De slangenkuil van politiek Amerika

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: vanuit Manhattan lijkt het Binnenhof een aards paradijs.
Illustratie Eliane Gerrits

Het leven van een Nederlands politicus is geen pretje, maar er is één troostende gedachte: het kan altijd erger, veel erger. Bijvoorbeeld in Amerika en helemaal in de slangenkuil New York. Vanaf de wolkenkrabbers van Manhattan is het Binnenhof een aards paradijs.

Op dit moment maken de Amerikanen zich op voor de komende presidentsverkiezingen. Wie wil en kan het opnemen tegen de grote boef Donald Trump? Aan de Democratische kant hebben zich al meer dan twintig kandidaten gemeld, onder wie ‘socialist’ Bernie Sanders en oud-vicepresident Joe Biden.

Onlangs meldde zich de drieëntwintigste kandidaat: de burgemeester van New York City, Bill de Blasio, een voorvechter van het progressieve gedachtengoed die onder meer in zijn stad het minimumloon heeft verhoogd en peuterscholen voor iedereen heeft geregeld. Hij is wel weer een oudere witte man, maar getrouwd met een zwarte vrouw en hun gemengde kinderen zijn een toonbeeld van het moderne Amerika. Wat kan er misgaan?

Hier slaakt de gemiddelde Amerikaan een diepe zucht. Are you kidding? Alles natuurlijk, want hij komt uit New York. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. En inderdaad, tot nu toe is alles, maar dan ook alles misgegaan.

Bij al zijn mediaoptredens zijn er protestacties, niet van de Republikeinen, maar van de burgers uit zijn eigen stad, ook uit eigen partij. Hem wordt verweten dat hij voor het grote bedrijfsleven is, al zijn tijd in de sportschool besteedt en maar een dag of twee per week op kantoor is. En hij is tegen zijn eigen politie. Protesterende agenten zijn een vast onderdeel van zijn optredens.

Ook de lokale tabloids hebben er plezier in. „Ontsnapping uit New York”, kopte een van ze , een ander „Iedereen haat Bill”. Bij de aankondiging van zijn kandidatuur plaatste men een foto van gierend lachend publiek. De presentatoren van de latenightshows hebben een nieuw slachtoffer. De Blasio probeert er ondertussen een positieve draai aan te geven: „Het mooie van New Yorkers is dat je niet kunt zien of ze pisnijdig over je zijn of je mogen.” Ja, dat is een interpretatie.

De Blasio kiest de frontale aanval op „Con Don”, het monster dat uit het moeras van New York is opgestaan. De marketingstrategie lijkt te zijn dat alleen iemand die opgegroeid is in de politieke jungle van deze miljoenenstad het kan opnemen tegen Trump. Bully tegen bully. Zijn persconferentie hield hij dan ook in het hol van de leeuw, het atrium van de vergulde Trump Tower aan Fifth Avenue, dat vanwege een belastingvoordeel door Trump als een publieke ruimte is bestemd. Maar de Trump-organisatie had het volume van de achtergrondmuziek op tien gezet, dus de burgemeester was nauwelijks hoorbaar. Hij bungelt nu al onderaan in de peilingen. In een ervan stond hij zelfs op nul procent. Het viel iedereen op dat hij niet het bedrag bekendmaakte dat hij de eerste dag aan donaties had binnengehaald. De vraag is: was het überhaupt positief?

Ondertussen gaat Trump los bij deze parade van onkunde. De „slechtste burgemeester uit de geschiedenis van NYC” is de ideale tegenstander. Het publiek smult ondertussen. Want als er iets is dat New Yorkers waarderen is het een potje vrij worstelen.

Reacties naar pdejong@ias.edu