Recensie

Recensie Film

Hercules van de afkick-kliniek

Biopic Muzikaal is Elton John-biopic ‘Rocketman’ geslaagd. Maar zijn levensverhaal is in een overbekende mal gestopt en de film probeert opzichtig tranen los te maken.

Elton John (Taron Egerton) in zijn hoogtijdagen.
Elton John (Taron Egerton) in zijn hoogtijdagen.
    • André Waardenburg

In een van zijn extravagante uitdossingen stormt hij een afkickkliniek binnen: „Ik ben Elton Hercules John.” Vervolgens begint hij zijn vele verslavingen op te sommen. De beginscène van Rocketman, de biografische film over de Britse muzikant Elton John (geboren als Reginald Kenneth Dwight, 1947), is ijzersterk. Hij fungeert als raamvertelling, maar functioneert bovenal symbolisch.

Naarmate het in flashbacks vertelde verhaal vordert, trekt de verslaafde en uitgeputte glamrocker steeds meer van zijn oranje duivelskostuum uit. Net zoals Rocketman de lagen van zijn persoonlijkheid afpelt en uitkomt bij de kern van wie hij is.

In deze openingssequentie komt Elton ook oog in oog te staan met zijn jongere zelf, het jongetje Reginald, die het veelbetekenende lied ‘I Want Love’ uitvoert. Reginald heeft een kille vader en een moeder die liever modeblaadjes leest dan dat ze aandacht aan haar zoon schenkt. Die krijgt hij wel van zijn oma: zij herkent zijn muzikale talent en moedigt hem aan zich aan te melden bij de Royal Academy of Music; een prestigieus conservatorium. Al snel volgen optredens als begeleider van Amerikaanse soulzangers, zijn ontmoeting met tekstschrijver Bernie Taupin – met wie hij nog steeds werkt – en hun sappelende beginjaren. Eind jaren zestig volgt de doorbraak, waarna het razendsnel gaat: na Amerika ligt de wereld aan zijn voeten. Dat enorme succes gaat gepaard met toenemend drugsgebruik en de bijbehorende decadentie. Elton John gaat in zee met manager John Reid, een tijdlang ook zijn geliefde. Reid ontpopt zich als gewetenloze geldwolf, hij schrikt er zelfs niet voor terug om Elton vlak na diens hartaanval weer op tournee te laten gaan.

Problematisch is het scenario, dat een complex leven reduceert tot een overbekende mal. Onzeker jongetje lijdt onder kille vader en onverschillige moeder, vlucht in muziek en allerlei excessen waarna hij tot inkeer komt en uiteindelijk de liefde vindt. Hoofdrolspeler Taron Egerton is op zich uitstekend als de geplaagde glamrocker, maar zet de toch al theatrale kant van Elton net iets te vet aan. Ergerlijker zijn de vele momenten van zelfmedelijden die in het script zitten, waarbij de door zijn vader of Taupin afgewezen zanger betraand in de spiegel kijkt; een onnodig paardenmiddel om ook bij de toeschouwer tranen op te wekken.

Manager John Reid is het personage dat Rocketman verbindt met de Queen-biopic Bohemian Rhapsody. Tussen 1975 en 1978 was Reid ook manager van Queen. Het is onvermijdelijk dat beide films vergeleken worden, wat in het voordeel van Rocketman uitpakt. Hier geen ‘straightwashing’ zoals in Bohemian Rhapsody: Elton John wordt gewoon opgevoerd als homoseksueel, we zien zelfs een bedscène.

Ook zijn de liedjes van Elton John inventiever met de vertelling verweven. De fantasievolle en flamboyante muzikale scènes vormen het hoogtepunt van Rocketman, evenals de schets van Eltons platonische relatie met Bernie Taupin. Bovendien vertellen Taupins liedteksten een groot deel van het verhaal: de hit ‘I’m Still Standing’ uit 1983 waarmee het soms wat afmattende Rocketman afsluit is een logisch einde: zijn talloze verslavingen hebben Elton John er niet onder gekregen.