Beau: ‘Mijn doel is mensen helpen. En daar dan een camera op zetten’

Survival-tv Beau van Erven Dorens helpt in een nieuw programma ex-militairen met PTSS. Ze gaan de natuur in om verlichting te vinden. „Sommigen zeggen dat het te genezen is.”

Beau van Erven Dorens op reis in Noorwegen met een groep veteranen.
Beau van Erven Dorens op reis in Noorwegen met een groep veteranen. RTL

‘In mijn hoofd is het elke dag oorlog’, zegt een van de ex-militairen in Beau en de Veteranen. In dit tv-programma, vanaf dinsdag op RTL4, trekt Beau van Erven Dorens met zeven ex-militairen langs de Noorse fjorden. Ze gaan met ervaringskundige therapeuten – en cameraploeg – de natuur in om verlichting te vinden voor hun PTSS (posttraumatische stressstoornis). Alle zeven zijn ze voor Nederland op missie geweest in oorlogsgebied, van Libanon tot Afghanistan, en alle zeven zijn ze teruggekomen met een oorlogstrauma dat maar niet wil slijten.

In het Park Café in Amsterdam vertellen Van Erven Dorens en veteraan Alina Zoet over hun reis. Zoet zegt bij binnenkomst dat de reis van haar dorp Elburg naar dit café in Amsterdam al een hele exercitie voor haar was – oefenen in handelingen die ze lange tijd vermeed als te stressvol: reizen met een trein, door een overvol Centraal Station lopen, tram uitzoeken. Nu gaat ze bewust met haar rug naar het café zitten – in plaats van in een hoek, om alles in de gaten te kunnen houden. „Een half jaar geleden kon ik dit allemaal niet. Ik ben in geen jaren met de trein geweest.”

Van Erven Dorens: „Van de 114.000 veteranen in Nederland heeft 4 procent PTSS. Dat uit zich in allerlei symptomen en die maken het leven behoorlijk…”

Lees ook: Een ‘love drug’ om van je oorlogstrauma af te komen

Zoet: „…Ingewikkeld.”

Van Erven Dorens wil dat Nederland weer trots wordt op zijn veteranen. Hij streeft naar meer erkenning voor wat ze doen, en wat ze doormaken: „Ik wil graag de wereld van die veteranen laten zien, de wereld van de PTSS, en kijken of we daar wat aan kunnen doen. Je kunt er in ieder geval mee leren omgaan. En sommigen zeggen dat het zelfs te genezen is.”

Een van de veteranen zegt over het verlies van een maat op missie: „Je staat samen tanden te poetsen en een week later sta je diezelfde tanden op te ruimen.” Beau en de Veteranen volgt drie verhaallijnen: de avonturen in Noorwegen, de verhalen over de missies waar ze ooit inzaten, en de verhalen over hun PTSS.

‘Emoties had ik niet meer’

Zoet: „Ik heb in 1999 in Kosovo gezeten met de eerste missie. Vanuit Macedonië zijn we Kosovo binnengetrokken - tentjes opzetten, patrouille lopen, voedsel was nog niet op gang. Bij de bakker proberen broden te krijgen, verder hadden we blikjes Struik. Zo leefden we van dag tot dag. Tot we kamp konden maken in een oude wijnfabriek. Heel primitief. We hadden mensen te weinig, materieel te weinig, en het was onduidelijk wat we kwamen doen.” Zoet moest als verbindingsofficier taken vervullen waarvoor ze niet was opgeleid: verkennen, patrouilles lopen.

Twee dingen noemt ze als oorzaak van haar PTSS: ten eerste de angstige momenten dat een konvooi vast kwam te zitten in de menigte – waarna haar maat bij een ander konvooi werd beschoten. Ten tweede noemt ze de maanden dat ze als enige vrouw in een Turks kamp werd neergezet: „Ik heb niet kunnen klankboorden, ik heb me heel eenzaam gevoeld. Als ik ’s morgens mijn tent uitging om naar de wc te gaan, zag ik al die koppies uit de tenten komen om me na te kijken. Drie maanden lang, overal waar ik liep, continu die oogjes.”

Het duurde even voordat Zoet zelf doorhad dat er iets mis was. Ze kreeg één gesprek met de aalmoezenier, daarna ging ze gewoon weer aan het werk in de kazerne. Van Erven Dorens: „Ze zeggen wel eens: ‘Was mijn arm er maar af. Dan kon je tenminste iets aan me zien’. Toen ik voor het eerst naar Alina toeging, trof ik haar overdag in het donker met de luxaflex dicht. Ze sliep niet boven in haar bed, maar beneden op de bank. Om de boel in de gaten te houden.”

Zoet: „Bewaken. Als er iemand binnenkomt, ben ik de eerste die ze tegenkomen. Je zit altijd met spanning in je lijf. Altijd alert, altijd overleven.’’

Een veel voorkomend kenmerk van PTSS is dat je een doorlopend hoog stressniveau niet meer naar beneden krijgt. Het brein blijft hangen in de overlevingsstand uit het oorlogsgebied. Je bent continu alert, de omgeving blijft potentieel bedreigend. Van Erven Dorens: „Stel je voor: je wordt met je fiets net niet aangereden door een vrachtwagen. En je hele lichaam staat stijf van de adrenaline. Bij mensen met PTSS is dat de hele tijd zo.”

Verder kan de veteraan last hebben van herbelevingen van het trauma, plotse woedeaanvallen, angstaanvallen. „We hebben geen lontje meer” zegt een deelnemer. Een uitlaatklep kan een verslaving zijn, aan drank, drugs, aan sport of – in Alina’s geval – schoonmaken. En de veteranen met PTSS worden meesters in het vermijden van de zogenoemde triggers - alles wat ze over het randje kan duwen. Vooral drukte: mensenmassa’s, verkeer. Door dit mijdgedrag raken ze geïsoleerd. Zoet: „Verjaardagen. Als je binnenkomt, al die oogjes, dat kon ik niet meer.”

Een andere overeenkomst: ze ontdekken pas laat wat er aan de hand is. Zoet: „Na tien jaar heb ik pas de officiële diagnose gekregen, maar vanaf het moment dat ik terugkwam in 1999 van uitzending was ik eigenlijk al een ander mens. Na een half jaar begon ik tegen dingen aan te lopen; dingen die voor andere mensen heel gewoon zijn.

Alina Zoet in Noorwegen RTL

In 2009 kwam de crisis voor Zoet. Ze liep uit haar gezin weg en ging met haar kinderen bij een andere veteraan in Zeeland samenwonen. Na twaalf weken keerde ze weer terug in haar dorp en ging bij haar ouders wonen. Daar stortte ze in. „Ik ben een half jaar opgenomen geweest. Er was voor veteranen geen plek, dus ik kwam op een halfgesloten afdeling. Ik was depressief, angstig, labiel. Ik was afgestompt, emoties had ik niet meer.”

Vele gezinnen bezwijken onder de druk. De partners kunnen het vaak niet aan, de PTSS-woede richt zich vaak primair tegen hen. Van Erven Dorens: „Bij veteranen gaan de tafels door de ramen. Maar het gaat niet over die partner, het gaat over wat ze hebben meegemaakt, en dat maakt alles kapot.”

Wat Zoet vooral dwarszit is hoe haar kinderen onder haar PTSS hebben geleden. „De rollen waren omgekeerd in huis. Mijn oudste dochter was voor mij aan het zorgen, en voor haar kleine broertje. De kinderen konden geen goed meer doen, bij het minste gooide ik de toetjes tegen de muur. En daarna dacht ik meteen: wat heb ik gedaan? Dan zei ik tegen mijn kinderen: ‘Sorry, sorry maar… je weet toch dat je bij mij… want ik ben ziek en…’ Dan legde ik weer de schuld bij hen.”

Erkenning

Wat de trauma’s nog verdiept: het gebrek aan begrip en erkenning thuis voor wat Nederlandse militairen in den vreemde doen. Met dit programma streeft Van Erven Dorens naar emancipatie van de veteraan. Van Erven Dorens: „In Frankrijk, Amerika Engeland staan ze voor je op in de tram. En hier wordt een beetje lacherig gedaan: wat gaan die mensen nou doen in die zandbak in Irak?”

Hij ziet ook een gebrekkige begeleiding van de veteranen bij defensie: „Dat is ook een geldkwestie: als je erkent dat iemand PTSS heeft, kost dat veel geld. En dan: als je één keer in de week langs mag komen om eens te praten met iemand, daar word je niet beter van.”
Zoet: „Ik kwam altijd nog vermoeider naar buiten en dacht dan: ik doe het zelf wel weer.”

Volgens Van Erven Dorens werkt ook het onduidelijke mandaat niet mee: „Het zijn allemaal politieke missies, met een onduidelijk militair doel, niet de goede voorbereiding, niet de goede spullen. Altijd die onzekerheid: gaan we nou opbouwen of gaan we de boel in elkaar schieten? Neem nu Afghanistan. Dat moest een opbouwmissie zijn. Een van die veteranen zei: ‘Ja, wederopbouw met lood. Er werd alleen maar geschoten’. Een ander zat in Sniper Alley in Sarajewo, begin jaren negentig. Hij zag hoe mensen werden afgeschoten door sluipschutters. Dan zit je daar in je mortierhok, mensen zitten in de hoek te poepen van angst, en intussen wil je graag iets doen. Maar je mag niks. Dan moest hij naar Den Haag bellen of hij mocht schieten, Den Haag moest dan eerst met de VN in New York bellen. We moeten ons doodschamen.”

Lees ook: Beau, de vrolijke zwerver van Hilversum

Helpt het?

Op reis naar Noorwegen dus. Zoet: „Die week, die vergeet ik nooit meer. September, acht dagen met een groep onbekenden. Voor mij was het de laatste strohalm.” De organisator van de reis was SFIB (Special Forces in Business), een groep van veteranen en ervaringskundigen die therapeutische reizen organiseert. Voor verdere behandeling en nazorg was er PSYTREC, een behandelcentrum gespecialiseerd in PTSS.

Zorgen de ontberingen van het survivallen voor een doorbraak? Van Erven Dorens: „Welnee. Survivallen doen ze met twee vingers in de neus. Dat vinden ze zo heerlijk. Ik was op de eerste dag met die tent aan het klooien, ik draai me om en de rest heeft allemaal die tenten al keurig op een rij.”

Zoet: „Voor ons is het lekker terug in de tijd, alsof je met zijn allen op oefening bent; met een brandertje je eten maken. Daar word je blij van.”

Terug naar hun diensttijd? Is dat wel handig? Daar ligt toch juist het trauma? Zoet: „Nee, het voelt anders in je lijf. Je hebt niet die prikkels die je in een uitzendgebied hebt, met dat geknal om je oren.” Van Erven Dorens: „Marco, die is in Afghanistan geweest, liep daar rond in Noorwegen en zei: ‘Dat is precies zo’n bergkam zoals wij hadden in Afghanistan’. En dan ging hij vertellen. Maar dat was niet het verhaal van zijn trauma. Nee, hij vertelde dat hij onder zo’n mooie hemel had geslapen. Aan de ene kant hebben ze er PTSS aan overgehouden, aan de andere kant hebben ze daar een mooie tijd gehad. En bij sommigen zit dat elkaar in de weg. Als je tegen Marco zou zeggen: ‘Jongens, morgen inschepen, we gaan terug naar Afghanistan’, dan zou hij meteen meegaan.”

Zoet: „Natuurlijk, ondanks de dingen die ik daar heb meegemaakt, zou ik zo mijn kleren pakken en weer gaan. Ik heb toch kunnen bijdragen aan meer veiligheid, en aan de wederopbouw van Kosovo. Als ik patrouille aan het lopen was, kwamen oudere mensen naar me toe, ze pakten mijn handen en gaven me een bloemetje. Dat zijn wel dingen die je bij blijven. Dat is waar je het voor deed.”

En de kameraadschap. Zoet: „Als ik nu in de ellende zou zitten, en ik zou bellen, staan ze meteen voor de deur. Ze zullen je nooit laten vallen. Dat vertrouwen wat je in de buitenwereld, in je familie, niet hebt, heb je wel onder veteranen. Omdat ze in een uitzendgebied voor me door het vuur zouden gaan.”

Hulp-tv

Beau en de Veteranen is hulp-tv, een genre dat kritiek krijgt te verduren omdat het kwetsbare mensen kan uitbuiten. Hulpverlening en televisie-maken zijn, zo blijkt steeds weer, twee moeilijk te verenigen zaken.

Van Erven Dorens: „Die business van hulptelevisie, daar wil ik niks mee te maken hebben. Meestal is het gewoon aapjes kijken. Je moet het wel met respect doen.” Van Erven Dorens vindt het belangrijk dat de deelnemers worden begeleid in het na-traject, bijvoorbeeld hoe ze moeten omgaan met sociale media, met de kijkers die hen gaan uitschelden. Verder houdt hij zelf contact met ze, lang na de uitzending. „Mijn doel in eerste instantie: mensen helpen. En daar dan een camera op zetten. Niet andersom. We zijn niet op aarde om tv te maken. Wij zijn op aarde om iets bij te dragen aan de maatschappij. Ik wil tijdens zo’n reis zo min mogelijk bezig zijn met tv-maken. Tegelijk wil ik dat mensen dit zien. Het belangrijkste is eerlijk zijn. Je moet niet aan een stramien vasthouden, je moet het project jou laten sturen. Dat is wat een tv-maker nooit wil. Maar dat moet wel. Het kan dus ook fout lopen.”

Een mooi voorbeeld hiervan zit meteen in de eerste aflevering van Beau & de Veteranen. In een discussie bij het kampvuur over het verlangen naar respect, wordt een van de deelnemers woedend. Terwijl de andere deelnemers op gedempte toon in het schijnsel van het vuur verder praten, horen we hem verderop schreeuwen. Een gedenkwaardige, surrealistische scène. De volgende ochtend verlaat de deelnemer het project.

Van Erven Dorens: „Ze moeten zichzelf helpen. Ik kan er alleen maar bij staan om ze te ondersteunen. Als ik op eigen initiatief ga helpen, gaat het faliekant mis. Dat heb ik bijvoorbeeld bij het Amsterdam Project gemerkt. Had ik een baan als vrachtwagenchauffeur voor een deelnemer geregeld. Dat liep helemaal in de soep, omdat hij het niet zelf had geregeld. Toen hij weer daklozenkranten verkocht, was hij gelukkig. Omdat hij dat wél zelf had geregeld.”

Van Erven Dorens belangrijkste argument: het heeft de meeste betrokken daklozen en veteranen inderdaad geholpen. Heeft Alina Zoet iets gehad aan het tv-programma? „Absoluut. Zeker gecombineerd met het traject van traumaverwerken dat erachteraan kwam. Ik ben weer gaan ademen, voelen, leven. Er is een rust in mijn lijf gekomen.”

Van Erven Dorens: „In het programma komen Alina’s kinderen aan het woord. Die keken in haar ogen en die zagen: daar is mijn moeder weer. Terwijl ze er jarenlang niet was geweest.” Zoet: „Ze hoeven niet meer op hun tenen te lopen. Mama is er weer.”

Beau en de veteranen Vanaf dinsdag, RTL4, 20.30 uur