Indonesië wil verdienen aan het halalkeurmerk

Islamitische consumenten Indonesië stelt een halalkeurmerk straks verplicht voor eten en drinken, maar ook voor kleding en apparaten.

Voor ondernemers is Indonesië „een sexy markt”, vanwege de miljoenen potentiële klanten, zegt onderzoeker Sri Rahayu.
Voor ondernemers is Indonesië „een sexy markt”, vanwege de miljoenen potentiële klanten, zegt onderzoeker Sri Rahayu. Foto’s Annemarie Kas

In de schappen van Lotte Mart, een grote supermarkt in het zuiden van Jakarta, staan overal halal producten. Je kunt er halal deodorant of douchegel kopen. Wasmiddel, wattenschijfjes, pannen, kattenvoer, zelfs een paar koelkasten hebben een halalkeurmerk.

Soms staat het keurmerk met een grote sticker pontificaal voorop, soms is het klein en vind je het ergens achterop bij de streepjescode. Voor al deze producten geldt dat ze zijn gekeurd en halal bevonden door de Majelis Ulama Indonesia (MUI), de belangrijkste raad van moslimgeleerden in Indonesië.

Indonesië is een aantrekkelijke markt voor producenten van halal goederen, die gemaakt zijn in lijn met de regels van de islam. Het land heeft met meer dan 225 miljoen islamitische inwoners de grootste moslimbevolking ter wereld. Binnenkort is zo’n halalcertificering zelfs verplicht. Vanaf oktober dit jaar moeten alle producten die door consumenten „gebruikt worden”, zoals in de wet staat, een halalkeurmerk hebben. Het gaat om drank en etenswaren, maar ook om cosmetica, medicijnen, kleding en huishoudelijke spullen.

Lees ook: Hoe landen inspelen op halal-toerisme

In de Lotte Mart zoekt Zenal (hij heeft geen achternaam, zoals veel Indonesiërs) een nieuwe koelkast uit. Dat er een paar halal varianten van fabrikant Sharp tussen de modellen staan, heeft hij niet gezien. Maar voor zijn aankoop speelt dat keurmerk niet mee, zegt hij. Het is toch alleen bij eten en drinken belangrijk of producten halal zijn? „Dan is het opletten of er geen varkensvet of alcohol in zit.” Misschien vinden streng gelovige moslims zo’n keurmerk voor een koelkast van belang, zegt Zenal. Voor hem zijn prijs en afmetingen relevanter.

Die overwegingen komen overeen met de conclusies van onderzoek dat Sri Rahayu Hijrah Hati van de Universitas Indonesia een paar jaar geleden deed onder Indonesische islamitische consumenten. Ze vond geen significant verband tussen religie en de bereidheid om specifieke halalproducten te kopen. „Religie dient alleen als referentiekader voor het morele kompas, niet voor andere aspecten van het leven”, schrijft ze. Indonesiërs weten volgens Sri Rahayu vaak niet eens precies wat halal is en wat niet: „Ze denken dat het wel goed zit met de producten die ze kopen, omdat Indonesië toch overwegend islamitisch is.”

Duizend controleurs

Sri Rahayu is aan haar universiteit directeur van het onderwijsprogramma over islamitisch zakendoen en ze volgt de ontwikkelingen rond de verplichte halalkeurmerken tot in detail. Ook al is de deadline in oktober, voor ondernemers is veel nog onduidelijk, zegt Rahayu: „Het wachten is op regels die de wet praktische invulling moeten geven.” In de wet zelf staan hier en daar tegenstrijdige dingen. Zo moeten volgens het ene artikel álle producten voortaan een halalkeurmerk hebben, maar staat verderop dat niet-halalproducten als zodanig herkenbaar moeten zijn. Dan zouden die dus toch wel zijn toegestaan.

Bedrijven in sommige sectoren krijgen waarschijnlijk vanaf oktober nog een paar jaar de tijd om aan de regels te voldoen. Het gaat dan bijvoorbeeld om medicijnen en vaccins. Vaccins worden grotendeels geïmporteerd en het is al jaren onderwerp van discussie of die halal zijn of niet, omdat voor de productie vaak varkensgelatine wordt gebruikt. Het kost tijd en geld om daar een alternatief voor te vinden.

Hoe dan ook is het volgens Sri Rahayu „heel onrealistisch” dat de MUI, de raad van moslimgeestelijken, met z’n ongeveer duizend controleurs alle bedrijven en producten nog vóór oktober kan doorlichten. Indonesië telt ongeveer 3,6 miljoen ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. Denk aan kleine meubelmakers, verkopers op de markt of uitbaters van eettentjes. „Die gebruiken zo vaak conserveringsmiddelen die niet halal zijn. En op de markt kopen huisvrouwen gerust kip die niet halal is geslacht.”

Officieel zijn de verplichte keurmerken als voorlichting en hulp voor de consument bedoeld, maar de overheid ziet er zeker ook een manier in om geld te verdienen. Voor ondernemers, omdat de Indonesische halalexport naar andere landen hiermee kan groeien. En voor zichzelf, want volgens de nieuwe regels doet straks niet langer de MUI de keuringen, maar krijgt een nieuw overheidsorgaan de coördinatie en dus de inkomsten. De MUI heeft nooit bekend willen maken hoeveel de certificering oplevert, maar algemeen wordt aangenomen dat de raad er goed mee verdient.

Halal-producten in een Indonesische supermarkt. Foto Annemarie Kas

Deodorantrollers

De recentste lijst van alle MUI-goedgekeurde producten is een document van meer dan 600 pagina’s. Er staan lokale bedrijven en restaurants in, maar ook grote internationale merken als Unilever, Johnson&Johnson, Starbucks en Nestlé laten hun producten door de MUI keuren. Zo hebben de deodorantrollers van Dove en Rexona, allebei merken van Unilever, wel een MUI-keurmerk, maar de spuitbussen niet. Die bevatten alcohol.

Ondernemers vinden de religieuze overwegingen van de Indonesische consument niet zo belangrijk. Voor hen is Indonesië vooral „een sexy markt” vanwege de miljoenen potentiële klanten, zegt Sri Rahayu. Als een halalstempel de verkoop kan bevorderen, maakt dat het keurmerk interessant. Al zijn halalkeurmerken voor producten die overduidelijk niet met varkensvetten of alcohol zijn gemaakt, volgens haar een „slimme marketing-gimmick” om de fanatiekere moslims over te halen iets te kopen.

Extra rompslomp

Andere analisten waarschuwen dat strenge handhaving van de nieuwe regels ook negatief kan uitpakken voor het Indonesische investeringsklimaat. Voor bedrijven zijn extra rompslomp en onduidelijkheid over wat nodig is om zo’n keurmerk te krijgen niet aantrekkelijk. En als niet-halalproducten straks automatisch als haram, dus onrein, bestempeld worden en fabrikanten dat ook nog verplicht op de verpakking moeten melden, kan dat hun klanten afschrikken.

In de supermarkt staat moslima Vera Nurani met een pak wasmiddel in haar handen. Zij neemt het halalkeurmerk op dit soort producten niet zo serieus. Ze kiest gewoon het merk wasmiddel dat ze altijd gebruikt. „Alle zeep is toch halal? Misschien is het marketing.”

Vera Nurani heeft ook wel eens gehoord dat bedrijven de MUI kunnen omkopen om makkelijk een halalcertificaat te krijgen – het is een hardnekkig gerucht dat al jaren rondgaat. Dus over de halal koelkasten heeft ze ook zo haar twijfels. Ze moet lachen om haar eigen grapje: „Wat nu als je er varkensvlees in stopt. Is die koelkast dan nog steeds halal?”

In Indonesië biedt een organisatie gratis het verwijderen van tatoeages aan. Dat past in het streven van met name jonge Indonesiërs om een betere moslim te worden.