Opinie

Halsema wil het Holocaust- monument erdoor drukken

Met een interview in NRC zet de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, vlak voor de rechtszaak, druk op het Holocaust Namenmonument, schrijft .

Architect Daniel Libeskind bij de maquette van het ontwerp van het Holocaust Namenmonument Nederland.
Architect Daniel Libeskind bij de maquette van het ontwerp van het Holocaust Namenmonument Nederland. Freek van den Bergh

Op dinsdag 28 mei buigt de rechter in Amsterdam zich over het beroep tegen het Holocaust Namenmonument. Op maandag 20 mei sprak burgemeester Halsema zich in NRC uit over deze zaak. Ze benadrukte dat ze „niet vooruit wil lopen op de uitspraak van de rechter”, maar doet dat in feite wel. Haar timing is in ieder geval opmerkelijk.

Voor ons, betrokken burgers die zich verzetten tegen dit Namenmonument, is het teleurstellend om te zien hoe de burgemeester zich in dit complexe en – ook voor ons – gevoelige dossier opstelt. Ze meent dat men maar over onvolkomenheden („niet alle procedures zijn tot op de letter gevolgd”) heen moet stappen. Het gaat echter niet om kleinigheden, maar om talrijke onzorgvuldigheden. En zelf brengt ze nu ook met stelligheid onjuistheden naar voren. Zo heeft er bijvoorbeeld nooit een inspraakavond plaatsgevonden, en zijn de bezwaren niet door een onafhankelijke commissie maar door haar eigen ambtenaren beoordeeld. Ook heeft de raad zich nooit unaniem voor dit monument uitgesproken, maar alleen in algemene zin voor ‘een’ monument. En het huidige ontwerp is – anders dan de opzet was – nooit ter beoordeling aan de raad voorgelegd. Er is zelfs nooit ook maar ergens één woord gewijd aan de vraag wat voor soort monument Amsterdam, of Nederland, eigenlijk als ‘nationaal monument’ zou willen. En het is juist dit ontwerp van Daniel Libeskind dat zoveel weerstand oproept. „Het mag confronterend zijn”, zegt Halsema. Maar waarom mag dat? En moet het ook? Is een woonomgeving een goede plek voor een dergelijk ontwerp? Die vragen zijn nooit gesteld. Beschouwt ze de mening van al die mensen die er anders over blijken te denken als irrelevant?

Lees over de spanningen rondom het Holocaust-monument tussen buurtbewoners en Auschwitz Comité

De kern van ons bezwaar is dat dit ontwerp niet op deze plek past. Het is te omvangrijk, te hoog, en de beschikbare ruimte is te krap, helemaal als men aan herdenkingen of aan ruimte voor educatie denkt. Amsterdam én het Nationaal Holocaust Monument, het monument dat straks van iedereen moet zijn, verdienen beter. Dát is vanaf het allereerste begin de insteek geweest van de buurt. Maar gemeente noch het Auschwitz Comité wilden dat iemand zich ook maar ergens mee zou bemoeien. En nu de rechtszitting aanstaande is, stelt Halsema dat we maar niet meer achterom moeten kijken („water onder de brug”), en zo wordt met blinde volharding een monument doorgedrukt waar – gefundeerd en beargumenteerd – veel kritiek op is. En dat terwijl dat monument, als het er eenmaal is, er misschien nog wel honderd jaar zal staan.

Het zou de burgemeester sieren als ze met haar bestuur de inhoudelijke bezwaren serieus zou nemen, bezwaren die overigens niet alleen leven bij de (deels Joodse) buurtbewoners, maar ook bij talrijke andere (onder wie ook veel Joodse) Amsterdammers en Nederlanders, en als zij met de brede groep van betrokkenen in gesprek zou gaan. Dat is meer „des burgemeesters” dan met een combinatie van sentiment en onwaarheden kort voor een rechtszitting druk te zetten op dit dossier.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.