Help, de brandweerauto komt niet meer

Vrijwillige brandweer Brandweerkorpsen vinden lastig nieuwe krachten. In Gasselternijveen, in Drenthe, kon de auto al tweemaal niet uitrijden.

De brandweer van het Drentse Gasselternijveen oefent het opruimen van chemische stoffen.
De brandweer van het Drentse Gasselternijveen oefent het opruimen van chemische stoffen. Foto’s Kees van de Veen

„Daar staat rook”, wijst Francine Vooren (37). In het verlichte hok achter het raam zijn grasmaaiers te zien. Eromheen hangt een grijze lucht. Het brandweerkorps van Gasselternijveen komt elke maandagavond bij elkaar voor een oefening en vandaag is in een loods van de plaatselijke groenvoorziening een explosie in scène gezet.

Bij het grasmaaierhok zetten Vooren en haar collega Ronnie de Beere (39) hun ademluchtmaskers op. Ze gaan de bedompte ruimte binnen. Tussen een paar accu’s en een jerrycan zwavelzuur ligt een menselijke pop in een plas vloeistof. „We hebben hier een slachtoffer”, zegt Vooren over haar portofoon. „Hij was accu’s aan het bijvullen.”

Net als de meeste Nederlandse brandweerkorpsen bestaat de post in Gasselternijveen volledig uit vrijwilligers. Alle oproepkrachten hebben een baan, naast hun werk bij de brandweer. Voor een uitruk krijgen opgeleide brandweerlieden ten minste 23,36 euro per uur, voor een oefenavond ten minste 12,42 euro per uur. De vaste jaarlijkse vergoeding begint bij 349 euro. Toch daalt het aantal brandweervrijwilligers al jaren. Deze maand liet Brandweer Nederland weten dat nu echt moet worden ingegrepen, omdat op steeds meer plekken problemen ontstaan. Landelijk zijn er 25 veiligheidsregio’s met daarbinnen in totaal 960 brandweerkorpsen. Alleen al in Veiligheidsregio Drenthe is het voor „bijna alle” 36 posten af en toe moeilijk of onmogelijk om voldoende mensen bij elkaar te krijgen voor een uitruk, aldus een woordvoerder van deze veiligheidsregio.

NRC deed vorig jaar onderzoek naar problemen bij de Amsterdamse brandweer

Er moet zes of zeven man bij

Ook de post in Gasselternijveen kampt met dit probleem. Dit jaar kon het korps niet uitrijden voor een autobrand en een buitenbrand. „We zijn nu in totaal met twaalf man, eigenlijk moeten er zes of zeven bij”, zegt brandweerman Erwin van Dijk (42) op de kazerne. Hij legt uit dat voor een uitruk een bevelvoerder, een chauffeur en twee manschappen nodig zijn. En dat is al minder dat de standaard van zes personen. Vooral overdag is het moeilijk de juiste samenstelling bij elkaar te krijgen, de meeste leden zijn dan buiten het dorp aan het werk.

Van Dijk pakt zijn ‘pieper’. Op het groene scherm staat de melding van vrijdag: een brand op een industrie- of agrarisch terrein. Onder het scherm zit een knop voor ‘afwijzen’, en een voor ‘opkomen’. Wanneer onvoldoende mensen kunnen, gaat de pieper nog een keer. Van Dijk laat een nieuw scherm zien: rood en met de tekst ‘onvoldoende bezetting’. „Reageert weer niemand, dan wordt de melding na 45 seconden doorgezet naar een naburig korps.”

Bij de oefening op het terrein van de groenvoorziening krijgen Vooren en De Beere versterking van de ‘waterploeg’. Met chemicaliënhandschoenen tillen Mick Wardenburg (25) en René Nieborg (52) de pop de loods uit. Daar wacht bevelvoerder Bé Kok (45) bij de ‘tankautospuit’. „Kleren uitdoen en met ruim water spoelen”, instrueert hij.

Extra verantwoordelijk

Door het vrijwilligerstekort voelen de Gasselternijveense brandweerlieden zich extra verantwoordelijk voor hun taak, en voor elkaar. De Beere werkt bij een overheidsinstantie in Groningen. „Maar als ik op Twitter zie dat er een grote brand is, ga ik naar huis”, zegt hij. Als De Beere gaat hardlopen, doet hij zijn pieper af. Wel bespreekt hij de route met zijn vrouw. Gaat de pieper af, dan haalt ze hem snel op met de auto. En als brandweerman Van Dijk de enige beschikbare bevelvoerder is, doet hij geen boodschappen in Stadskanaal.

Al zo’n vijf jaar probeert het Gasselternijveense korps nieuwe brandweermannen te werven. Afgelopen jaar begonnen twee twintigers aan de opleiding, maar dat is niet genoeg. In Drenthe is het vinden van vrijwilligers extra lastig, zegt de woordvoerder van de veiligheidsregio. „Het is een ‘krimpregio’: jongeren trekken naar studentensteden.” Ook de brandweeropleiding – die wel wordt vergoed – vormt een drempel, vindt het korps. Nieuwe leden moeten twee jaar lang één avond per week aan de opleiding besteden en bij de wekelijkse oefenavond aanwezig zijn.

„Dat schrikt enorm af”, zegt Vooren.

Drukker, en andere interesses

De opleiding is al vele jaren zo ingericht, maar Van Dijk denkt dat mensen tegenwoordig drukker zijn, „of ze hebben andere interesses”. Een ander probleem is volgens Nieborg dat sommige geïnteresseerden specifieke taken niet willen uitvoeren. „Sommigen zeggen: ‘Een brandje blussen: leuk. Maar een slachtoffer in nood helpen, lijkt me helemaal niks.’”

De Gasselternijveense brandweer gaat het vanaf nu op een andere manier proberen. „We gaan de inwoners vragen wat ze wél willen doen”, zegt de woordvoerder. De bedoeling is dat mensen niet meer de volledige opleiding hoeven te volgen. Want: „Het is min of meer vanzelfsprekend dat die auto komt”, zegt Nieborg. Kok: „Maar zo vanzelfsprekend is dat niet.”