Opinie

In België voedt ‘fatsoenlijk rechts’ extreem-rechts

Nationale verkiezingen België De wederopstanding van het Vlaams Belang bij de Belgische verkiezingen betekent een reality-check voor rechts, meent .

Voorpagina van de Belgische krant De Standaard op maandag.
Voorpagina van de Belgische krant De Standaard op maandag.

Vlaanderen is terug bij af. Vlaams Belang, dat enkele jaren geleden nog weggevaagd leek, heeft opnieuw aangeknoopt bij de grote dagen. Wat zeg ik? Ze doen het beter. Geen enkele van de beruchte ‘Zwarte Zondagen’ uit de jaren 90 komt in de buurt van hun resultaat van zondag: met 19 procent van de stemmen verdrievoudigt de partij en wordt daarmee in Vlaanderen de tweede partij. Alleen de monsterscore uit 2004, toen haast een kwart van de Vlamingen voor hen koos, overstijgt het.

Als extreem-rechts wint, wordt dat geacht een opdoffer te zijn voor links, en uiteraard is de Vlaamse linkerzijde geschokt. Maar deze heropstanding betekent vooral een reality check voor rechts. Daar leefde altijd de overtuiging dat het Vlaams Belang (VB) klein kan worden gehouden, als er maar een sterke fatsoenlijk-rechtse partij bestaat. De meeste VB-kiezers, zo ging de redenering, voelden zich niet écht thuis bij de partij; ze stemden er enkel voor omdat alle andere partijen te politiek correct geworden waren. Een complexloos-rechtse partij, radicaal en toch redelijk, onverbiddelijk maar beschaafd, zou hun onvrede afvangen én omzetten in beleid, want door het cordon sanitaire zat dat er bij het VB nooit in.

De N-VA ís die partij. En tien jaar lang leek ze die analyse te bevestigen. Niet alleen ging haar opgang onstuitbaar door, die verliep bovendien parallel met de neergang van het Belang. Het leek waar, wat alle conservatieve intellectuelen ons vertelden: als je de rechtse Vlaming maar een geloofwaardig alternatief gaf, dan keerde hij zijn rug naar Filip Dewinter!

Tot afgelopen zondag. Eén machtsdeelname van de N-VA op het federale niveau was genoeg om het VB in stemmenaantal te zien verdriedubbelen. Dat is een klap voor die burgerlijk-rechtse droom.

Wir schaffen das

We weten nog niet waarom het VB zoveel oude of nieuwe kiezers overtuigd heeft. Er circuleren momenteel twee verklaringen. Bart De Wever, voorzitter van de N-VA, beweert dat de schuld bij Merkels „Wir schaffen das” gezocht moet worden. Kiezers zouden zo geschrokken zijn door haar besluit de grenzen niet te sluiten tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 dat ze geradicaliseerd zijn.

Lees ook: ‘Zwarte zondag’ splijt België

Heel waarschijnlijk is dat niet. De N-VA heeft immers onmiddellijk duidelijk gemaakt hoe gevaarlijk ze die uitspraak vond. Sinds die crisis en de aanslagen in Brussel in 2016, heeft de partij zich sterk geprofileerd op het migratiethema. Zo hard dat het onderscheid met Vlaams Belang soms enkel nog onder een elektronenmicroscoop waar te nemen viel. Dat Merkels ruimhartigheid ook De Wever zou zijn aangewreven, is ongeloofwaardig.

De andere analyse beweert het omgekeerde: dat N-VA net te hard heeft ingezet op migratie. En dat de partij zo, in een poging om een leegloop naar het VB te verhinderen, die heeft aangewakkerd. Dat klinkt al waarschijnlijker. Door er zoveel over te praten heeft de N-VA haar kiezers bevestigd in hun overtuiging dat migratie een groot probleem is dat dringend moet worden opgelost, maar door tegelijk te keer te gaan tegen de krachten die die oplossing tegenwerkten, bevestigde de partij die kiezers ook in hun gevoel van machteloosheid.

Zap: De VRT op z’n best. Na elke getelde stem werd de sfeer grimmiger

Dat is het nadeel van een beleidspartij te zijn: iedereen kon zien dat, ondanks alle retoriek, er nog steeds migranten in het Brusselse treinstation sliepen, of dat de aantallen goedgekeurde asielaanvragen te hoog bleven naar de rechtse smaak. En dan kun je zeggen dat Merkel een krachtdadiger beleid in de weg stond, of de Franstalige socialisten, of de pers, of linkse rechters, of de ngo’s, of een van de vele twitteraars tegen wie hun digitale leger iedere dag heroïsch ten strijde trok – feit is dat de N-VA, ondanks haar 32 procent, die kanker van de politieke correctheid niet heeft kunnen wegsnijden.

Toxisch thema

Migratie is dus ook voor rechts een toxisch thema. Op het eerste gezicht kan de rechterzijde zich er makkelijker over uitspreken, omdat haar kiezers er minder verdeeld over zijn. Maar die kiezers identificeren zich wel heel sterk met het onderwerp. Ze menen serieus dat hun cultuur teloor gaat, en snakken naar een reset. Wat Greta Thunberg zei over het klimaat, denken zij over migratie: „Ik wil dat jullie handelen alsof het huis in brand staat, want het staat in brand.”

Het maakt dat ze niet pragmatisch denken. En dat is precies wat een beleidspartij wel doet: pragmatisch denken. Accepteren dat je niet de absolute meerderheid hebt, dat verandering traag gaat, dat je belangen tegen elkaar moet afwegen, en dat je de meeste zaken niet in de hand hebt.

De enige manier waarop een burgerlijk-rechtse partij die radicale kiezers bij zich kan houden, is door de indruk te wekken dat zij wél alles in de hand heeft. Onvermijdelijk botst ze dan op de grenzen van haar mogelijkheden. „Links heeft de gewone man in de steek gelaten”, lees je vaak. Maar gezien de revolutionaire instelling van die gewone man, zien we dat een fatsoenlijk rechtse beleidspartij, hoe hard ze zich ook hard toont, hem evenzeer ontgoochelt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.