Opinie

Nieuwe wet mag niet tot ontwijkgedrag bedrijfsleven leiden

Wet arbeidsmarkt

Commentaar

Dinsdag stemt een ruime meerderheid van de Eerste Kamer naar verwachting in met de Wet arbeidsmarkt in balans. Die wet maakt flexibele arbeid duurder en moet zo bijdragen aan een rem op de snelle toename van flexibele arbeidscontracten in Nederland. Ondanks grote vraagtekens over de effectiviteit van de wet neigt een meerderheid van de senatoren naar een ‘voor’, zo bleek vorige week bij het debat over de wet met verantwoordelijk minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66).

Het valt te prijzen dat Koolmees iets doet aan de wildgroei van flexibele banen in Nederland. Het aandeel werknemers zonder vast contract steeg sinds begin deze eeuw van 25 procent tot ongeveer 40 procent nu. In 2018 waren er ruim 3 miljoen flexwerkers (15 tot 75 jaar), van wie bijna 2 miljoen werknemers en bijna 1,1 miljoen zzp’ers.

Voor sommigen is dat een vrijwillig besluit, bijvoorbeeld de zelfstandigen zonder personeel die bewust kiezen voor vrijheid en zich een goed uurloon laten uitbetalen. Vaker echter is het een gedwongen bestaan als flexkracht: werkgevers weigeren (veelal lager opgeleide) mensen in vaste dienst aan te nemen uit onzekerheid over de toekomst of uit angst vervolgens nooit meer van die werknemers af te kunnen, ook als de bedrijfsvoering dat nodig heeft.

De wet van Koolmees beoogt daar nu wat aan te doen. Hij wil ontslag makkelijker maken (en zo de drempel voor bedrijven verlagen om mensen in vaste dienst te nemen) en tegelijkertijd een vast dienstverband iets goedkoper maken. Tijdelijke werknemers worden juist iets duurder (via hogere WW-premies) en oproep- en payrollkrachten krijgen meer rechten.

Ondanks de goede bedoelingen leidt de wet direct alweer tot ontwijkgedrag bij het bedrijfsleven. Een rondgang van NRC bij een aantal payrollbedrijven resulteerde vorige week in een cynisch stemmende conclusie: als de deur naar payrolling een beetje dichtgaat, verzinnen we wel wat anders om bedrijven tegen zo gering mogelijke kosten alsnog flexibele arbeidskrachten te kunnen leveren. Schijnuitzendkrachten in plaats van payrollers. Het is duidelijk dat dat niet de bedoeling kan zijn van de nieuwe arbeidsmarktwet van Koolmees. Als je bescherming beoogt, moet je ook echt bescherming bieden.

Bijna alle Eerste Kamerleden benoemden vorige week dan ook de angst voor een „waterbedeffect”: waar een probleem ogenschijnlijk wordt opgelost, duikt ergens anders weer een nieuw probleem op. In dit geval: flexwerk duurder maken leidt niet tot meer vaste banen, maar tot meer zzp’ers en uitzendconstructies. Het is dan ook zaak dat Koolmees snel de noodzakelijke vervolgstappen zet die voortvloeien uit deze aanpassing van de arbeidsmarkt. De cijfers van het CBS van vorige week die lieten zien dat het aantal flexkrachten voor het eerst sinds 2009 was gedaald, zijn geen signaal om niets te doen.

De minister heeft huiswerk meegekregen van de senaat om schadelijke neveneffecten van zijn huidige wet te repareren. Dat is een goede eerste stap. Ook het al uitgezette onderzoek naar aanpassing van regels rond de arbeidsmarkt, dat in november wordt verwacht, is een stap in de juiste richting.

Flexibele werknemers én werkgevers hebben recht op duidelijkheid en zekerheid over hun positie en hun rechten en plichten. Dat geldt voor payrollers, maar des te meer voor de groeiende groep zzp’ers die nu al jaren wacht op heldere regels. De arbeidsmarkt is te belangrijk om volledig aan de werkgevers over te laten.