Waarom de versnippering maakt dat politiek succes iets voor BN’ers wordt

Deze week: Den Haag na de Timmermans-surprise bij de Europese verkiezingen.

Ofwel: pijn, paniek en dynamiek in partijen, het belang van bekendheid, en: één vraag voor de media.

Je kon zeggen dat de PvdA donderdag de Europese verkiezingen had gewonnen. Je kon ook zeggen: het was de factor bekendheid.

Het land kent Frans Timmermans, hij heeft een redelijk goede reputatie, en in een versplinterd politiek veld is bekendheid elementair voor succes.

Anders lukt het niet meer het grote publiek te bereiken: je zag het bij de andere lijsttrekkers.

De exitpoll van Ipsos noemde Timmermans dan ook bepalend voor de hoge PvdA-score (18 procent).

Dus politici en wetenschappers doen graag luchtig over de versplintering – ‘was altijd zo, ‘loopt zo’n vaart niet’, etc.

Maar zij moeten dit bedenken: de volgende fase van de politieke versplintering is dat bekendheid een voorwaarde wordt om nog een succesvol politicus te zijn.

Zonder BN’ers geen stemmers: ook dit ongemakkelijke voorland zat in de Europese verkiezingen verscholen.

Nu hoorde je ook dat we niet zoveel moesten lezen in deze uitslag. PvdA, VVD en CDA stonden voor het eerst sinds 2010 weer op één, twee en drie – maar dat lag alleen aan de lage opkomst.

En ik gun mensen hun zoethoudertjes - maar de gedachte dat rechts-nationalisten per definitie worden benadeeld door een lage opkomst, strookt niet met de feiten.

Neem de Europese verkiezingen van 2009. Toen werd de PVV, bij een opkomst van 36,7 procent, de tweede partij met 17 procent van de stemmen.

Donderdag, bij een opkomst van 41,2 procent, kwamen PVV en FVD in de exitpoll samen uit op 15,1 procent (waarvan 11 procent FVD).

Dus in 2009 was de opkomst lager en scoorde Wilders hoger dan deze week PVV en FVD samen.

Er speelt dan ook iets anders - je kon het zien aan de campagnestrategie van de VVD.

Nadat FVD bij de Statenverkiezingen een mooie uitslag haalde (14,4 procent, grootste partij), deed zich voor Baudet een riskante ontwikkeling voor: waar hij eerst aantrekkelijk bleef voor kiezers van middenpartijen, raakte hij geïsoleerd op de flank.

Zijn speech na de Statenverkiezingen en het conflict met medeoprichter Otten bevestigden de trend.

En deze week zei hij bijvoorbeeld nog tegen WNL dat ‘wir haben es nicht gewusst’ bij hem geen associaties met de WOII oproept – best bijzonder voor een oud-student geschiedenis.

Zo waren er meer incidenten waarmee hij zich zover verwijderde van de Rutte-aanhang dat de VVD hem risicoloos kon aanvallen.

Dus linkse mensen die afkeurden dat Pauw het debat Rutte- Baudet organiseerde – bijvoorbeeld Diederik Samsom vond het merkwaardig van de publieke omroep – zagen over het hoofd wat de VVD hier deed: de partij identificeerde Baudet als de nieuwe Wilders.

De effectiviteit van die strategie bleek donderdagavond: de partij van Rutte won - en bleef FVD ruim voor.

Dus Baudet zal een list moeten verzinnen om niet in Wilders’ isolement te blijven hangen.

Intussen mag je hopen dat de PvdA zich niet laat verblinden door Timmermans’ succes.

Asscher zelf doet het niet slecht. Maar wat werkelijk zorgelijk voor die partij is: als mechanisme van idealisme en activisme bestáát de PvdA bijna niet meer.

Een oud-partijlid wees me er deze week op wat je ziet als je op de website ‘vereniging’ aanklikt. Vroeger stonden daar congressen, ledenraden, etc.

Nu: drie necrologieën.

Zo legden deze verkiezingen in allerlei partijen existentiële pijn bloot.

Voor de PVV is na deze week de vraag of er redding mogelijk is. Eén senator, Van der Sluijs (Noord-Holland), vroeg vrijdag om Wilders’ aftreden. Onder niet-herkozen Europarlementariërs is het chagrijn enorm.

En dat uitgerekend de gehate Timmermans dit afdwingt, maakt het voor PVV’ers helemáál onverdraaglijk.

De SP voerde een van de domste campagnes ooit.

De partij klaagde dat Timmermans zijn talen spreekt – dat moet natuurlijk niet mogen bij internationaal werk.

Er was het ondermaatse Hans Brusselmans-filmpje. Intussen stelde de SP een totaal onbekende lijsttrekker aan: een smeekbede voor nul zetels.

Al voor verkiezingsdag vroegen SP’ers om een evaluatie van de campagne: het kan alleen maar ellende voor de SP-leiding opleveren.

GroenLinks won opnieuw, lijsttrekker Eickhout was een goede campaigner, maar ook in die partij heerst ongemak, zeker nu de PvdA weer de grootste op links werd: waarom groeit GroenLinks met zo’n electoraal sterke leider niet harder?

Bovendien rommelt het in de fractie, dus ook in die partij kunnen deze verkiezingen katalysator voor een ongemakkelijk half jaar zijn.

De grootste klap liep D66 op – ruim een halvering naar 6,3 procent. Rond de partijtop bestond al twijfel over Europees lijsttrekker In ’t Veld, en de interne procedures vergen nu dat D66 uiterlijk over driekwart jaar een (nieuwe) partijleider kiest.

Gebruik is dat die leider een jaar voor de Kamerverkiezingen (maart 2021) wordt verkozen, dus vanaf het najaar zien we wie zich kandideert: Jetten? Ollongren? Kaag?

Gezien de malaise kun je ook zeggen: eigenlijk hebben PvdA, GroenLinks én D66 belang bij een gezamenlijke lijst.

De PvdA heeft geen actieve vereniging meer, GroenLinks groeit te langzaam, D66 zakt electoraal weg: als ergens een kans bestaat om de versplintering te bestrijden, is het me deze drie.

Intussen moeten ook VVD (Rutte?) en CDA na de zomer gaan nadenken over de personele bezetting. Het CDA koos deze week ‘tussenpaus’ Pieter Heerma als fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

Hij is zeker geschikt. Maar ook een bijzondere keuze als je weet dat vooral de christelijk-sociale vleugel overliep van bezwaren tegen Buma: in een column in CD Verkenningen (april 2017) bepleitte Heerma nog de ondertitel „sociaal-conservatief” voor het CDA.

Het CDA moet straks kiezen tussen Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge, en beide kampen houden elkaar in de gaten.

Zo werd De Jonge deze week door de Europese Volkspartij aangewezen om Buma te vervangen als CDA-vertegenwoordiger.

Uiteindelijk zal een van deze twee de kwaliteit van Jan de Koning moeten tonen. De vaardige minister die in 1982 de kans op het premierschap afsloeg omdat hij zei: mijn concurrent is beter - Lubbers.

In al deze Haagse partij- en personeelskeuzes is Timmermans de komende tijd ook geen onbetekenende factor. Door zijn zege deze week kan de afspraak die de coalitie in de formatie maakte doorkruist worden.

Formeel luidt die: we steunen de kandidaat die in Brussel de zwaarste portefeuille kan krijgen. Maar informeel is de afspraak: hopelijk kunnen we iemand uit een coalitiepartij benoemd krijgen.

Lees ook: Nederland stemde sterk pro-Europa

En na donderdag is natuurlijk de vraag of Den Haag wel om Timmermans heen kan.

Zo creëren tamelijk tam ogende Europese verkiezingen, met dank aan Timmermans’ bekendheid, onverwacht veel paniek, dynamiek en zelfonderzoek in Den Haag.

En mogelijk dat ook media dit laatste kunnen overwegen.

Want nu voor de zoveelste keer is bewezen dat de meeste kiezers schappelijkheid boven extremisme verkiezen, is het misschien toch een idee om er voortaan naar te streven juist de stem van de redelijke kiezers niet meer te missen.