Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Ovenschotel

Marcel van Roosmalen

Ik ging met drie vrienden naar een huisje van een van ons in Zuid-Frankrijk. Het was de eerste keer dat ik de vriendin en twee dochters achterliet. ’s Morgens kreeg ik van de oudste dochter een afscheidscadeau, een met olieverf besmeurde voorgedrukte lama op canvas. „Ga maar weg, papa”, zei ze.

We troffen elkaar op Schiphol.

Niemand was weggebracht, de rest was zo mogelijk nog roemlozer vertrokken. Ik zei dat ik in het vliegtuig nog een eenmalig stukje moest schrijven voor de rubriek ‘Man & Pan’ in Libelle, dat ik al weken als een hete aardappel voor me uitschoof en dat ik dus ergens anders ging zitten in het vliegtuig.

Wat je dan niet hoopt, is dat er een bekende naast je komt zitten, maar die kans is miniem. Ik had het nog niet gedacht of er kwam een collega van deze krant het gangpad in stiefelen. Niet Jean-Marc van Tol en ook niet de Rijdende Rechter, maar die andere van Fokke & Sukke. Eerste gedachte: als we nu neerstorten, is dat een klap voor deze krant.

„Bastiaan”, zei hij, op een toon alsof hij heus wel wist dat ik niet even niet meer wist dat hij Bastiaan Geleijnse heet.

Hij was op weg naar zijn moeder die ergens op een heuvel bij Nice woont, die avond ging hij met haar en een van haar beste vriendinnen naar de opera.

Ik verbaasde me wat ik daar aan smalltalk tegenover stelde, ik heb dat ook op borrels. Dat het in- en uitstappen sneller zou gaan als de bodem onder een vliegtuig vandaan zou kunnen rijden en dat ik liever zou sterven door een ongeluk, dan na een lang ziekbed.

Bastiaan: „Ik wil het liefste gaan zoals mijn vader. In zijn slaap, in tegenstelling tot zijn passagiers.” Pas toen hij het zei kwam ik erachter dat het een grap was.

Hij: „Sorry, misschien moet ik dat er voortaan eerder bij zeggen.”

We gingen werken.

Hij op zijn mobiele telefoon, ik met de ellebogen tegen mijn zij op de laptop. We landden met een knal, Bastiaan maakte zich als eerste los uit zijn stoel.

„Mag ik erlangs?” vroeg hij, „dan haal ik mijn bus nog.”

Ik dacht dat het weer een goede grap was en begon alvast te lachen, maar het was serieus bedoeld. Hij ging echt met een bus, en ik had een stukje geschreven voor ‘Man & Pan’, wat bij nader inzien helemaal niet over een pan, maar over een ovenschotel ging.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.