Trump zet alles op alles om onderzoeken te saboteren

Politiek duel Parlementaire onderzoekscommissies en president Trump staan lijnrecht tegenover elkaar. Probleem is dat er in het staatsrecht geen duidelijke afbakening van bevoegdheden is.

Trump tijdens een Make America Great Again-rally in Montoursville, Pennsylvania.
Trump tijdens een Make America Great Again-rally in Montoursville, Pennsylvania. Foto Brendan Smialowski

Het politieke debat in Washington werd afgelopen week samengebald in de vraag of president Trump zijn kalmte verloor of juist bewaarde bij een ontmoeting met de leiders van de Democratische partij in het Congres. Die duurde woensdag drie minuten, toen vertrok Trump weer. Op de agenda stond een investeringsplan voor de miserabele infrastructuur van de Verenigde Staten. Maar de president wilde niet over infrastructuur praten zolang de Democraten naspeuringen blijven doen naar zijn handel en wandel tijdens de verkiezingscampagne en tijdens het onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller daarnaar. Zo was het weglopen van Trump uit het overleg met de volksvertegenwoordigers – kalm, boos of gespeeld boos – een nieuwe frase in de beurtzang tussen de uitvoerende en de wetgevende macht.

Toen begin januari een Democratische meerderheid aantrad in het Huis van Afgevaardigden, werd voorspeld dat het politieke bedrijf verlamd zou raken door alle onderzoeken die de Democraten wilden instellen naar Trump. Dat is uitgekomen. Geen beleid voor infrastructuur. Wel ten minste vijf commissies in Huis en Senaat die onderzoek doen naar de president (zie inzet). Een van deze commissies heeft liefst 83 dagvaardingen doen uitgaan. En Trump heeft duidelijk gemaakt dat hij alles op alles zet om de parlementaire onderzoeken te saboteren.

Zo heeft de president van de Verenigde Staten vorige maand de voorzitter van de toezichtcommissie voor het gerecht gedaagd omdat diens verzoeken geen „wetgevend oogmerk” zouden hebben – de commissie had gegevens opgeëist van financiële instellingen waarmee Trump als projectontwikkelaar zaken heeft gedaan. De rechter wilde zich vorige week niet uitspreken over de motieven van de toezichtcommissie en vindt dat Trumps financiële gegevens aan de commissie moeten worden overdragen. De president is daartegen in beroep gegaan.

Genegeerde dagvaardigingen

„Dagvaardingen zijn gewoon velletjes papier”, zegt Stan Brand, hoogleraar recht en overheid op de Penn State Law University in Pennsylvania.. „Congresleden roepen moord en brand dat de president geen documenten wil overdragen en dat getuigen weigeren te komen – nou, de Amerikaanse geschiedenis zit vol met mensen die een dagvaarding negeren. Het wordt wat anders als de president of zijn raadgevers door de rechtbank worden opgedragen te verschijnen.” Dan belandt de VS „in een matrix van grondwettelijke en wettelijke voorschriften over de scheiding der machten, waar nog geen oplossing voor is gevonden”, zegt Brand. „Maar zover zijn we nog niet.”

De juridisering van de politiek is het gevolg van de niet helder afgebakende verhoudingen in het Amerikaanse staatsrecht. In een parlementair stelsel als het Nederlandse is de wetgevende macht, Eerste en Tweede Kamer, uiteindelijk de uitvoerende macht de baas. Als de Kamer het wil, moet een minister zijn biezen pakken. „In de VS zijn de drie machten gelijk en hoeft de president geen verantwoording af te leggen aan het Congres”, zegt Mark Rozell, decaan van de Schar School voor politiek en bestuur aan de George Mason University in Virginia en schrijver van het standaardwerk Executive (2012). „De wetgevende macht kan de uitvoerende macht in de VS niet dwingen mee te werken aan een onderzoek”, zegt Rozell. „Het congres kan de president wel onder druk zetten. Het kan zijn steun onthouden aan beleid dat de president wil uitvoeren. Het kan weigeren benoemingen te bekrachtigen. Het kan de begroting voor presidentiële plannen verlagen.”

Meestal, zegt Rozell, proberen de uitvoerende en wetgevende macht hun geschillen bij te leggen. „De huidige situatie waarin onderhandelingen en compromissen worden geweigerd, is ongebruikelijk.” Als president probeert Trump de grenzen van het staatsrecht in zijn voordeel te buigen. Het betekent dat de kans toeneemt dat het politieke duel wordt beslecht in een rechtszaal, misschien tot het Supreme Court aan toe. Stan Brand, jarenlang juridisch adviseur bij het Huis van Afgevaardigden, ziet dat de rechters nu minder terughoudendheid en meer haast tonen bij de behandeling van zaken tussen de andere takken van de overheid dan voorheen. „De rechterlijke macht aarzelde doorgaans tussenbeide te komen. Maar de laatste weken zien we de ene na de andere uitspraak. Deze zomer verwacht ik weer een belangrijke uitspraak. Het is afwachten of de zaak tot aan het Supreme Court zal reiken. Dat kan nog zeker een half jaar duren.”

Impeachment of niet?

In de Democratische Partij klinken ongeduldige stemmen: waarom al het juridisch gesteggel afwachten over die dagvaardingen? Laten we een impeachment procedure beginnen. De Democratische leider Nancy Pelosi is daar (nog) niet voor. Impeachment is de enige manier waarop het Congres een president tot aftreden kan dwingen. Zulke procedures zijn in het verleden wel in werking gesteld – het laatst tegen Bill Clinton – maar nooit heeft er een tot het aftreden van een president geleid.

Brand geeft Pelosi gelijk. „Met de stand van zaken uit het Mueller-rapport ziet het er voor Trump niet zo beroerd uit als destijds voor Nixon.” Richard Nixon trad zelf af voordat een impeachment-procedure was afgewikkeld. De laatste zet kwam van het Supreme Court dat president Nixon met een stemverhouding van 8-0 dwong de door het congres opgeëiste bandopnamen van gesprekken in de Oval Office te geven.

Ook Rozell denkt dat impeachment „grote politieke risico’s voor de Democraten meebrengt”. Volgens hem hangt alles af van de vraag of er meer bewijzen op tafel komen over misdragingen door de president. Dat betekent dat de Democraten eerst meer onderzoek moeten doen – en zo staat de patstelling op het bord.

Door de juridisering van de politiek en de politisering van justitie heeft de president dit jaar al twee veto’s moeten uitspreken om zijn zin door te drukken tegen de wil van een meerderheid van het Congres. Vrijdag kwam daar een „besluit” van minister Pompeo van Buitenlandse Zaken bij, die niet langer wil wachten op parlementaire goedkeuring voor een wapenverkoop à ruim acht miljard dollar aan bondgenoten in het Midden-Oosten, onder verwijzing naar dreiging vanuit Iran. Het Witte Huis probeert in zijn eentje door de patstelling heen te regeren.