Wilt u EU miljoenen? Vul dan deze honderd formulieren in

EU-subsidies in Nederland De EU geeft geld aan innovaties, ook in Nederland. Een brandblus-drone, een zelfvarende catamaran. Heeft het nut of is dit nu een voorbeeld van ‘het zinloos rondpompen van geld’?

Hans Kuipers bouwt in een schuur in Friesland aan een zelfopladende catamaran, met geld van de Europese Unie. „Ik werd helemaal gek van alle regels bij zo’n aanvraag. Het was zo veel jargon.”
Hans Kuipers bouwt in een schuur in Friesland aan een zelfopladende catamaran, met geld van de Europese Unie. „Ik werd helemaal gek van alle regels bij zo’n aanvraag. Het was zo veel jargon.” Foto Kees van de Veen

In een schuur aan het einde van een doodlopend landweggetje in Friesland bouwt Hans Kuipers de boot waar hij vijf jaar lang „dag en nacht” aan dacht. Het idee ontstond tijdens een gesprek met Amsterdamse vrienden over de strengere milieu-eisen die de hoofdstad aan boten wilde opleggen. Waarom geen elektrische boot bedenken die zichzelf oplaadt? Nu verrijst in zijn schuur het prototype van de Autark-Zero: 12 meter lang, 4 meter breed. Met Europese subsidie.

De Autark-Zero is een van de meer dan zevenhonderd Nederlandse projecten die geld ontvangen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De subsidie is bedoeld voor het stimuleren van het midden- en kleinbedrijf, vooral om ze te helpen innoveren met digitalisering en het dichterbij brengen van de ‘koolstofarme economie’. En voor het dichterbij brengen van de Europese Unie zelf, die voor sommige burgers ongrijpbare politiek-economische samenwerking waarvoor deze week ruim 400 miljoen kiesgerechtigden naar de stembus gaan.

Voor de 67-jarige Kuipers is de EU allesbehalve abstract: hij kreeg 190.750 euro EFRO-subsidie voor zijn emissievrije, zelfvarende en drinkwater-producerende catamaran. De resterende ontwikkelingskosten, een dikke 350.000 euro, betaalt hij uit eigen zak, na de lucratieve verkoop van zijn Haagse architectenbureau. Nu is zijn boot niet alleen droom en hobby van een ondernemer in ruste, maar ook een stap in de richting van een koolstofarme economie.

Kuipers, gekleed in een verfrommeld T-shirt met werkvlekken, zegt dat hij zijn prototype helemaal van hout maakt, zodat hij makkelijker constructiefouten kan herstellen. Er komt een kasje in. „Voor je trostomaten of je wietplantje.” In een andere holte komt een apparaat om zeewater te veranderen in drinkwater.

Het spannendste deel is het zeil, een rechtopstaande vleugel van kunststof bedekt met zonnepanelen. Maar dat bestaat alleen nog op de tekentafel, Kuipers loopt negen maanden achter op schema.

Honderd pagina’s aan regels

Een EFRO-euro legt een lange weg af. Die weg begint in Nederland, dat een ‘nettobetaler’ aan de Europese Unie is. In 2017 bijvoorbeeld droeg Nederland 3,4 miljard euro bij aan de EU-begroting. Daarvan kreeg het dat jaar 2,4 miljard euro terug, deels aan regionale-ontwikkelingsfondsen zoals EFRO.

De EFRO-euro’s die Brussel terugstuurt, worden nu vergezeld door een paar honderd pagina’s regels over hoe en waaraan die mogen worden uitgegeven. Nederland zelf voegt daar nog meer dan honderd pagina’s uitvoeringswetgeving aan toe, en stuurt alles door naar vier regio’s: noord, oost, zuid en west. Hier maken ‘managementautoriteiten’ namens de provincies elk een eigen plan van ruim boven de honderd pagina’s over hoe ze het geld willen verdelen, en beoordelen ze binnenkomende subsidieaanvragen.

Voor de periode 2014-2020 mogen Nederlandse regio’s 507 miljoen euro verdelen. De kleinste subsidie sinds 2014, 638 euro en 38 cent, ging naar de ontwikkeling van een naald voor een apparaat dat tennisarmen behandelt. De grootste, 20,3 miljoen euro, naar een investeringsfonds van Zuid-Hollandse overheden, universiteiten en academische ziekenhuizen.

Tussen die twee uitersten zit van alles, waarbij een aantal patronen opvalt. Er gaat veel geld naar concrete projecten. De catamaran van Kuipers. De injectienaald. Een vochtsensor voor sporters, ook bruikbaar voor ouderen die kampen met uitdroging. Een brandblusdrone, voor moeilijk bereikbare plekken. Een op afstand bestuurbare ledkaars met mooi, warm licht, voor monumentale gebouwen. Een laserapparaat voor schimmelnagels. Of een verticale, ruimtebesparende snijtafel voor gordijnen, speciaal ontwikkeld voor kleine naaiateliers.

Van een gekookt ei tot kraamverlof: zo beïnvloedt de EU ons dagelijks leven

Maar de grootste subsidies gaan naar vehikels van regionale overheden, zoals het Zuid-Hollandse investeringsfonds – die met dat geld op hun eigen manier weer allerlei „veelbelovende” organisaties financieren.

De regio West spant de kroon: hier gaat 50 miljoen euro (van de bijna 190 miljoen) naar regionale investeringsfondsen. In de regio Noord gaat 19,5 miljoen Europese subsidie naar provinciale subsidieregelingen.

Zo verschaft EFRO volop werk aan organisaties die, betaald uit verschillende publieke innovatiepotjes, met publiek geld op jacht gaan naar projecten om geld aan te geven. Dezelfde projecten waar EFRO ook naar op zoek is.

Het is voor al die jagers behoorlijk moeilijk om goede subsidiabele projecten te vinden, zegt hoogleraar Dries Faems. Hij deed op de Universiteit van Groningen onderzoek naar EFRO-subsidies en sprak daarvoor onder meer met tientallen subsidieaanvragers. De selectie van EFRO-projecten is goed, vindt Faems. „Maar de paradox is dat EFRO bedoeld is om middelgrote en kleine bedrijven te helpen, en dat het voor juist deze bedrijven heel lastig is om zelf die subsidieaanvragen te doen. Je ziet dat bedrijven hun enthousiasme verliezenen zich dan soms terugtrekken.”

Belangrijke oorzaken zijn de tijd die het duurt om subsidie te krijgen, de complexe regels en de strenge controles. De regionale managementautoriteit is niet de enige die de boeken controleert. De Rijksauditdienst controleert weer de boeken van de regionale subsidieverleners. En de Europese Commissie controleert de Rijksauditdienst.

Drie man voor 2 euro

Subsidieaanvragers vertelden Faems hoe controlerende ambtenaren soms geen genoegen namen met de digitale urenadministratie van bedrijven en specifiek voor de EFRO-subsidies om een extra papieren administratie vroegen. „Soms krijgen we vragen over een verschil van 2 euro”, vertelt een ondernemer in het onderzoek, die er drie mensen op zette om het verschil op te sporen.

Dat het opvragen en uitgeven van EFRO-gelden niet zomaar gaat, merkte ook catamaranbouwer Kuipers. „Ik werd helemaal gek van alle regels bij zo’n aanvraag. Het was zo veel jargon. Dus heb ik een bureau ingehuurd om het voor me te doen. Ik moest 25.000 euro aftikken. Het bureau heet PNO, een afkorting voor pecunia non olet, geld stinkt niet.” Omdat het aanvragen van de subsidie bijna driekwart jaar duurde, was hij alvast begonnen met de bouw van de twee rompen. Toen de subsidie was verleend, kwamen er twee ambtenaren langs van Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), dat namens de noordelijke provincies de EFRO-euro’s verdeelt. „Ze zeiden direct dat die rompen niet subsidiabel waren, die waren immers al gebouwd. En het bordje op mijn schuur met het logo van SNN moest groter, van A4 naar A3.”

‘Ik voel wantrouwen’

Kuipers moet elk kwartaal voortgangsrapportages aanleveren, met alle facturen en gewerkte uren. „Toen ik een factuur van 13 euro voor een zeilboek indiende, kreeg ik direct een telefoontje. Dat het niet onder de subsidie viel.” Het is „ontmoedigende mierenneukerij”, zegt de botenbouwer. „Het is geld van ons allemaal, dus het is natuurlijk goed dat ze er zo naar kijken. Maar ik heb altijd het gevoel dat ik mij moet verdedigen.”

Vincent Franssen van Medical2Market noemt EU-subsidies „een bekpestertje”. „Je mag even proeven maar niet eten.” Zijn bedrijf kreeg 1.621 euro EU-subsidie voor een Blood Recovery Device, een filter waarmee het bloed dat patiënten tijdens een operatie verliezen veel goedkoper dan nu het geval is gezuiverd kan worden. Een van de bezwaren tegen het project, zo kreeg het bedrijf te horen, was dat het op dat moment verliesgevend was. „Maar als je in de innovatiefase zit, ben je dat al snel”, zegt Franssen. Waarom dan toch subsidie vragen? „In die vroege start-upfase ben je blij met elke euro die je kunt krijgen.”

Ondernemers en onderzoekers die het systeem te bureaucratisch vinden. Politici die veelvuldig, ook tijdens de campagne voor deze Europese Verkiezingen, met een vies gezicht praten over het ‘zinloos rondpompen’ van EU-subsidies. En dat allemaal in een rijk land dat ook best zonder EU-subsidies zou kunnen. Waarom gebeurt het eigenlijk?

Profijt voor de burger

In 2010 vond Nederland nog dat alleen de armste regio’s van de armste lidstaten geld moesten krijgen. Dat hoor je nu niet meer. Nederland wil nu vooral een verlichting van het controleregime, althans voor Nederland, om zo de uitvoeringskosten en de bureaucratie terug te dringen.

Ook de meeste mopperaars vinden niet dat Nederland uit het subsidiestelsel zou moeten stappen. Misschien heeft het niet zoveel maatschappelijk nut als je zou willen, maar als de regels worden aangepast, of economische omstandigheden veranderen, verandert dat misschien. Dus moet Nederland aan tafel blijven zitten. Bovendien maakt kennis over de Europese subsidieregels het ook makkelijker om andere EU-landen aan te spreken op misbruik daarvan. De belangrijkste reden is een politiek-strategische: als nettobetaler aan de EU is Nederland de facto een van de financiers van het hele subsidiestelsel. Dan is het belangrijk dat de Nederlandse burgers daarvan kunnen profiteren, en zo zien dat de EU er ook voor hen is.

Over drie maanden brengt Franssen een werkend bloedfilter op de markt. De anderhalf miljoen euro die hij daarvoor nodig had, kwam uiteindelijk voor een belangrijk deel van zogenoemde business angels – die daarvoor een aandeel in het toekomstige product eisten. „Het is duurder, want je geeft iets weg, maar in tijd is het wel veel efficiënter”, zegt Franssen. „EU-subsidie hebben we niet meer aangevraagd.” En hij zou dat ook niet opnieuw doen. „Als ik nu zou weten wat je allemaal moet doen om 1.600 euro EU-subsidie bij elkaar te krijgen, zou ik een krantenwijk nemen.”