Opinie

    • Peter de Bruijn

Kunnen we Mel Gibson vergeven?

Mel Gibson heeft tien jaar nodig gehad om zich terug te knokken in de filmindustrie na een uitbarsting tegen een politieagent. Bij het zien van ‘Dragged Across Concrete’ kan de kijker al die achtergrondinformatie natuurlijk niet vergeten.

Peter de Bruijn

Waar kijken we naar als we een filmster zien acteren? We zien het personage dat iemand speelt, maar ook de acteur die we kennen uit talloze andere films én we zien de ster over wie we van alles en nog wat weten, dat weinig met de films zelf te maken heeft. Neem Mel Gibson in het misdaaddrama Dragged Across Concrete van pulp-auteur S. Graig Zahler, dat momenteel te zien is in de bioscoop.

Gibson speelt de oudere rechercheur Brett Ridgeman, die in zijn veertig jaar bij de politie nooit een stap verder is gekomen omdat hij weigert zich in te laten met bureau-politiek en er nogal ruwe methoden op na houdt. Met zijn maat Anthony Lurasetti (Vince Vaughn) pakt hij een Spaans-Amerikaanse drugsdealer veel te hard aan. De mannen zijn daarbij gefilmd met een mobiele telefoon en dat filmpje valt in handen van de media. De rechercheurs worden geschorst. Ridgeman en Lusaretti besluiten vervolgens dan maar zelf de overstap te maken naar de criminaliteit.

Gibson slaagt er uitstekend in om van Ridgeman een doorleefd, geloofwaardig personage te maken. Maar de kijker vergelijkt Gibson als acteur onvermijdelijk met zijn eerdere werk. Dan zien we dat de explosieve gekte van zijn hoogtijdagen er inmiddels wel vanaf is. De gebutste versie van Gibson die we hier zien is een zwijgzame, introverte man.

Dan blijft nog Mel Gibson, de controversiële filmster over. Hij kwam onder meer in 2006 ernstig in opspraak door een dronken, antisemitische uitbarsting tegenover een politieagent. Gibson heeft daarna tien jaar nodig gehad om zich terug te knokken in de filmindustrie. Bij het zien van Dragged Across Concrete kan de kijker al die achtergrondinformatie natuurlijk niet vergeten. Dat hoeft ook niet, want Zahler speelt een ingenieus spel juist met die subtekst.

Zijn commandant die zijn ruwe ondergeschikten Ridgeman en Lusaretti moet schorsen steekt daarbij eerst een tirade af: „Om vandaag de dag publiekelijk gebrandmerkt te worden als racist is zoiets als ervan beschuldigd worden een communist te zijn in de jaren vijftig.” De geschorste Lusaretti antwoordt daarop: „Het is natuurlijk helemaal niet hypocriet dat de media elk geval van vermeende intolerantie zelf benaderen met complete en ultieme intolerantie.” Dan volgt een close-up van Gibson, die nors zwijgend voor zich uitkijkt. Dat is sterke koffie in Hollywood vandaag de dag.

Dragged Across Concrete is dan ook geproduceerd door Cinestate, een productiebedrijf dat opereert vanuit Texas. De cynische observaties van de politiemannen zijn in de film functioneel en geloofwaardig. Maar uiteraard is de verwijzing naar Gibsons persoonlijke troebelen niet toevallig in de film geslopen.

Hoewel kruidig geformuleerd, geeft de scène te denken. Moeten we Mel Gibson blijven afrekenen zijn dieptepunten en misstappen? Hij heeft excuses aangeboden, maar blijkbaar zonder veel resultaat. Nog altijd wordt bij elk nieuw filmproject van Gibson online om zijn hoofd geroepen (‘Waarom heeft deze vreselijke man nog werk?’). Dat heeft inderdaad onaangename en onsympathieke trekken.

Peter de Bruijn is filmrecensent.