Recensie

Recensie Muziek

Muziekgebouw viert de sensualiteit en melancholie van Andriessen

Klassiek Louis Andriessen, onbetwiste eindbaas van het Nederlandse componeren, wordt tachtig. Het Muziekgebouw eerde hem met een vierdaags Andriessen Festival.

Het Muziekgebouw eerde dit weekend componist Louis Andriessen, wiens werk de afgelopen eeuw bepalend was voor de Nederlandse ensemblecultuur.
Het Muziekgebouw eerde dit weekend componist Louis Andriessen, wiens werk de afgelopen eeuw bepalend was voor de Nederlandse ensemblecultuur. Foto Françoise Bolechowski

Een wakkere geest speculeerde eens dat hij de invloedrijkste Nederlandse componist sinds Jan Pieterszoon Sweelinck zou zijn. In ieder geval staat Louis Andriessen al een halve eeuw te boek als de onbetwiste eindbaas van het vaderlandse toondichtersgilde. Niet alleen in eigen land trouwens.

Volgende week wordt hij tachtig en dus wijdde het Muziekgebouw een vierdaags festival aan zijn muziek. Mét cadeau: voor de rumoerschuwe Andriessen zal met gloednieuwe noise cancelling-technologie een stilteplek worden gecreëerd in de foyer.

Het mag ironisch heten dat de componist die geen herrie aan zijn hoofd verdraagt, in de jaren zeventig naam maakte met ongenadige beukstukken als Hoketus. In dit werk plaatst Andriessen twee identieke ensembles (onder meer conga’s, elektrische bas en piano’s) lijnrecht tegenover elkaar. Met over en weer vliegende mokerakkoorden vechten de musici als rivaliserende bendes een groovende battle uit.

Daverende uitvoering

Tijdens het openingsconcert van het Andriessen Festival tekende Asko|Schönberg voor een ritmisch daverende, stomend fysieke uitvoering. Wat ook hielp waren de rake visuals van Jaap Drupsteen die op groot scherm een kubistisch hort-en-stoot-ballet ontketende.

De sensuele Andriessen kwam eveneens aan bod. Neem Dances voor sopraan en kamerorkest, geschreven op fragmenten uit de roman The Winged Pharao van Joan Grant. Boezemvriend Reinbert de Leeuw dirigeerde en wist de openingsmaten (roerloze strijkers op een kabbelend pianomotief) precies de juiste koele sensualiteit te geven. Andriessen-muze Claron McFadden nam de vocale partij voor haar rekening en liet haar vibratoloze lijnen als een statige ibis boven het ensemble cirkelen. Farao-waardig.

Over muzen gesproken: Andriessen schreef zijn liedcyclus annex vioolconcert La Passione voor de Italiaanse zangeres Cristina Zavalloni, die donderdag het podium deelde met violiste Frederieke Saeijs. Helemaal vlekkeloos verliep de uitvoering niet: matige versterking maakte dat Zavalloni herhaaldelijk kopje onder ging in het ensemble. Asko|Schönberg had even nodig om de grillig geïnstrumenteerde prikkeldraadmuziek (akoestische afspiegeling van de waanzinspoëzie van de Italiaanse schrijver Dino Campana) helemaal strak rond de notenbalk te krijgen.

Ensemblecultuur

Louis Andriessen (Utrecht, 1939) was van meet af aan voorbestemd voor het vak dat ook zijn vader Hendrik en zijn broer Jurriaan uitoefenden. Inmiddels is zijn invloed moeilijk te overschatten: als docent leidde hij generaties toonaangevende componisten op. Met gezelschappen als De Volharding en Hoketus stond hij aan de wieg van de Nederlandse ensemblecultuur. Zonder lijfstukken als De Materie, De Tijd en De Staat zouden er onherroepelijk gaten vallen in de muziekgeschiedenis.

Laatstgenoemde werk, vaak bestempeld als Andriessens stilistische geboorte-uur, verscheen zaterdagavond op de lessenaars van het Antwerpse blazersensemble I Solisti en dirigent Etienne Siebens. Ja, sommige passages kwamen binnen als een mokerslag. Op andere momenten maakten net niet spatgelijke ritmes en wat aarzelende montages dat de monolithische Andriessen-sound uitbleef.

Dan vielen de noten beter op hun plek in M is for Man, Music, Mozart, Andriessiaans verhaspelde Mozart-citaten met een flinke dot jazz en Stravinsky bij videobeelden van Peter Greenaway. I Solisti transformeerde moeiteloos van bigband naar krakkemikkig blaasorkestje of melancholische fanfare.

Een glansrol was weggelegd voor de ravissante Nora Fischer die haar stem liet uitwaaieren van klassieke nuances naar hese nachtclubsound en snerpend zingzeggen. De bluesy melancholie waarmee ze de slotminuten vertolkte, doet reikhalzend uitzien naar The Only One, de orkestrale songcyclus die Andriessen momenteel voor haar componeert.