Onvoldoende geld voor renovatie bruggen en sporen

Infrastructuur Minister Van Nieuwenhuizen schrijft in een Kamerbrief dat Nederland voor ‘de grootste vervangings- en renovatieopgave in de geschiedenis staat’, maar dat nog moet worden uitgezocht hoe dat gefinancierd moet worden.

De Merwedebrug bij Gorinchem. In oktober 2016 moest Rijkswaterstaat de 800 meter lange brug hals over kop afsluiten voor vrachtverkeer vanwege ‘haarscheurtjes’ in de constructie.
De Merwedebrug bij Gorinchem. In oktober 2016 moest Rijkswaterstaat de 800 meter lange brug hals over kop afsluiten voor vrachtverkeer vanwege ‘haarscheurtjes’ in de constructie. Foto Remko de Waal/ANP

ProRail en Rijkswaterstaat hebben na 2025 onvoldoende geld om het spoor, snelwegen en de waterwegen te onderhouden en beheren. Volgens minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) is daar extra geld voor nodig, maar voorziet haar meerjarenbegroting daar niet in, zo blijkt uit dinsdag verstuurde brieven van de minister en staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) aan de Tweede Kamer.

Van Nieuwenhuizen schrijft dat Nederland voor ‘de grootste vervangings- en renovatieopgave in de geschiedenis staat’, maar dat nog moet worden uitgezocht hoe dat gefinancierd moet worden.

ProRail en Rijkswaterstaat geven jaarlijks 2,5 miljard euro uit aan beheer en onderhoud, maar dat is volgens Van Nieuwenhuizen op termijn onvoldoende. Veel bruggen, viaducten en spoorwissels zijn aangelegd in de jaren vijftig, een tijd waarin niet voorzien was dat het gebruik zo explosief zou stijgen, aldus de minister. Zo is het aantal ‘voertuigkilometers’ van onder meer vrachtwagens en personenauto’s op rijkswegen toegenomen van 60,4 miljard in 2005 tot 71,1 miljard in 2017. Het aantal gereden kilometers op het spoor groeide in die periode met 18 procent naar 25 miljoen kilometer. Die zwaardere belasting leidt tot extra slijtage en dus hogere onderhoudskosten.

Ook de twee miljard euro extra die dit kabinet voor komende periode beschikbaar heeft gesteld voor investeringen in de Nederlandse infrastructuur is ontoereikend om de toenemende slijtage van weg en spoor op te vangen.

Onstuimige groei

Volgens Van Nieuwenhuizen voldoet de Nederlandse infrastructuur nu nog aan de kwaliteitseisen en is nergens de veiligheid in het geding. Ze verwijst daarbij onder meer naar recente onderzoeken van ProRail en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) naar de kwaliteit van het spoor, het drukst bereden spoornet van Europa. En die is goed, concludeerde de ILT. Van het ruim 7.000 kilometer tellende spoornetwerk voldoet 96,3 procent aan de veiligheidseisen.

Maar ProRail waarschuwde vorige maand wel dat die kwaliteit door de onstuimige groei van het aantal passagiers en de instroom van nieuwe, zwaardere intercity’s en sprinters de komende jaren onder druk komt te staan. Uitbreiding van bijvoorbeeld de tienminutentrein komt dan in het geding.

De kwaliteit van de Nederlandse infrastructuur staat ook onder druk als gevolg van uitstel van onderhoud. In oktober 2016 moest Rijkswaterstaat de 800 meter lange Merwedebrug hals over kop afsluiten voor vrachtverkeer vanwege ‘haarscheurtjes’ in de constructie. En dat incident staat niet op zichzelf. Begin 2018 was de Bosscherveld-sluis, die de Zuid-Willemsvaart in België met de Maas bij Maastricht verbindt, een maand lang gestremd wegens een doorgebrand onderdeel dat ver over de technische levensduur heen was en al lang vervangen had moeten zijn. Om diezelfde reden waren ook de Volkeraksluizen bij Willemstad, de Weurtsluis bij Nijmegen en de Giessenbrug in Rotterdam tussen januari 2017 en 30 juni 2018 regelmatig geheel of gedeeltelijk buiten gebruik.

Extern onderzoek

De snelwegen kampen met 353 miljoen euro aan uitgesteld onderhoud. Bij de hoofdvaarwegen gaat het om 414 miljoen euro. Dat uitstel kan volgens de minister het gevolg zijn van vertraging in de besluitvorming, ongelukken of stijgende kostprijzen. De economische kosten van gebrekkig onderhoud zijn hoog: zo moesten schippers die niet door de sluizen konden, omvaren of lang wachten.

Lees ook de reportage: Iedere scheur en vlek in de brug wordt nagelopen

In haar brief verwijst Van Nieuwenhuizen naar onderzoek van de Algemene Rekenkamer, eerder deze maand. Ook daarin wordt geconcludeerd dat de onderhoudsachterstand van sluizen en bruggen schrikbarend toeneemt en dat er meer geld nodig is om de ‘boeggolf’ aan uitgesteld en achterstallig onderhoud weg te werken.

„Ik wil de financiële ontwikkelingen op de lange termijn op geen enkele manier onderschatten”, schrijft de minister in haar brief. Extern onderzoek moet uitwijzen hoeveel extra geld er nodig is om de infrastructuur op peil te houden en achterstallig onderhoud weg te werken. „Zo voorkomen we verrassingen”, aldus de minister.