Rijpt er een Europese democratie?

Burgers beginnen te beseffen dat de grote thema’s van deze tijd, zoals klimaat en migratie, in Brussel beslecht worden.

Duitse kiezers staan in de rij voor een stembureau tijdens de Europese Parlementsverkiezingen.
Duitse kiezers staan in de rij voor een stembureau tijdens de Europese Parlementsverkiezingen. Foto John MacDougall/AFP

Als deze Europese verkiezingen iets hebben laten zien, is het wel dat de Europese democratie eindelijk een beetje volwassen begint te worden.

Technisch waren deze verkiezingen natuurlijk nog puur nationaal, omdat elk land zijn eigen stemming organiseerde, op zijn eigen dag, volgens zijn eigen regels. Kiezers kregen nationale lijsten voorgelegd met nationale kandidaten erop. Als Nederlander kon je niet voor een Duitser of Ier stemmen. Frans Timmermans was Spitzenkandidaat voor alle Europese socialisten, maar alleen Nederlanders konden op hem stemmen. Zo bezien bleven deze verkiezingen een verlengstuk van de nationale politiek. In Frankrijk gingen ze over Macron, in Oostenrijk over Ibiza-gate. En de Britten stemden opnieuw over Brexit.

Maar tegelijkertijd waren dit de meest Europese verkiezingen ooit, omdat de debatten Europeser waren dan voorheen. Rutte en Baudet duelleerden over thema’s als de euro en sancties tegen Rusland; de Italianen waren geobsedeerd door Europese begrotingsregels. Veel grote thema’s van deze tijd zijn Europees. Politici ontkennen dat niet langer. En voor het eerst tonen burgers nu een groeiende behoefte om, als dat dan zo is, mee te praten in de Europese politiek. Zij willen invloed op grote vraagstukken die daar spelen, zoals het klimaat, de euro of een socialer Europa.

Burgers roeren zich

Over de euro, migratie of veiligheid kun je moeilijk meer op nationaal niveau beslissen. We zien onze eigen regeringsleiders keer op keer naar Brussel trekken om er samen over te beslissen, want in hun eentje kunnen zij dit niet meer. Burgers zien zo, meer dan in 2014, een Europese politiek ontstaan. En ze willen zich daarin roeren. Daarom demonstreren scholieren voor het klimaat, daarom ook riep het EU-handelsakkoord met Canada zulke felle protesten op. Via nationale parlementen kunnen burgers er niet bij. Maar via het Europees Parlement kan dat wel.

Lees ook: CDU worstelt met kritische video Duitse YouTuber

Een mooi voorbeeld van deze nieuwe realiteit is ook de 26-jarige Rezo, die laatst in Duitsland een felle video tegen de CDU op YouTube zette. Die video ging helemaal over Europese thema’s. Rezo eiste een toekomst voor Europeanen van zijn generatie, no less. Hij vroeg politici om meer aandacht voor het klimaat, armoede en toekomstgericht onderwijs (waar Brussel niet eens over gaat). Miljoenen mensen hebben die video gezien – meer dan er naar het tv-debat tussen Manfred Weber en Timmermans hebben gekeken.

Geen wonder dat de campagnes, al werden ze door nationale kandidaten getrokken, Europeser waren dan vroeger. In diverse landen werd er bijvoorbeeld stevig gedebatteerd over Europese belastingen voor multinationals, en over een eind aan de bezuinigingspolitiek in de eurozone. Kiezers vroegen ditmaal ook meer informatie dan voorheen. De media produceerden meer artikelen, debatten en quizzen dan ooit – over het parlement, over de Spitzen, over hoe Brussel ‘werkt’.

Vandaar ook dat de opkomst, die al twintig jaar daalde, ditmaal sterk steeg, tot 51 procent. Voor het eerst deden er deze keer pan-Europese partijen mee. Zelfs partijen die voorheen exits bepleitten, gooiden zich enthousiast in de strijd. Politici als de Salvini en Orbán willen doen wat Merkel en Macron doen: in Brussel met hun vingers aan de knoppen zitten.

Almacht gebroken

Eindelijk is de almacht van conservatieven en socialisten in het Europees Parlement gebroken. Ze hebben geen meerderheid meer samen. Groenen, liberalen en eurosceptici, die er nooit echt tussen kwamen, krijgen eindelijk ruimte. Ze zullen die gebruiken ook. Sommigen vinden dit eng. Anderen spreken van ‘fragmentatie’. Maar je kunt ook zeggen: Europa is niet langer van de ‘bubbel’. Europa wordt nu van ons allemaal. Dit zal de Europese politiek pluralistischer en levendiger maken. En harder, ongetwijfeld. We krijgen meer drama, dat voorheen alleen voorbehouden was aan de nationale politiek – een typisch kenmerk van een gezonde, functionerende democratie.

Dertig jaar geleden schreef het Europees Parlement vooral vrijblijvende adviesjes, die de lidstaten meestal terzijde legden. Nu beslist het parlement keihard mee over politiek gevoelige thema’s als dataprotectie, handel en migratie. Nog altijd zijn er terreinen waarop het weinig te zeggen heeft, zoals het beleid van de eurogroep en de buitenlandpolitiek. Mede daardoor blijven de lidstaten oppermachtig in Brussel, en kan het Europees Parlement hen niet volledig controleren.

Maar die controle komt, op een dag. Dat blijkt wel uit de uitslag van zondag: burgers hebben ontdekt dat ze ook in Brussel macht hebben, en geven te kennen dat ze die ook willen gebruiken. Na jaren ploeteren is dat goed nieuws.