Recensie

Recensie Muziek

Broze Orlando Julius komt met stomende mix van afrobeat, highlife en funk

De saxofonist Orlando Julius kon niet alles meer, wilde ook niet alles meer doen. Het liefst blies hij een constante hoge noot, ondertussen zwaaiend naar het publiek.

Orlando Julius in Rotterdam vrijdagavond
Orlando Julius in Rotterdam vrijdagavond Foto Wijnand Schouten
    • Leendert van der Valk

Je zou iedere bejaarde muzikant The Heliocentrics gunnen. De avontuurlijke Britse jazzband helpt de broze 76-jarige saxofonist Orlando Julius in de laatste fase van zijn carrière met de stomende mix van afrobeat, highlife en funk die hij ontwikkelde in de jaren zestig in Nigeria en later in Amerika. Je gunt elke muzikant met zo’n oeuvre ook een Latoya, de vrouw van Julius die dansend, zingend en pratend voor hem invalt, want al die dingen zijn moeilijk voor hem, of als hij er gewoon geen zin in heeft. Wat hij wel wil is blazen op zijn sax. Het liefst een constante hoge noot, ondertussen zwaaiend naar het publiek.

Zolang hij niet speelt gaat alles traag bij ‘OJ’. Het omhangen van zijn sax duurt minuten en ondanks het souffleren van Latoya is hij regelmatig de draad kwijt. Maar dan klinkt ‘Ijo Soul’ uit 1966, met daarin een Nigeriaanse uitvoering van de blazers die we kennen van soullabel Stax uit die periode. Of nog beter, ‘Afro-Blues’, een instrumentale vloervuller in een afwijkend ritme.

In zijn muziek verwijst hij steeds expliciet naar de andere muzikanten met wie hij het publiek deelde: James Brown, Fela Kuti, Hugh Masekela. Maar zijn eigen werk, dat pas weer aan het begin van het millennium werd herontdekt, kan uitstekend op zichzelf staan. Getuige ook de nummers die hij in 2014 met The Heliocentrics opnam. Het Britse zestal haalde eerder eenzelfde truc uit met ethiojazz-grootheid Mulatu Astatke, ze blijken de perfecte aangevers voor oppoetsbeurten en nieuw materiaal.

Wanneer Latoya bij het titelnummer van dat album ‘Jaiyede Afro’ hem opnieuw iets influistert en de microfoon onder zijn neus duwt, speelt OJ vanaf zijn stoel gewoon door op de sax. Ook goed, dan neemt zij de zang voor haar rekening. Pas aan het einde van het nummer zingt hij nog even, het is vrijwel de enige keer dat zijn stem te horen is die avond. Maar als het podium bijna leeg is, en de eerste bezoekers hun jassen al pakken, klinkt er een helder ‘Thank you!’ uit zijn breed lachende mond. Dat moet voor zijn band en zijn vrouw zijn.