Opinie

    • Ellen Deckwitz

Misgelopen

Ellen Deckwitz

Onlangs werd een goede vriendin veertig en zo bevonden mijn zus en ik ons op een feest tussen allemaal bloedmooie dames want de jarige was 1. van de vrouwen 2. polyamoreus en 3. iemand die zich alleen aangetrokken tot modellen voelde, waar ze, zo pruilde ze, ook gewoon verder niets aan kon doen. Als een man zo’n uitspraak had gedaan, had mijn zus er meteen op los geslagen maar dit keer hoorde ik haar niet protesteren, die keek haar ogen uit. Na het eerste ‘Lang zal ze leven’ zag ik haar aanpappen met een prachtige roodharige, tot de deur openzwaaide en er een blonde, wat gedrongen dame binnenkwam. De roodharige vloog haar meteen om de hals, mijn zus bleef chagrijnig achter.

„Zij weer”, gromde ze over de blonde, „Kaapt altijd alles voor mijn neus weg. Ik snap er helemaal niets van, ik bedoel haar lijf is oké maar ze heeft een kop als een droge bataat. Ze is toch helemaal niet mooi?”

Ik kon nu natuurlijk een pleidooi beginnen over het innerlijk maar dat was volgens mij niet de bedoeling.

„Het is echt zo maf dat ze iedereen kan krijgen”, vervolgde mijn zus. „Als ik vroeger met ook maar een beetje zelfvertrouwen over het schoolplein liep, kreeg ik meteen van alle kanten te horen dat ik heus niet zo mooi was en me vooral niets in mijn hoofd moest halen.” Dat herinnerde ik me nog wel. Op haar zestiende bezat ze een schoonheid waar gewoon niets tegenin te brengen viel – een mix van een jonge Angelina Jolie en Elizabeth Taylor. Dat maakte mensen boos. Wanneer je ergens in uitblinkt zijn er altijd figuren die je zo nodig op je tekortkomingen moeten wijzen. Van alle kanten kreeg mijn zus te horen dat ze te dik was (ze had destijds maat 36!), dat ze zeker arrogant was. Al die reviews leidden tot een eetstoornis en een blijvend minderwaardigheidscomplex.

De roodharige vloog haar meteen om de hals, mijn zus bleef chagrijnig achter

‘Ik heb zo vaak ongelukkige knappe mensen gezien”, zei ze terwijl ze de ene na de andere mocktail wegtikte. „Het zijn juist degenen wier uiterlijk zo doorsnee is dat niemand zich ertegenaan bemoeit, die hun zelfvertrouwen behouden. En dat versterkt weer hun aantrekkingskracht. Het is niet eerlijk.”

We zagen de blonde weggaan met de roodharige. Opeens moest mijn zus heel erg lachen, of nou ja, het was meer een wanhopig hinniken.

„Ik had nooit gedacht jaloers te zijn op iemand zoals zij”, hikte ze. „Wat een jaloersmakende brutaliteit is het toch om niets negatiefs over jezelf aan te nemen. Kijk haar nou fluitend door het leven glijden, alleen maar omdat ze nooit knap genoeg is geweest om ervoor op haar kop te krijgen.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.