Brieven

Brieven

Een treffend artikel over mantelzorgers in uw krant van afgelopen weekend (Vier miljoen Nederlanders zorgen voor iemand die ziek of heel oud is. ‘Er blijft nauwelijks iets van mezelf over’, 25/5). Ik zorg al tien jaar voor mijn vrouw, die parkinson en Lewy-body-dementie heeft. Door de intensieve en emotionele zorg voor een chronisch ziek familielid is mijn leven bijna geheel verzwolgen. Ik herken het beschreven gekanteld bestaan, de bijbehorende frustratie, en het zelfverwijt daarover. Het verpleeghuis is de oplossing niet, zeker niet zolang er onvoldoende differentiatie en specialisatie is in zorg voor dementerenden. Eigenlijk zou elk verpleeghuis in Nederland enkele gastenkamers moeten creëren waar thuiswonende zieken uit de omgeving met voorrang gebruik van kunnen maken. De in het artikel genoemde Ellis sloeg de spijker op de kop met haar opmerking dat ze ’s avonds om negen uur in bed ploft omdat ze het anders niet volhoudt. Zij zou, net als ik, met een verpleeginstelling ‘om de hoek’ de afspraak moeten kunnen maken dat haar naaste er elke maand twee of drie dagen uit logeren kan. Het is beleid patiënten zo lang mogelijk thuis te laten wonen, maar dan zullen er meer logeeradressen moeten komen om de mantelzorgers (een klein beetje) heel te houden.