Recensie

Recensie Theater

‘Het nationale lied’ blijkt vooral nietszeggende singalong

Theater ‘Het nationale lied' is een voorstelling in een reeks over opkomend nationalisme. Maar diepgaander dan hard meezingen met '15 miljoen mensen' wordt het niet.

Foto Luca Chiaudano
    • Elisabeth Oosterling

Op het eerste gezicht lijkt Het nationale lied een vreemde mix van een Toppers-optreden en tv-programma Korenslag. Of, zoals de goedlachse presentatoren (Matijs Jansen en Marleen Scholten) het noemen: een ‘singalong-spektakel’, waarbij drie Rotterdamse koren op het podium staan.

Wat volgt is een stroom van Nederlandstalige hits, van ‘Annie hou jij me tassie effe vast’ tot ‘Dromen zijn bedrog’. Toeschouwers mogen nummers aandragen, er worden titels uit een hoed getrokken en er is een minutenlange medley. Het zou allemaal niet misstaan op een buurtfeest of bruiloft, maar dit zou toch een voorstelling moeten zijn die - in een reeks over opkomend nationalisme - onderzoekt ‘waarom mensen zich steeds meer aangetrokken voelen tot de muziek van eigen bodem’.

Geen antwoord

Je kunt je afvragen of het luisteren naar Nederlandse muziek per definitie nationalistisch is, maar - doe vooral geen moeite - daarop geeft Het nationale lied geen antwoord. De voorstelling geeft überhaupt weinig antwoorden en stelt eigenlijk ook geen vragen. Wunderbaum is er namelijk niet in geslaagd meer over het voetlicht te brengen dan een grijsgedraaide afspeellijst.

Ondertussen wordt het publiek aangemoedigd om mee te zingen, wapperend met Nederlandse vlaggetjes. De presentatoren roepen af en toe iets cryptisch, als ‘vanavond zijn er geen winnaars of verliezers, want we zijn toch al verloren’. Dat zou je kunnen zien als een verwijzing naar de teloorgang van Europa, maar zo’n losse flodder is eigenlijk te mager voor zo’n interpretatie. De opmerkingen worden verder namelijk niet uitgewerkt, krijgen geen context.

Opeens wordt dan de focus verlegd naar de Senegalese beveiliger (Alberto Malanchino), die aan de rand van het podium staat. Hij vertelt iets over zijn werk en mag een karateworkshop geven, een optreden dat eindigt met een racistische sneer van één van de presentatoren. Het is een knullig uitstapje. Diepgaander (of leuker) dan heel hard meezingen met ‘15 miljoen mensen’ wordt deze voorstelling blijkbaar niet.