Opinie

    • Caroline de Gruyter

Europa is zo gek nog niet

In Europa

Een ambassadeur van een rijk Europees land kreeg laatst een groep jonge landgenoten op bezoek. Het waren scholieren, tieners nog, apetrots dat hij hen op schoolreis ontving. Eerst leidde hij hen rond in de ambassade en vertelde hij over zijn werk. Toen was het tijd voor vragen. De eerste vraag luidde: „Hoeveel verdient u?” En de tweede: „Neemt u vaak het vliegtuig? Vindt u niet dat het ministerie vliegreizen voor personeel moet afschaffen?”

Dit voorbeeld toont hoe betrokken jongeren zijn bij de grote, internationale thema’s van deze tijd. De scholieren hadden vragen over het klimaat, en spraken de eerste de beste hoogwaardigheidsbekleder erop aan. Sommigen zeggen dat jongeren materialistischer en egocentrischer zijn dan vroeger. Robert Pogue Harrison, hoogleraar aan Princeton, betoogde in het boek Juvenescence; a Cultural History of Our Age (2014) dat de maatschappij steeds kinderlijker wordt: jongeren weigeren volwassen te worden en nemen hun verantwoordelijkheid steeds later. Opkomend populisme en nationalisme wijt hij aan een groeiende fixatie van burgers op zichzelf en hun directe omgeving, en hun onvermogen om bredere verbanden te zien.

Maar er komt een tegenbeweging op gang. De voorlopige resultaten van de Europese verkiezingen in Nederland bevestigen dat. De jonge ambassadebezoekers maken deel uit van die tegenbeweging, evenals scholieren die op vrijdag van Stockholm tot Wenen demonstreren voor het klimaat. Vroeger wilden jongeren als ze achttien werden hun rijbewijs halen. Velen talen daar niet meer naar. Op universiteiten zijn politieke debatten terug. Soms zijn die te gepolariseerd – maar ze zijn wel terug. Jongeren maken zich zorgen over sociale ongelijkheid, en het feit dat bedrijven steeds minder belasting betalen. Zij willen dat Europese landen er iets aan doen. Zelfs historisch besef lijkt terug van weggeweest. Niet van het soort waarbij „machtswellustelingen” als Jean-Claude Juncker met Stalin en Hitler worden vergeleken omdat ze allemaal Rusland willen aanvallen – nee, meer van het soort dat ertoe leidt dat een kind op 4 mei tegen zijn ouders zegt: „Het is acht uur. Kunnen jullie je mond even houden?”

De exitpolls toonden het donderdagavond. Ook in Eurobarometer-peilingen zie je het: steeds meer Europeanen zijn tevreden dat hun land in de EU zit. 86 procent van de Nederlanders zou nu tegen Nexit stemmen (al schreeuwt die 14 procent harder). In een wereld die aan alle kanten kraakt, redeneren zij, is wat we hebben zo gek nog niet. China en de Verenigde Staten vechten elkaar de tent uit. Natuurlijk zien Europeanen dat hier dingen scheef lopen, maar ons Europese model is wel duizendmaal beter dan het Amerikaanse of het Chinese. Ze willen ophouden met klagen over wat er hier fout loopt, en het repareren. Pascal Lamy, voormalig baas van de Wereldhandelsorganisatie, zei dat als wij onze gezamenlijke Europese normen en regels niet verdedigen, onze kinderen „straks de keus hebben tussen Amerikaanse en Chinese regels”. Nee, dank u.

Vandaar al die verhitte Europese debatten nu: omdat Europa ertoe doet. Vandaar dat de meeste mensen voor klassieke middenpartijen stemden, de PvdA voorop, die zich constructief opstellen in Europa: ze zijn het gemiauw over de Brusselse rampspoed zat en stropen liever hun mouwen op. Zelfs eurosceptici beginnen nu in Europa te investeren. Ze willen geen exits meer, maar net als Merkel en Macron aan de Brusselse knoppen draaien. Eindelijk stappen zij op het Europese podium, dat voorheen alleen van de ‘bubbel’ was. Tot dusver voerden ze nationale debatten – nu ook Europese. Dat wordt waarschijnlijk wennen. Maar als iedereen meedoet, versterkt dat de democratische controle door het Europees parlement. En dat versterkt weer de legitimiteit van een gemeenschappelijke, Europese politiek over grote, grensoverschrijdende thema’s waar steeds meer burgers, jongeren voorop, heil in zien.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.