SPD vernederd, triomf voor Groenen

Duitsland Het slechte resultaat van de SPD kan niet zonder gevolgen blijven, heet het dreigend in de partij. De Groenen zijn nu de tweede partij van Duitsland.

Partijleden van de Groenen reageren op de eerste prognoses van de exit polls in Berlijn
Partijleden van de Groenen reageren op de eerste prognoses van de exit polls in Berlijn Omer Messinger / EPA

Het politieke landschap in Duitsland is deze zondag ingrijpend veranderd. Niet alleen hebben de regeringspartijen SPD en CDU bij de Europese verkiezingen hun snelle neergang van de afgelopen jaren voortgezet, daar komt nog bij dat de ooit trotse volkspartij SPD ruim voorbij is gestreefd door de Groenen, nu in grootte de tweede partij van de land.

Extra bitter voor de SPD is dat ze bij de deelstaatverkiezingen in Bremen, die ook zondag plaatsvonden, voor het eerst in 73 jaar niet meer als grootste partij uit de bus kwam. Bremen is de kleinste deelstaat van Duitsland, maar had als sociaal-democratisch bolwerk grote symbolische waarde.

„Dit kan niet zonder gevolgen blijven”, verwoordde secretaris-generaal Lars Klingbeil van de SPD de onvrede van veel sociaal-democraten toen de eerste exitpolls bekend waren gemaakt. Op wat voor gevolgen hij doelde, maakt Klingbeil niet meteen duidelijk: het opzeggen van de regeringscoalitie met de christen-democraten, het afzetten van partijleider Andrea Nahles, of iets anders?

Historisch slechte uitslag

Oud-partijleider Sigmar Gabriel leek op het laatste te duiden, toen hij Nahles zondagavond opriep verantwoordelijkheid te nemen voor het slechte resultaat. Niet eerder haalde de SPD bij een landelijke verkiezing minder dan 20 procent van de stemmen, nu was het nog maar een vernederende 15,8 procent.

Ook voor de christen-democraten was de uitslag (28,9 procent voor CDU en CSU samen) historisch slecht – met als kleine lichtpuntjes dat de CSU in Beieren een lichte groei kon laten zien en de CDU in Bremen de grootste werd. Deze Europese verkiezingen waren de eerste test voor de nieuwe partijleider van de CDU, Annegret Kramp-Karrenbauer, die in december het voorzitterschap overnam van Angela Merkel. Met dit resultaat is moeilijk vol te houden dat ze voor die test is geslaagd.

De nervositeit in politiek Berlijn is groot. In het najaar staan belangrijke deelstaatverkiezingen op het programma voor de Oost-Duitse deelstaten Brandenburg, Saksen en Thüringen. Meteen na de Europese verkiezingen richten de politieke partijen daar nu hun aandacht op, volgens het Duitse gezegde Nach der Wahl ist vor der Wahl, oftewel: na verkiezingen dienen zich meteen de volgende verkiezingen weer aan.

De hoop bij de CDU was dat een geleidelijke machtsoverdracht van Merkel aan ‘AKK’ de partij nieuwe energie en electorale aantrekkingskracht zou geven. Maar na de futloze campagne van afgelopen weken, en het slechte resultaat van zondag, slinkt het vertrouwen daarin. Zo dringt de vraag zich weer op of Merkel niet snel ook als kanselier plaats moet maken voor Kramp-Karrenbauer, om haar de kans te geven zich beter te profileren. Maar zelfs als Merkel dat zou willen, een eenvoudige machtsoverdracht is in het Duitse systeem niet eenvoudig.

Voor de Groenen waren de Europese verkiezingen een grote triomf. Het resultaat bij de Europese verkiezingen was met 20,5 procent bijna een verdubbeling ten opzichte van 2014 en ongekend voor de partij.

De Groenen hebben zich altijd sterk gemaakt voor de Europese Unie. Nu konden ze profiteren van de groeiende aandacht voor de klimaatcrisis, een van hun belangrijkste thema’s, én van de angst bij linkse kiezers dat radicaal rechtse partijen steeds sterker worden als andere partijen niet sterk stelling tegen hen nemen. In de leeftijdsgroep 18 tot 29 jaar haalde de partij 33 procent van de stemmen. CDU en SPD moeten het steeds meer hebben van slinkende groepen oudere kiezers. De SPD haalde alleen in de groep ouder dan 70 jaar nog meer dan 20 procent van de stemmen.

Winnaars waren ook AfD, die met 11 procent op vierde plaats kwam, en de liberale FDP (5,4 procent). De AfD kreeg in de Oost-Duitse deelstaten Saksen en Brandenburg zelfs de meeste stemmen. Die Linke kwam op 5,5 procent, een verlies van twee procentpunten. De opkomst maakte in Duitsland een enorme sprong, van 48,1 procent in 2014 naar 61,4 procent nu.