoeven ook 16.000 mensen minder aangenomen te worden.

In de brief aan de Tweede Kamer benoemen de bewindslieden wel deze redenen – zoals de andere rekenmethodes. Maar ze claimen ook dat hun aanpak de „eerste vruchten afwerpt.”

Relevante gegevens ontbreken

Uiteindelijk blijkt dat er sinds het begin van het actieplan 14.000 mensen daadwerkelijk een opleiding zijn gaan volgen in de zorg. In een reactie stelt een woordvoerder van VWS dat dit komt door de „extra inspanningen van de sector”, die het ministerie met geld heeft „gestimuleerd.”

Een duidelijk beeld over de arbeidsmarkt in de zorg geven de cijfers ook niet, omdat allerlei relevante gegevens niet konden worden meegenomen in de prognoses.

Vorig jaar vertrokken bijvoorbeeld 119.000 mensen uit de zorg, 6 procent meer dan in 2017. Ook cijfers die het verwachte tekort positief kunnen beïnvloeden, zoals 85.000 ‘herintreders’ en ‘zij-instromers’ die erbij zijn gekomen, zijn niet meegenomen. Volgens de woordvoerder zijn deze positieve signalen wel een reden om te stellen dat het beleid werkt –„maar we zijn er nog lang niet”.

Lees ook: Zo houd je verpleegkundige wél binnenboord

Verpleegkundigen en verzorgenden reageren kritisch op de positieve berichten. Volgens de beroepsvereniging V&VN „strookt dit niet met ervaringen op de werkvloer”. Momenteel lijdt 60 procent van het personeel onder te hoge werkdruk, blijkt uit enquêtes. Het ziekteverzuim in de zorg lag in het derde kwartaal van 2018 op 5,1 procent; een jaar eerder was dat 4,9 procent.

„Klopt dit bericht wel? Op de werkvloer wordt dit niet herkend”, schrijft René Senden op de website van V&VN. En Belinda Esser: „De werkdruk neemt steeds meer toe, gediplomeerden verlaten het vak en ongeschoolden komen werken”. Mushanga Holtvoort: „Door ziekte worden bepaalde diensten opgevuld door een verzorgende of helpende, terwijl er een verpleegkundige op de afdeling aanwezig hoort te zijn. (...) Dit jaar heb ik twee weken vakantie in plaats van drie omdat anders de verpleegkundige bezetting niet rond kwam in het basisrooster.” De vertrekkers, ofwel ‘uitstroom’, werden huisartsassistente, of gingen bij scholen werken of bij arbodiensten.

Het ministerie zegt in een reactie dat andere rekenmethodes inderdaad grotendeels verantwoordelijk zijn voor de verbeterde prognoses. Een woordvoerder: „Wij doen niet alsof de resultaten het gevolg zijn van onze aanpak. We zien ook dat er nog een lange weg te gaan is voordat mensen op de werkvloer verbetering merken.”