Rotterdamse havenbedrijven melden drugssmokkel-incidenten liever niet

Een anoniem meldpunt zou bedrijven in de Rotterdamse haven over de streep kunnen trekken om misstanden wel te melden, zeggen onderzoekers.

De Eerste en Tweede Maasvlakte bij de Rotterdamse Haven.
De Eerste en Tweede Maasvlakte bij de Rotterdamse Haven. Foto Peter Bakker

Bedrijven in de Rotterdamse haven zijn uit vrees voor reputatieschade terughoudend bij het melden van incidenten rond drugssmokkel. Dat blijkt uit het onderzoek Drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven dat is uitgevoerd onder leiding van Richard Staring, hoogleraar Empirische Criminologie aan de Erasmus Universiteit.

De onderzoekers, die hun rapport dinsdagmiddag hebben gepresenteerd, concluderen dat een anoniem meldpunt bedrijven over de streep zou kunnen trekken bij het melden van misstanden zoals betrokkenheid van personeelsleden bij drugssmokkel. De onderzoekers spreken zich niet uit over de vraag of een dergelijk meldpunt juridisch mogelijk is.

De hulp van het bedrijfsleven bij de aanpak van criminaliteit in de Rotterdamse haven is volgens burgemeester Ahmed Aboutaleb van groot belang. „Georganiseerde criminaliteit kan alleen met succes bestreden worden door een georganiseerde overheid, die effectief samenwerkt met private partijen”, aldus Aboutaleb. De Rotterdamse burgemeester is opdrachtgever van het onderzoek samen het Openbaar Ministerie, de politie en de douane in Rotterdam.

Normalisering drugsgebruik tast fundament rechtsstaat aan

Bij het signaleren van drugscriminaliteit zijn de douane, havenpolitie, recherche en het Openbaar Ministerie afhankelijk van private partijen. Denk daarbij aan het havenbedrijf zelf, de rederijen, cargadoors, op- en overslagbedrijven, terminaloperators en wegvervoerders. Ze hebben allemaal een rol in de keten van het internationale vrachtvervoer waarvan drugssmokkelaars gebruik maken.

Andere belangen

Het melden van misstanden binnen het eigen bedrijf is echter een hoge drempel voor private bedrijven en staat soms op gespannen voet met andere belangen van commerciële bedrijven. „Waar bijvoorbeeld de overheid ‘scoort’ met de arrestatie van een corrupte havenmedewerker, brengt dit het betreffende bedrijf

eerder reputatieschade toe”, constateren de onderzoekers. „Daarom is de meldingsbereidheid vaak niet groot. Er moet rekening gehouden worden met gevoeligheden van bedrijven op dit punt. De mogelijkheid om anoniem te melden kan de meldingsbereidheid stimuleren.”

Andere problemen bij de samenwerking tussen publieke en private partijen in de Rotterdamse haven hebben betrekking op privacy-regels die het uitwisseling van informatie en het koppelen van databanken beperken. Overigens ontbreekt ook bij de douane en de politie soms de bereidheid om informatie te delen.

Private partijen beklagen zich ook over de gebrekkige samenwerking van overheidsdiensten met de bronlanden van cocaïne in Zuid-Amerika. Volgens de onderzoekers bestaat er bij private partijen in de Rotterdamse haven soms ergernis over het feit dat er met informatie uit de bronlanden weinig gedaan wordt. Dit heeft vaak procedurele oorzaken, zo stellen de onderzoekers op basis van een voorbeeld van een respondent: „Laat mij toch rechtstreeks met de Zeehavenpolitie spreken. Maar dat moet via negentig kanalen, soms is die boot

alweer weg!”