Hoge opkomst in bonter Europa

De politieke verhoudingen in het Europees Parlement zijn versplinterd en dus gecompliceerder geworden. Maar één ontwikkeling werd in Brussel met brede instemming begroet: de Europese democratie is opgeveerd.

Studentenprotesten in Brussel vrijdag - ze willen meer actie van het Europees Parlement voor het klimaat. De middenpartijen verloren zondag hun grip op het Europees Parlement. De groenen wonnen juist.
Studentenprotesten in Brussel vrijdag - ze willen meer actie van het Europees Parlement voor het klimaat. De middenpartijen verloren zondag hun grip op het Europees Parlement. De groenen wonnen juist. Foto AFP

De christen-democraten en sociaal-democraten verliezen hun grip op het Europees Parlement. De oppositie van nationalistische partijen groeit, maar de Groenen en de liberalen zijn de grootste winnaars: zij spelen de komende jaren een nieuwe sleutelrol in Brussel en Straatsburg.

De politieke verhoudingen in het Europees Parlement zijn na de voorlopige verkiezingsuitslagen van zondagavond versplinterd en dus gecompliceerder geworden.

Het pro-Europese blok draait niet meer om twee maar om vier middenpartijen, die samen wel een tweederde meerderheid hebben: volgens de laatste tellingen komen ze uit op 507 van de 751 zetels.

Maar binnen die politieke families groeit ook weer versplintering. Juist in grote lidstaten – Frankrijk, Duitsland en Italië, en in het vertrekkende Verenigd Koninkrijk – zakken de traditionele middenpartijen allemaal onder de 30 procent – soms zelfs veel lager, met de SPD in Duitsland (15,6 procent) als opvallendste verliezer.

Beslissende stem

Eén ontwikkeling werd in Brussel zondagavond met brede instemming begroet: de Europese democratie is opgeveerd. Volgens de voorlopige resultaten heeft bijna 51 procent van de ruim 400 miljoen stemgerechtigde Europeanen deelgenomen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement. Dat is een breuk met een lange trend: sinds 1979 daalde de opkomst elke vijf jaar.

De hogere opkomst kan worden opgevat als de erkenning door de kiezer dat Europese politiek belangrijker is geworden. De komende jaren heeft het Europees Parlement een beslissende stem in de aanpak van zaken als klimaatverandering, migratie, arbeidsmarkt, rechtsstaat en veiligheid. In onderzoeken zeggen kiezers deze onderwerpen belangrijk te vinden.

Maar ook de polarisatie in de Europese politiek dreef de opkomst op. In Frankrijk had president Macron de verkiezingen inzet gemaakt van een „existentiële vraag” over de toekomst van de EU. De opkomst steeg, maar voor Macron pakte dat slecht uit. De nationaal-populistische Rassemblement National van Le Pen wordt de grootste partij, met 23,5 procent.

Ook in sommige andere landen waar de opkomst hoger was dan vijf jaar geleden winnen waarschijnlijk nationaal-populistische partijen. In Italië komt Matteo Salvini’s Lega voorlopig op 33,6 procent. In het Verenigd Koninkrijk domineert de Brexit Party van Nigel Farage met 31,7 procent de voorlopige uitslag. Dat betekent dat zij met respectievelijk 28 en 29 zetels tot de grootste nationale delegaties in het parlement gaan horen.

Nationalisten

Maar al groeien de nationalisten, voor hen wordt de grootste opdracht om zich te organiseren als oppositie. Tot nu toe is Salvini er niet in geslaagd een brug te slaan naar mogelijke bondgenoten als de regerende Partij van Recht en Rechtvaardigheid (PiS) in Polen. Het Hongaarse Fidesz van premier Viktor Orbán zit voorlopig bij de EVP, maar is met 13 zetels te klein om die partij naar rechts te sturen.

Voor de richting die de EU neemt zijn nu eerst de nieuwe verhoudingen binnen het midden van belang. Het beeld is divers. In Nederland wint de PvdA met 6 zetels. SP en PVV verdwijnen uit het Europees Parlement.

In Duitsland kelderde de sociaal-democratische SPD volgens exitpolls van zo’n 27 naar 15,6 procent, terwijl die Grünen stegen naar 20,7 procent. De Groenen deden het ook goed in onder meer Frankrijk, Ierland en het VK.

In het Europees Parlement worden zij voorlopig de vierde partij, achter de nieuwe fractie die de Europese liberalen gaan vormen met de Renaissancebeweging van Macron. De komende dagen gaan de vier pro-Europese partijen praten over een gemeenschappelijk politiek programma. Daar moet één kandidaat-voorzitter voor de nieuwe Europese Commissie uit voortkomen. Zo wil het parlement zijn wil opleggen aan de regeringsleiders.

Europese stabiliteit

De belangrijkste kandidaat is voorlopig de Duitse christendemocraat Manfred Weber. Hij voerde campagne als kandidaat-Commissievoorzitter voor de christendemocratische EVP, nu met 179 zetels de grootste politieke familie. Weber wil onderhandelen met de Groenen, liberalen en sociaaldemocraten over een politiek programma dat leidt tot Europese „stabiliteit” voor de komende jaren.

Zijn rivaal, PvdA-lijsttrekker Frans Timmermans, die de Europese sociaaldemocraten leidt, wil ook eerst programmatische onderhandelingen, maar mikt op een „progressieve coalitie”, mogelijk zonder EVP. De Groene aanvoerder Ska Keller eist in ruil voor steun meer klimaatactie.

De regeringsleiders overleggen dinsdag bij een diner over hun favoriete kandidaten. Sommigen van hen voelen er niets voor Weber, maar als het hem lukt een coalitie in het parlement te smeden, zullen ze daarmee rekening moeten houden.