Gek is Roberto Piazza niet, behalve dan van volleybal

Bondscoach volleyballers Roberto Piazza debuteerde met een zege op Kroatië als bondscoach van Nederland. Zijn doel: de volleyballers naar de Spelen loodsen.

Roberto Piazza (rechts), de nieuwe bondscoach van de Nederlandse volleyballers, geeft aanwijzingen tijdens de training op Papendal in Arnhem.
Roberto Piazza (rechts), de nieuwe bondscoach van de Nederlandse volleyballers, geeft aanwijzingen tijdens de training op Papendal in Arnhem. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Crazy, totally crazy, woorden die Roberto Piazza in de mond bestorven liggen. De nieuwe bondscoach van het Nederlands mannenvolleybalteam karakteriseert er zichzelf mee en het verlangen naar zo’n instelling van zijn spelers. Topvolleybal vereist totale, onvoorwaardelijke overgave, is zijn rotsvaste overtuiging.

In de letterlijke zin van het woord is Piazza allesbehalve gek, verre van dat, maar in zijn toewijding aan het team gaat de 51-jarige Italiaan heel ver. Met een stalen gezicht en in Engels met een sappig accent somt de bondscoach de drie pijlers van zijn aanpak op: „Work, work and work!”

Robert Horstink moest vorige maand thuis voor de televisie breed glimlachen toen hij Piazza bij zijn perspresentatie die woorden hoorde uitspreken. Een feest der herkenning, want de 37-jarige ex-international heeft bij de Italiaanse club Sisley Treviso jaren naar tevredenheid met Piazza samengewerkt. Eerst in Piazza’s rol als assistent, later als hoofdcoach. Terugdenkend aan zijn voormalige trainer durft Horstink nog wel een kwalificatie toe te voegen: „Type drievoudig ADHD.”

Vanzelfsprekend zocht Horstink Piazza op het nationale sportcentrum Papendal op. Op diens verzoek, om bij te praten en hem te informeren over Nederland en zijn gebruiken, maar ook uit respect voor een man die hem mede gevormd heeft. Hoewel hij af en toe gek werd van Piazza’s fanatisme overheersen de warme herinneringen. Ook aan de trainingen, bij een blik in de hal van het Nederlands team op Papendal. Horstink: „Hij deed exact dezelfde oefeningen als destijds voor spelers met ‘mijn’ probleem van een goede aanval en een mindere pass.”

Spelers noemen hem ‘Robbie’

Naast zijn passie en zijn bewezen vakmanschap als clubcoach predikt Piazza warmte. Zijn spelers noemen hem Robbie – naar goed Italiaans gebruik zijn bijnaam – en geen meneer. „No way”, zegt de coach met afgrijzen. „Meneer gebruiken ze maar in het voetbal. Ja, ik ben in vele opzichten extreem, omdat ik volleybal ook als zodanig beleef; met heel mijn hart.”

Piazza verfoeit afstandelijkheid en prefereert een sterke band met zijn spelers. Hij geeft doorlopend ‘klaphandjes’ en legt zijn arm over de schouders van spelers, zelfs bij time-outs. „En tijdens trainingen schallen de ‘bravo’s’ elke tien seconden door de zaal”, meldt Gijs van Solkema. De 21-jarige spelverdeler was zaterdag in Apeldoorn bij Piazza’s debuutwedstrijd als bondscoach, tegen Kroatië (3-2 zege), verrassend eerste keus.

Tijdens een wedstrijd staat Piazza letterlijk dicht bij de ploeg, wijkt geen meter van de zijlijn, geeft doorlopend aanwijzingen en balt zijn vuisten of grijpt vreugdevol naar zijn kale hoofd bij een geslaagde aanval. Als hij zijn plek verlaat, is dat om statistische informatie van zijn secondanten te ontvangen of kort te reflecteren over een specifieke spelsituatie met tweede spelverdeler Wessel Keemink. Boven alles wil Piazza uitstralen: wij zijn één team.

Is de perfecte trainer ook de perfecte mens? Ongetwijfeld niet, maar in zijn omgeving wordt bewonderend over hem gesproken. Spelers en stafleden zijn enthousiast over Piazza, als persoon en als trainer. Wel is het zo dat de Italiaan zijn spelers soms als schoolkinderen behandelde, herinnert Horstink zich. „We kregen voor elke wedstrijd huiswerk, over ‘percentageniveaus’ in alle rotaties en verplicht bekeken video’s. Piazza ging daarin zo ver, dat hij ons overhoorde”, zegt Horstink. Volgens hem is Piazza allergisch voor domme fouten. „Robbie werd pislink als je in het net serveerde. En hij is soms een beetje blind, dat is zijn valkuil.”

Waar zijn passie vandaan komt? Als kind van Parma, de stad van de kaas en ooit van roemrijk volleybal, was Piazza een talentvolle midspeler, maar te klein voor de top. Dat doorkruiste zijn droom ooit de Olympische Spelen te halen, waarvan hij in 1984 als zestienjarige bezeten was geraakt bij het aanschouwen van beelden uit Los Angeles. „Vraag me niet waarom, maar zo dacht ik destijds”, zegt Piazza. Om vervolgens pragmatisch te concluderen: indien de olympische weg als speler geblokkeerd is, dan moet het maar lukken als trainer.

Fulltime bondscoach

Zijn keus voor Nederland om fulltime bondscoach te worden – hij heeft gebroken met de Poolse kampioensclub Skra Belchatow – is mede ingegeven door die olympische ambitie. Piazza heeft zich erover verbaasd dat een land dat in zijn ogen overstroomt van talent, in de anonimiteit is weggezakt na het olympisch goud van ‘Atlanta’ (1996). De nieuwe bondscoach heeft zich één doel gesteld: volgend jaar met Nederland meedoen aan de Spelen in Tokio.

Is dat niet onrealistisch ambitieus? Die vraag stelt Piazza zichzelf niet. De achtste plaats bij het laatste WK ziet hij als een stevig fundament, verdere progressie moet komen van passie en arbeidsethos. Nee, natuurlijk is hij geen magiër, maar naar eigen zeggen een realist. Quasi verongelijkt: „Ik ben God niet. Ik zal het team vormen tot één grote familie, met grinta, wat in Italië zo veel betekent als: spelen met het mes tussen de tanden.”