De baas van de Rabobank krijgt soms jeuk van zijn eigen jargon

Japke-d. vraagt door Bij de directie van de Rabobank gebruiken ze heel veel jargon. Japke-d. Bouma vroeg de topman van de Rabo, Wiebe Draijer, waarom.

Illustratie Tomas Schats

‘Learnings pinpointen’, ‘PE-sessies uitserveren’, collega’s die ‘in een deep dive door de WHY getrokken worden’: de directie van de Rabobank gebruikt heel veel jargon, zo merkte econoom Marcel Canoy toen hij twee jaar achter de schermen van de bank mocht rondlopen.

In zijn boek over die tijd, De bank van de goede bedoelingen, schreef hij een apart hoofdstuk over al die „geheimtaal” aan de top, zoals hij het noemt. Hij maakt zich er zorgen over, zo zei hij vorige week in deze rubriek, omdat hij denkt dat het de afstand tussen de directie en het personeel – en de klanten – van de bank vergroot. Hij adviseerde me Wiebe Draijer, de hoogste baas van de Rabobank, eens te vragen waarom hij zoveel ‘jeukwoorden’ gebruikt. Dat deed ik en daar wilde Draijer best op antwoorden.

Mijn complimenten dat ik je mocht bellen!

„Waarom? Ik vind het juist leuk je te spreken. Ik beschouw dit interview, net als het boek van Marcel, als een mogelijkheid om te zeggen: ‘Joh, kom maar kijken bij de Rabobank. Dit is wie we zijn’.”

Ben je geschrokken van zijn boek?

„Helemaal niet. Ik heb het opgevat als een ultieme oefening in transparantie. Als een mogelijkheid om het vertrouwen van het publiek na de financiële crisis te herwinnen. Ik vind dat deze sector en zeker de Rabobank – vanuit zijn verleden als een coöperatie van en voor leden – dichtbij de samenleving moet staan.”

Wat vond je van het hoofdstuk over de zweeftaal bij de directie?

„Grappig. Maar ik zat natuurlijk ook wel een beetje als een boer met kiespijn te lachen.”

Wist je dat jullie zo raar praten?

„Ik wist dat we een bepaalde taalefficiëntie hebben ontwikkeld om veel zaken in een dag te kunnen bespreken en dat niet iedereen dat begrijpt. Maar dat heb ik zelf ook als ik twee monteurs hoor praten. Toch was het boek ook wel een – ik zoek nu hard naar een Nederlands woord voor wake-up call…”

Je werd wakker geschud.

„Ja! Dat het toch wel ver is doorgeschoten. Die taal ontstaat overigens ook deels doordat we veel in het Engels vergaderen.”

Er zitten toch alleen Hollanders in de directie?

„Ja, maar we zijn internationaal ook groot. Het Engels zit daardoor soms zo raar in onze taal vervlochten, dat het soms voor de snelheid handiger is er wat woorden in te laten.”

Het woord ‘learnings’ ís niet eens Engels.

„Haha ja, dat weet ik. Ik vergelijk het wel eens met mijn tijd op een Franse school. Na twee jaar was zowel mijn Engels, als mijn Frans, áls mijn Nederlands verslechterd, want we spraken alles in een mix door elkaar.”

Canoy schrijft dat veel werknemers en klanten van de bank zich aan die taal ergeren.

„Daar heeft hij wel een punt. Zeker de taal die we hier gebruiken voor de verandering van de bank, zoals ‘agile werken’ – flexibeler werken – en ‘squads’, teams. Ik krijg zelf ook jeuk van het woord ‘squad’. Noem het gewoon projectteam, denk ik dan.”

Het ís ook gewoon een projectteam.

„Ja! Maar ik zie ook wel weer dat het nuttig is het zo te noemen. Omdat het een beweging verwoordt, een verandering.”

Ik krijg veel reacties, ook van Rabomensen, dat dit soort taal niets toevoegt.

„Het kan zijn dat ik iets mis, maar ik denk dat mensen hier juist geïnspireerd zijn door de vernieuwing en dat we die samen vormgeven.”

Misschien durven ze jou niet tegen te spreken.

„Dat mensen op hun woorden passen tegenover de directie herken ik wel, maar we meten ook via veel andere kanalen binnen de bank wat het personeel vindt. Daar herken ik dit zeer zeker niet van.”

De hippe Rabotaal gaat dus gewoon door.

„Het is natuurlijk wel goed dat ons een spiegel is voorgehouden. Maar we gaan niet formeel iets corrigeren. Daarvoor is het probleem ook eerder een sidepoint dan een hoofdpunt. Anders had Marcel er in zijn boek vast ook wel meer dan een halve bladzijde aan gewijd.”

Juist van een bank die ‘dichter bij de samenleving wil staan’ verwacht je toch wat meer.

„Voor de Nederlandse markt zijn we al bezig onze boodschap duidelijker te formuleren. Maar dat wordt geen aparte campagne.”

Ik had verwacht dat jij je learnings iets fanatieker zou pinpointen.

„Ik heb in dit gesprek toch maar heel weinig jeukwoorden gebruikt?”

Ja! Dat is dus precies wat ik altijd zeg: praten zonder jeukwoorden is makkelijker dan je denkt.

De Jeuktweets van de week

Japke-d. Bouma onderzoekt hoe je gelukkig wordt op je werk. Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.