Opinie

Wat als de hofnar echt koning wordt?

Luuk van Middelaar

Eieren en taarten gooien is passé, milkshakes zijn nu in de mode. Deze week kreeg Nigel Farage er eentje over zich heen, met banaan- en karamelsmaak à ruim vijf pond. Dan druipt je nette pak toch sjieker dan van eierstruif. Was dit grappig? Net goed? Vernederend? In elk geval doorstond de leider van de Brexit-partij de beproeving met waardigheid. Lichte irritatie, maar niet van zijn stuk. Ook een Britse Labour-politicus reageerde ooit cool na een patisserie-aanval: „Het was geen samoerai zwaard. Ik ben geen bijzonder moedig mens, maar niet bang voor een chocolade-eclair.”

Taartenwerpers, grappenmakers en wie weet binnenkort vuurvreters: het circus rukt op in de politieke arena. In een prachtessay in de Financial Times vertelt toneelschrijver Jenny Lee hoe clowns en komieken furore maken in de politiek. Vorige maand werd tv-komiek Volodymyr Zelensky uit het niets president van Oekraïne; met 73 procent van de stemmen verpletterde hij Petro Porosjenko in het slotduel. In een populaire tv-serie speelde Zelensky een leraar die per ongeluk president wordt, dus op de set had hij al geoefend. Zijn campagne was meer stand-up comedy dan inhoud. Ook plaatste hij op sociale media veel sportschoolfilmpjes. Tja, een clown spreekt niet alleen met woorden maar met zijn hele lichaam, en dat mag best worden getraind.

Oekraïne is geen incident. In 2015 koos de bevolking van Guatemala de komiek Jimmy Morales tot president. Diens slogan: „Niet corrupt en ook geen dief”; een grap om te lachen, en ook niet. In de Braziliaanse parlementsverkiezingen van 2010 haalde de clown Tiririca van alle kandidaten de meeste stemmen. Ook hij maakte zijn gebrek aan ervaring tot troef, met de leuze „Wat doet een federaal afgevaardigde? Ik heb geen idee, maar stem op mij en ik laat het je weten.”

Eerder hadden we het fenomeen Beppo Grillo, komiek en oprichter van de Italiaanse Vijfsterrenbeweging. Die kreeg in 2007 twee miljoen mensen de straat op voor een ‘V-Day-betoging’. Die ‘V’ stond voor victorie, vendetta en vaffanculo, wat zoiets betekent als „sodemieter op!”. Het was één opgestoken middelvinger naar de Italiaanse politieke klasse, die alle geloofwaardigheid had verloren.

De clown toont zichzelf en biedt zo waar het publiek naar snakt: authenticiteit. Falen hoort erbij. FT-auteur Jenny Lee mislukte zelf ooit op een clownsschool. Ze gaf zichzelf niet genoeg bloot. De leraar, onder luid tromgeroffel tegen haar medestudenten na een poging: „Is ze fantastisch? Of willen we haar doodmaken omdat ze totaal, totaal saai is?” Zonder aarzelen joelden haar vrienden: „Totaal saai! Maak haar dood!” Lee was te braaf. Toonde niet haar slechte kant. Haar zwakheden.

De clown is de buitenstaander die de macht de waarheid kan zeggen, met humor als schild. Middeleeuwse vorsten hadden daarvoor de hofnar. Liefst een dwerg of mismaakte, dus buiten de orde en daarmee geen bedreiging. Zijn taal was die van grappen, raadsels en spiegels, niet van belofte, besluit en verantwoordelijkheid. Vandaag zijn de verhoudingen veranderd. Want wat als de hofnar koning wordt?

In 2018 won Grillo’s partij de Italiaanse verkiezingen. Zelf bleef hij achter de schermen en liet de spotlights aan de jonge Di Maio, nu vicepremier. Maar intussen steelt coalitiegenoot Salvini de show; zijn Lega zal naar verwachting de Europese verkiezingen in Italië ruim winnen, met ruim 30 procent.

Hier voel je de grenzen van de clown in de politiek. In de sfeer van de verantwoordelijkheid weegt elk woord, en voor geschonden beloften juicht het publiek niet. Komedie biedt een pad naar de macht, geen scenario voor machtsuitoefening. De nar kan tijdens carnaval even prins zijn, alles op zijn kop – maar wel tijdelijk graag. Alle dagen carnaval is geen feest.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden).