Waarom loopt er altijd een druppel langs de tuit van de theepot?

Durf te vragen Je morst veel meer als de tuit van de theepot gemaakt is van glas of aardewerk.

Foto iStock

Als je een kop thee inschenkt, druppelt er bijna altijd een straaltje langs de theepot naar beneden. De druppels lijken tegen de zwaartekracht in te gaan. Ze stromen niet in een rechte straal naar beneden, maar krullen om de opening van de tuit en glijden dan langs de tuit naar beneden. Het vocht maakt dus een soort U-bocht als het de tuitmond uitkomt. Dit verschijnsel, genaamd het ‘theepoteffect’, ken je waarschijnlijk ook van het schenken van andere vloeistoffen, zoals wijn.

Het is een onvermijdelijk fenomeen. Er is geen enkele kan, pot of fles waarmee je nooit morst. Dat vervelende druppelstraaltje hebben we te danken aan een samenspel van natuurkundige verschijnselen.

Luchtdrukeffecten

In de jaren vijftig verschenen de eerste wetenschappelijke artikelen over het ‘theepoteffect’. Er werden verschillende verklaringen gegeven, van luchtdrukeffecten tot wervelingetjes in de thee die de straal tegen de tuit aandrukten. Er werd in 1999 zelfs een Ig Nobelprijs uitgereikt voor het onderzoek van Jean-Marc VandenBroeck en Joseph Keller naar een niet-lekkende theepot. Zij beschreven hoe de luchtdruk en de druk en snelheid van de thee de straal om de tuit heen duwen.

De laatste jaren blijkt dat luchtdruk en wervelingen niet zo belangrijk zijn. De mate waarin de thee aan het materiaal van de tuit blijft ‘plakken’ (adhesie) speelt een veel grotere rol. Een Frans onderzoek toonde in 2009 aan dat je veel meer morst als de tuit gemaakt is van een materiaal waar het theewater goed aan blijft plakken, zoals glas of aardewerk.

Dat adhesie een rol speelt, is al langer bekend onder fanatieke theeleuten. Zij weten dat je morsen kunt voorkomen door een beetje boter aan de onderkant van de tuit te smeren. Ander vet, zoals vaseline, werkt ook.

De ronding van de tuit

„Naast de adhesie is ook de ronding van de tuit belangrijk”, vertelt Jacco Snoeijer van de Universiteit Twente. Eerder deze maand publiceerde hij met samen Daniel Bonn en Etienne Jambon-Puillet van de Universiteit van Amsterdam een artikel waarin het effect van die ronding beschreven wordt.

Aan dat onderzoek kwam geen theepot te pas. De onderzoekers spoten straaltjes water met verschillende snelheden op cilinders met verschillende diameters. Met de ronding van de cilinder bootsten ze de ronding van de tuitrand na. Een dikke cilinder komt overeen met een dikke, ronde tuitrand. Een smalle cilinder komt overeen met een dunne, scherpe tuitrand.

Uit dit onderzoek blijkt dat waterstralen blijven ‘plakken’ als de cilinder dik is en de snelheid laag. Dan glijdt de straal in een helixvormig stroompje langs de cilinder naar beneden. Bij een hoge snelheid en een smalle cilinder wordt de waterstraal enkel een beetje afgebogen, maar blijft hij niet plakken. „De loslatende waterstraal is als een auto die uit de bocht vliegt”, zegt Snoeijer. „Als de bocht scherp is of je snelheid hoog, dan vlieg je sneller uit de bocht.”

Dat betekent dat de theestraal bij een scherpe theepottuitrand gemakkelijker loslaat en niet gaat druppen. Metalen theepotten hebben vaak een scherpere rand en morsen daarom minder. Voor wie geen zin heeft om een nieuwe theepot aan te schaffen, of om boter aan de tuit te smeren: sneller schenken helpt ook, dan vliegt de straal uit de bocht en blijft de thee niet plakken.

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl