Opinie

    • Frits Abrahams

Twee intieme vrienden erbij

Frits Abrahams

Je bent eerstejaarsstudent in Amerika en meldt je de eerste dag op de campus van de universiteit. Iedereen begroet je alsof je een oude vriend bent. Ze noemen je Eddy, maar je heet Bobby.

Het overkwam Bobby Shafran aan het begin van de jaren tachtig. Hij ontdekte dat hij een dubbelganger had, Eddy Galland, die in werkelijkheid een tweelingbroer was. Nadat hun verhaal de media bereikte, meldde zich nog een derde identieke broer, David Kellman. De jongens waren een half jaar na hun geboorte in 1961 van elkaar gescheiden; ook hun adoptieouders wisten niet van het bestaan van de andere kinderen.

Ziedaar de kern van deze fascinerende geschiedenis, gereconstrueerd in de documentaire Three Identical Strangers van Tim Wardle. De film was vorig jaar op IDFA te zien en rouleert nu in de bioscopen. Sla hem niet over, want het is een indrukwekkende film die bij mij nog lang bleef nagloeien.

Als kijker kan je er bijna niet aan ontkomen om je te identificeren met de jongens. Stel, je doet een deur open en een dubbelganger staart je aan – je bent die ander niet zelf, maar toch ook weer wél. Je begrijpt ook de aanvankelijke euforie bij de drie jongens – opeens had ieder er twee intieme vrienden bij. Ze hadden zelfs één, overigens weinig bevredigende, ontmoeting met hun moeder, die hen als teenager had gebaard.

Ze werden in de Verenigde Staten beroemdheden, veelgevraagd voor talkshows en openbare bijeenkomsten; ze begonnen samen een drukbeklant restaurant in New York. Maar hun faam riep ook allerlei vragen op. Hoe had het kunnen gebeuren? Wie was verantwoordelijk geweest voor deze adopties? Er bleek een masterplan achter te zitten van de prominente psychiater Peter Neubauer, die de kinderen bewust in uiteenlopende milieus had geplant: arbeidersklasse (Kellman), middenklasse (Galland), hogere middenklasse (Shafran). Ook liet hij hen jarenlang thuis onderzoeken door assistenten die moesten zwijgen over de achtergronden van zijn experiment.

De adoptieouders, en later ook de volwassen geworden jongens, reageerden woedend op de ontdekking. Maar Neubauer was al dood en had de resultaten van zijn onderzoek tot 2066 achter slot en grendel weggeborgen.

Waarom? „Omdat hij geschokt was door de resultaten”, vermoedt de journalist Lawrence Wright die een boek over deze zaak schreef. Neubauer was als psychiater geneigd in het befaamde nature-nurture-debat voor nurture (opvoeding) te kiezen. Maar de resultaten van zijn onderzoek toonden juist veel overeenkomsten in gedrag die op aanleg (nature) wezen, zoals psychische stoornissen vanaf hun vroegste jeugd.

Al kijkend rolde ik van de ene (nature) in de andere (nurture) overtuiging om ten slotte ergens in het midden uit te komen: ja, die genen zullen wel belangrijk zijn, maar onderschat de opvoeding en andere omstandigheden niet. Wright gaf in een interview een treffende samenvatting: „Genen zijn als een rivier waarop we ons laten meedrijven als we niets doen, maar we kunnen ook naar een van de oevers zwemmen.”

Eddy Galland liet zich meedrijven en pleegde in 1995 zelfmoord, zijn twee broers overleefden de schok van hun nieuwe leven – de een is nu advocaat, de ander verzekeringsagent, maar veel contact hebben ze niet meer: ieder heeft zijn eigen oever gekozen.