Recensie

Recensie Film

Portret van de schrijver als dolende jongeman

Drama De Turkse cineast Nuri Bilge Ceylan levert opnieuw een lange prachtfilm af met ‘The Wild Pear Tree’, over een jongeman met gefnuikte ambities als schrijver.

    • Peter de Bruijn

Sinan, de hoofdpersoon van The Wild Pear Tree van Nuri Bilge Ceylan, zou zomaar een neef kunnen zijn van Aydin: de gedenkwaardige hotelbaas met literaire ambities en huwelijksproblemen in Winter Sleep. Dat was de film waarmee Ceylan in 2014 de Gouden Palm won op het filmfestival van Cannes. Sinan is in ieder geval een geestverwant van Aydin, al is hij jonger en afkomstig uit een armlastiger milieu.

Net als Aydin is ook Sinan (Aydin Dogu Demirkol), een man met artistieke ambities, die zijn weg moet zien te vinden in een provinciale wereld, die weinig opheeft met een leven voor de kunst.

Sinan is een archetypische angry young man die zich onbegrepen voelt door zijn familie en zijn dorpsgenoten. Hij is op zoek naar 2000 lira. Dat geld heeft hij nodig heeft om zijn eerste voltooide manuscript („een eigenzinnige auto-fictieve meta-roman”) in eigen beheer te kunnen uitbrengen. Daarom gaat hij langs bij de burgemeester, bij een aannemer die hem wellicht wil sponsoren en een plaatselijke literaire beroemdheid, een schrijver van streekverhalen.

Na zijn afstuderen is Sinan weer ingetrokken bij zijn ouders. In zijn oude jongenskamer hangen portretten aan de muur van Albert Camus, de ultieme rebel, en aartspessimist E.M. Cioran. Op papier is het niet zo moeilijk om grootse en romantische gebaren te maken. Maar de buitenwereld trekt zich daar bar weinig van.

Sinan is intelligent genoeg om te beseffen dat hij daar op de een of andere wijze vrede mee zal moeten leren sluiten. Als hij zijn eigen nietigheid en onbeduidendheid kan aanvaarden, zou dat misschien zelfs een waardevolle ervaring kunnen zijn, zo mijmert hij. Maar ook dat inzicht blijft vooral een literaire waarheid. In het ware leven blijkt dat toch een stuk minder eenvoudig te zijn.

Dat ware leven weet Ceylan zeer overtuigend te vangen door zijn buitengewone oog voor nuancering en details. Hij levert een diepte-peiling af van de Turkse samenleving – inclusief een lange discussie van twee imams over de toekomst van de Islam. Ook zijn oog voor de omgeving en het landschap is onovertroffen. De film speelt zich af in het uiterste westen van Anatolië.

Omdat Ceylan zoveel tijd (ruim drie uur) neemt, zijn bij hem nevenpersonages nooit zomaar nevenpersonages. Vooral Sinans vader Idris (Murat Cemcir), een onderwijzer die gokverslaafd blijkt te zijn, ontwikkelt zich tot tweede hoofdpersoon van de film. Gaandeweg brengt Ceylan de verhouding tussen vader en zoon scherper in beeld.

Lees ook het interview met regisseur Nuri Bilge Ceylan: ‘Ik hou zaken het liefst modderig’

Een portret van de kunstenaar als miskende jongeman, dat kan gemakkelijk tot overdreven romantisering en sentimentaliteit leiden. Bij Ceylan gebeurt juist het tegenovergestelde. Sinan is misschien de intellectueel van de familie, maar hij is geen haar beter dan de mensen om hem heen. Zoals iedereen is ook hij op momenten geneigd tot zelfbedrog, wegkijken, agressie en zelfzuchtigheid. Het alledaagse verraad tussen mensen – ook in hun intieme verhoudingen – is nog steeds een belangrijk aandachtsgebied van Ceylan; misschien zelfs het belangrijkste. Hij heeft een bijzonder vermogen om zowel met ultieme nuchterheid als met milde ironie naar zijn personages te kijken.

Ceylans films zijn altijd lang. Maar dat komt bij hem niet door een gebrek aan zelfdiscipline. Juist door de lengte kan hij haast ongemerkt steeds dieper doordringen in de wereld van zijn film. Op het eerste oog zien we alleen tamelijk saaie, alledaagse gesprekken en gebeurtenissen. Haast ongemerkt dringt Ceylan uiteindelijk door in wezenlijke existentiële kwesties en de grote levensvragen. Maar hoe dat precies gebeurt? En op welk moment? Dat valt voor de kijker – ook achteraf – bijna niet vast te stellen, omdat Ceylans films zo onschematisch en subtiel zijn opgebouwd. Daarin ligt zijn ware meesterschap.