Wat wil D66 nu het niet meer om vóór of tegen de EU gaat?

Nederland koos vóór Europa, maar niet voor de partij die bij uitstek pro-Europees is. D66 verloor in het Europees Parlement twee van de vier zetels. Volgens fractievoorzitter Rob Jetten „een enorme teleurstelling.”

Vijf jaar geleden kreeg D66 nog de meeste stemmen. Toen was de campagne overzichtelijk, die ging over de vraag: ben je voor of tegen Europa? Toen had D66 een vanzelfsprekende plek. Nu viel er voor de pro-Europese stemmer meer te kiezen. Zo stelde de VVD zich positiever op over de Europese Unie dan voorheen. Daarbij speelde Mark Rutte een prominente rol op het Europese toneel.

De PvdA had met Timmermans ook een gouden troef in handen. Timmermans kon aantonen dat hij zaken voor elkaar had gekregen in Europa. Wie vóór Europa wilde kiezen, had dus de mogelijkheid te kiezen tussen een partij die zich presenteert als zeer pro-Europees of twee partijen die zich op meer prominentere manieren hebben kunnen bewijzen in de praktijk.

Kort nadat Rob Jetten aan was getreden als fractievoorzitter, presenteerde hij zich als ‘radicaal’. In aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen uitte dat zich in een felle opstelling in het klimaatdebat. Na de voor de partij teleurstellende uitslag nam D66 zich voor ánders over het thema te communiceren, door minder te benadrukken dat Nederland voorop moet lopen in de energietransitie en meer te wijzen op de praktische, haalbare maatregelen. Nu de kiezer zijn voorkeur uitsprak voor een gematigde pro-Europese stem, klinkt voorzichtig een soortgelijk voornemen. Nog altijd pro-Europees, maar in de communicatie wat minder radicaal, en wat meer genuanceerd.